Oost west, culturele test
Culturele barrières slechten bij het filmkijken

6 december 2015 · · Column

Probeer daar maar eens chocolade van te maken: Chinese opera, genderproblematiek, ondoorgrondelijke sociale mores en subtiele culturele verwijzingen, tegen een stuk Chinese geschiedenis dat bol staat van de dynamiek. Of deze: raadselachtige metaforen die de mystiek van Afrika eerder vergroten dan verhelderen, terwijl de fragmentarische beeldenstroom veel weg heeft van een opengevallen Afrikaanse encyclopedie of ongrijpbaar gedicht. Maar waarom voelde ik bij die eerste, Farewell My Concubine (1993), een onoverbrugbare culturele kloof, terwijl de minstens zo grote culturele kloof van N: The Madness of Reason (2014) zich probleemloos liet slechten?

Een vlaag van avontuurlijk kijkgedrag bracht me recentelijk naar Oost-Azië. Japan is voor de geoefende filmkijker al snel vertrouwd gebied, niet in het minst doordat het met Akira Kurosawa de perfecte bruggenbouwer tussen Westerse en Japanse cinema in huis had. Als vanzelf raak je beetje bij beetje vertrouwd met de cultuur, gewoonten en gebruiken. Voldoende althans om de kijkervaring doorgaans niet teveel in de weg te zitten.

Anders wordt het bij buurlanden als China en Taiwan. Bij een handvol films uit die regio, Thailand meegerekend (naast Farewell My Concubine, tweemaal Hsiao-Hsien Hou, tweemaal Apichatpong Weerasethakul), voelde ik me in cultureel opzicht volledig in het diepe gegooid. Ergens is het ook krom: een film die vanuit een bepaalde culturele achtergrond gemaakt is, voor een publiek dat die achtergrond deelt… en dan is daar een nieuwsgierig aagje dat een slordige 8.000 kilometer verderop vanuit een compleet andere context kennis meent te moeten nemen van precies die film. Het neigt naar cultureel voyeurisme, en roept in ieder geval de vraag op in welke mate een film uit een vreemde cultuur nu echt te begrijpen valt voor de buitenstaander.

Nauwelijks, zou mijn antwoord zijn, afgaande op dit worpje films. Laat staan dat de waardering ernaar kan zijn. De culturele kloof resulteert onverbiddelijk in een afstandelijkheid, het gevoel iets (of: veel) te missen. Als je in filmrecensies al leest over het culturele aspect van een exotische film, dan is dat in positieve zin meestal de conclusie dat er universaliteit te ontwaren is in het op het eerste oog cultureel vreemde product. Echt genieten van cultureel exotisme óm zijn cultureel exotisme, dat is er maar weinig bij. Enig begrip lijkt dus wel een vereiste.

De andere optie is het culturele programma maar gewoonweg te negeren, en je over te geven aan bijvoorbeeld de kleurrijke visualisaties, ongeremde emoties en epische schaal van een Farewell My Concubine. Daar valt iets voor te zeggen. Er valt natuurlijk evengoed genoeg te genieten, de artistieke invulling is bovendien net weer anders dan gewoonlijk, wat de aandacht alleen daarom al rechtvaardigt. De kleurenpracht van Farewell My Concubine is in Westerse films ongekend, daar valt ook zonder besef van de symbolische connotaties genoeg aan te beleven.

Toch blijft er bij mij in dat geval iets knagen, niet genoeg tot de kern van de film doorgedrongen te zijn, niet het maximale uit de film gehaald te hebben. De film niet begrepen te hebben zoals die bedoeld was. Al tobbende over dit probleem, ben ik me steeds meer een Borremans gaan voelen, de encyclopedist uit N: The Madness of Reason. De Belg ontvluchtte Europa, bereisde Afrika op de bonnefooi, maar werd haast obsessief in zijn streven deze voor hem nieuwe cultuur volledig te vatten. Het resulteerde o.a. in een onafgeronde encyclopedie over Afrika. Het poëtische antwoord van Peter Krüger in de vorm van de film N: The Madness of Reason: laat die hang naar grip los, laat het onbekende over je heen komen. Misschien moest ik dat maar doen. Het was immers precies die insteek die N: The Madness of Reason voor mij een schot in de roos maakte.


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel