De duisternis die schuilt onder de schone schijn van Hollywood
Kennismaken met Minnelli (1): The Bad and the Beautiful

The Bad and the Beautiful

Vincente Minnelli is één van de grootste regisseurs van klassiek Hollywood. Tenminste, dat zegt Martin Scorsese in zijn documentaire A Personal Journey with Martin Scorsese Through American Movies (1995). Waarin hij van alle regisseurs die aan bod komen, Minnelli samen met D.W. Griffith en John Ford het meest bespreekt. Hoe meer ik van Minnelli zie, hoe meer ik het Scorsese eens ben. Maar ik ken tot nu toe slechts vooral de musicals van de Minnelli waar Hendrik vorig maand met zijn reeks “Kennismaken met Minnelli’s Musicals” voor het eerst naar keek. In navolging daarvan verken ik deze maand een aantal van Minnelli’s drama’s, beginnende met de film die ook Scorsese’s documentaire opent: The Bad and the Beautiful (1952).

Het is niet moeilijk te raden waarom Scorsese zijn film met The Bad and the Beautiful (1952) begint: het is niet alleen een in mooi, strak zwart-wit gefilmd, sterk drama, maar een film over filmmaken en de persoonlijke prijs voor succes in de filmwereld. Die ook nog eens deels gebaseerd is op ware gebeurtenissen en personen in Hollywood. Kirk Douglas speelt Jonathan Shields, een egoïstisch filmproducent en later studiobaas die over lijken gaat om zijn films te realiseren. Hij is een soort combinatie van producent Val Lewton, regisseur Orson Welles (beiden ook favorieten van Scorsese) en studiobaas David O. Selznick, én “the Bad” uit de titel.

The Bad and the Beautiful

Het levensverhaal van Shields wordt verteld in een flashbackstructuur, waarbij drie mensen die hem haatten aan hun interactie met hem terugdenken. Een regisseur, een actrice en een schrijver die allemaal hun succesvolle carrière in Hollywood aan hem te danken hebben, maar die onderwijl onvergeeflijk gekwetst werden door hem. Hoewel elk van hun verhalen elkaar chronologisch opvolgen, blijven het drie aparte segmenten die om een ander aspect van filmmaken draaien. Toch keert telkens weer het idee terug dat Hollywoodfilms schone schijn zijn waarachter iets duisterders verborgen zit. Maar juist voor die films maakt dat niet uit, want keer op keer wordt ook benadrukt hoe belangrijk de illusie van/voor film zelf is.

Dit komt mooi naar voren in de scène waarin Shields en de regisseur de goedkope horrorfilm “The Doom of the Cat Men” moeten maken, en besluiten geen mannen in pakken maar suggestieve schaduwen te gebruiken. Niet alleen is dit gebaseerd op hoe producent Val Lewton en regisseur Jacques Tourneur die Cat People (1942) maakten, de belichting in deze scène is ook een ode aan de stijl van die film. Het lijkt het begin van een prachtig partnerschap, maar laat Shields de regisseur als een blok vallen. Ironisch genoeg geeft dat hem juist de vrijheid om zijn eigen carrière te laten bloeien: zijn eerste film zonder Shields levert hem meteen een Oscar op.

The Bad and the Beautiful

Een ander voorbeeld van hoe illusies en schone schijn niet alleen in de films van Hollywood te zien zijn, maar ook nodig zijn om ze te maken, is het verhaal van de actrice (Lana Turner, de “Beautiful”). Zij is een zelfdestructieve jonge vrouw die leeft in de schaduw van haar overleden vader en net als hem overtuigd alcoholist is (gebaseerd op de Barrymore familie, maar ook het drankmisbruik van Minnelli’s ex-vrouw Judy Garland). Maar Shields ziet iets in haar, en maakt het zijn missie om haar tot filmster om te toveren. Er is echter één probleem: ze kan niet acteren. Totdat Shields haar inspireert met zijn liefde, wat iets in haar los maakt dat de camera kan registreren. Na de première breekt Shields haar hart door te onthullen dat zijn gevoelens geveinsd waren. Zelfs de ondergrond voor de illusie op het scherm blijkt een leugen te zijn.

De titel The Bad and the Beautiful verwijst ogenschijnlijk naar de producent en de actrice, maar beschrijft ook juist de these van de film – hoe er achter het mooie van film een slechte realiteit schuilgaat, die iedereen maar al te graag in stand houdt om de schone schijn op te houden. Maar ook omdat zowel de personages in de film als de werkelijke filmmakers van films houden. Aan de ene kant biedt Minnelli een zwarte, cynische kijk op het proces van filmmaken en hoe dat menselijke relaties (en soms mensen) kapot maakt. Aan de andere kant deelt Minnelli met zijn personages de passie voor het maken van mooie films, en suggereert eigenlijk dat het ene nodig is voor het andere in Hollywood.


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel