De dame met het hondje (1960)
Tsjechov op het witte doek (2/2)

Waar andere grote naties met de intrede van de speelfilm al snel de literatuurcanon ontdekten als dankbaar bronmateriaal, liet dat in Rusland lang op zich wachten. Dat had natuurlijk veel te maken met de bemoeienis die de staat zich decennialang getrooste met de filmindustrie. Wat niet in het ideologische plaatje paste was hoe langer hoe moeilijker tot stand te brengen. Pas in de periode van dooi, na Stalins overlijden in 1953, werden de grote Russische schrijvers ‘ontdekt’ en vereerd met boekverfilmingen. Als een van de succesvolste adaptaties uit die vroege periode geldt De dame met het hondje, naar een kort verhaal van Anton Tsjechov.

Naast een handvol nog veel opgevoerde toneelstukken, dankt Tsjechov zijn roem aan talloze korte verhalen. Thematisch zijn beide vormen nauw verwant. Fedor Ligthart schreef vorige week over de personages in Oom Vanya: “Het titelpersonage Wanja (gespeeld door Wallace) laat zijn frustraties de vrije loop. Iedereen is geschokt, maar ook weer niet, want iedereen herkent zich in de verlangens, gedraal en gemekker omtrent ‘zijn’ verloren jaren.” Het is precies dit soort teleurstelling over het eigen onvolmaakte leven dat telkens terugkeert bij Tsjechov, in een kenmerkende onderkoelde stijl.

Bij het zien van De dame met het hondje viel me al snel de vergelijking met David Leans Brief Encounter (1945) te binnen. De tragiek van een toevallige en vluchtige liefde tussen man en vrouw die beiden al getrouwd zijn. Zelfs de überromantiek van het afscheid op het treinstation lijkt haast gekopieerd. En zo ontspint zich een klassiek aandoend liefdesdrama. De prille en ongedwongen verliefdheid op zomers Jalta, maakt na het abrupte einde van de vakantie plaats voor een periode van verlangens, in winters Moskou, terug in de gevangenis van het huwelijk. De film drijft op de spanning of de personages de innerlijke én externe druk te boven kunnen en willen komen, en bouwt dat vakkundig op.

Pas bij lezing van het verhaal van Tsjechov valt op dat De dame met het hondje niet zo sympathiek bedoeld is als haar schijnbare soortgenoot Brief Encounter. In de volgorde van motivaties heeft Tsjechov namelijk iets cruciaals omgekeerd. Goerow en Anna raken niet in een verhouding verzeild omdat ze tegen wil en dank van elkaar houden. Nee, omdat beiden smachten naar een verhouding komen ze bij elkaar terecht. Er is dan ook een behoorlijk portie (zelf)bedrog in het spel, waardoor Tsjechovs verhaal veel meer draait om de innerlijke worsteling met de eigen zwakheden. In zijn verhaal zijn de personages beduidend minder sympathiek. Zo wordt Goerow al direct gekarakteriseerd als iemand met minachting voor vrouwen, voor wie vreemdgaan geenszins moreel verwerpelijk is.

In Iosef Kheifits film wordt het meer over de boeg van de onmogelijke liefde gegooid. Onmogelijk gemaakt door verwachtingspatronen die bij een huwelijk horen. Een indruk die mede ontstaat doordat Kheifits een aantal scènes toevoegt die het bedompte familiare leven laten zien, iets waar Tsjechov amper aan refereert.

Je zou nu de indruk kunnen krijgen dat Kheifits film weinig getrouw is aan het bronmateriaal, toch is dat niet zo. Het korte verhaal is al vaker geschikt gebleken als bronmateriaal voor films, bewijzen titels als The Fallen Idol (1948), Blowup (1966), The Loneliness of the Long Distance Runner (1962) en Komissar (1967). Het voordeel is dat er niet of weinig geschrapt hoeft te worden, waardoor eenzelfde compactheid en volledigheid bereikt kan worden. Ondanks dat het 20 pagina’s tellende verhaal van Tsjechov een lange tijdsperiode en verschillende episodes beslaat, lukt het door een getrouwe navolging toch dezelfde bondigheid te bereiken.

De kracht van deze verfilming ligt zonder meer in het tot leven wekken van platte tekst. Tsjechov is geen groot stilist die veel uitweidt over colour locale etc. Logisch ook, want een toneelschrijver. Wat kleur op de wangen is dus welkom, een taak waar Kheifits zich uitstekend aan kwijt:

Het moge uit deze beelden duidelijk zijn; Kheifits heeft veel oog voor het visuele, het exterieur. Tsjechov is veel introspectiever. Niet zo zeer de wereld en de plaats die Goerow en Anna daarin innemen boeit hem, maar de innerlijke tweedeling die ontstaat. Het is al snel duidelijk dat Goerow problemen heeft met de duiding van zijn gevoelens en überhaupt met het begrip liefde. Eigenlijk gaat het verhaal meer daar over, dan over zijn relatie tot Anna. Deze uitwerking is wat mij betreft dan ook interessanter dan het bekendere terrein dat in de film bewandeld wordt.

Afrondend kunnen we concluderen dat in beide gevallen de voordelen van het eigen medium in optima forma benut worden. De film is gericht op dat wat visueel is; interactie tussen personages en een visuele poëzie, die beiden tot een meeslepender vertelling leiden. Het korte verhaal is introspectiever, meer op de gedachten van het individu gericht. Daardoor afstandelijker, maar intellectueel bevredigender.


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel