Custard versus vodka martini
George Smiley, de anti-James Bond

12 oktober 2015 · · Analyse + Beter dan Bond?

Alec Guinnes als George Smiley

Wie is er beter dan Bond, James Bond? Is het George Smiley? In het kader van de release van Spectre (2015) eind oktober richten wij bij Salon Indien deze maand onze blik op de spionagefilm, met daarbij extra aandacht voor de verfilmingen van het werk van John Le Carré. In acht van zijn boeken speelt George Smiley op de voor of achtergrond. Net als Bond werd Smiley in verfilmingen van die boeken door veel verschillende acteurs gespeeld, waarvan de verschillende versies van Tinker Tailor Soldier Spy het bekendst zijn. Maar Smiley is haast de anti-James Bond, hoewel even of zelfs nog meer Brits.

Waar James Bond een man van actie is, moet Smiley het van zijn intellect hebben. Hij is geen scherpschutter, maar heeft wel een scherpe tong. Hij blaast geen gebouwen op, maar zet zorgvuldig vallen voor Oost-Duitse of Sovjet geheime agenten, of verraders in Londen. James Bond is sexy, verleidt aan de lopende band vrouwen en drinkt vodka martini’s. Smiley is iets te dik, gaat altijd met pensioen of wordt uit pensioen teruggeroepen, heeft een vrouw die telkens vreemd blijft gaan, en eet custard. Is hij een realistischer spion? Waarschijnlijk wel. Het belangrijkste verschil tussen de twee fictieve Britten is misschien nog wel Smiley’s melancholie. In tegenstelling tot de onverschillige Bond, gelooft hij nauwelijks in het goede van de westerse, kapitalistische zaak, alleen in de noodzaak ervan tegen de totalitaire communisten.

Dit alles komt nog niet echt naar voren in de verfilming van The Spy Who Came in from the Cold (1965), waarin hij in enkele scènes wordt gespeeld door Rupert Davies. Hoewel hij een belangrijke rol op de achtergrond heeft, komt hij nauwelijks in de film voor. Een jaar later is dat heel anders in The Deadly Affair (1966), een bewerking van Call of the Dead (1960), het eerste boek waarin hij een hoofdrol kreeg. Omdat de makers van The Spy Who Came in From The Cold nog tijdelijk de rechten voor de naam George Smiley hadden, speelt James Mason hem hier onder de naam Charles Dobbs.

James Mason

In Masons handen is Smiley natuurlijk ontzettend Brits, maar wel wat krachtiger dan latere invullingen van het personage. Er zit meer passie in zijn frustraties met zijn vrouw Ann, en in zijn afkeer van zijn meerderen en het systeem waar hij voor strijdt. Dit is dan ook de enige film waarin hij eigenhandig een vijandige spion doodt. Toch is in die passie ook een kwetsbaarheid te zien, een kwetsbaarheid waardoor Smiley keer op keer de harde spionnenwereld achter zich probeert te laten en waardoor keer op keer zijn hart gebroken wordt door Ann. Het is vandaag de dag even wennen aan deze krachtigere Smiley, door hoe iconisch (in Engeland in ieder geval) de volgende vertolking is geworden: die van Alec Guinness.

Alec Guinness speelt Smiley in twee televisieseries van de BBC, Tinker Tailor Soldier Spy (1979) en Smiley’s People (1983), bewerkingen van de gelijknamige boeken van Le Carré. Zijn weemoedige doch sluwe Smiley op leeftijd is de kroon op een lange acteercarrière. De rol is hem zo op het lijf geschreven dat het na het zien van de series zelfs onmogelijk is geworden om niet aan hem te denken als je de boeken leest. Geen van de acteurs die Smiley speelden, belichaamt zo enorm de melancholie van Le Carré als Guinness. Alleen al de manier waarop hij door de grote bril van Smiley naar de wereld kijkt zegt genoeg. Hij is eigenlijk nog kwetsbaarder dan Mason.

Gary Oldman

De acteurs die na hem komen hebben daardoor grote schoenen te vullen. Denholm Elliot doet dat in 1991 als eerste in de tv-film A Murder of Quality, maar speelt vooral een iets zachtere versie van Guinness, duidelijk beïnvloed door diens vertolking. Gary Oldman is zich even bewust van de erfenis van Guinness, en kiest daarom voor een andere benadering van het personage in de filmversie van Tinker Tailor Soldier Spy (2011). Mason en Guinness straalden hun gevoelens uit, en lieten dan tijdens de ondervragingen waar Smiley zo’n meester in is opeens een koude, harde kant zien. Oldman draait het om: hij blijft altijd koel en meedogenloos, maar laat daar dan af en toe heel even de emoties van Smiley doorheen breken.

Door die aanpak kan Oldman zich meten met zijn voorgangers, en zijn Smiley is even boeiend als de eerdere incarnaties. Wat Smiley door de jaren heen zo fascinerend maakt, is zijn voortdurende strijd om zijn eigen menselijkheid. Daardoor verliest hij zich niet in het ‘spelletje’ der spionage, wat maakt dat hij altijd in de clinch komt te liggen met zijn cynische superieuren en uiteindelijk weinig vreugde haalt uit het winnen van de strijd met vijanden en verraders. Het is de menselijkheid waardoor hij zo melancholisch is, waardoor hij blijft houden van zijn eeuwig ontrouwe vrouw. Tegelijk is die ontrouw deels de prijs die hij betaalt voor de tijden dat hij zich wel verliest in zijn baan, het enige terrein namelijk waarop er voor hem dankzij zijn scherpe intellect enige winst te behalen valt.


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel