De familiefilms van Kore-eda
De moderne Japanse meester, nu nog in EYE te zien

12 december 2015 · · Retrospectief

Nobody Knows

Dit najaar vond in EYE het Mubii Japan retrospectief plaats, wat ook bij Salon Indien te merken was. De afgelopen weken werd dit afgesloten met een aantal titels van de moderne meester Hirokazu Kore-eda, waar ook de komende week nog enkele films van vertoond worden, met op 13 december zijn definitieve doorbraak Nobody Knows (2004) en 16 december zijn recente Like Father, Like Son (2013), winnaar van de Jury Prijs in Cannes dat jaar, waarna op 17 december zijn allernieuwste film wordt uitgebracht in Nederland: Our Little Sister (2015), waarin zijn twee grootste thema’s samenkomen: rouw en/of verwerking van de dood van een geliefde en familierelaties.

Kore-eda start zijn carrière als filmmaker met het maken van televisiedocumentaires, beginnende met Lessons from a Calf (1991). Vier jaar later debuteert Kore-eda met zijn eerste speelfilm op het filmfestival van Venetië, en wint met Maborosi (1995) de Gouden Osella, voor beste regisseur buiten de competitie. Maborosi vormt een soort thematische trilogie met zijn twee volgende films, After Life (1998) en Distance (2001), waarin de hoofpersonen telkens de dood van hun geliefden en/of familieleden moeten verwerken. Terugkerend thema daarin is het omgaan met de herinneringen aan de doden (of in After Life die van de doden aan de levenden) en het proberen daar een plaats aan te geven terwijl het leven doorgaat. In de ene film lukt dat de protagonisten beter dan in de andere.

Vanaf Distance beleeft bijna elke nieuwe Kore-Eda zijn première in competitie op het Cannes filmfestival. Met Nobody Knows slaat hij een nieuwe weg in en vindt een groter publiek in filmhuizen wereldwijd. Na het drieluik over herinneringen aan familiebanden en door dood verscheurde families, komt Kore-Eda met een film over een familie. Van kinderen die door hun moeder in hun appartement achtergelaten worden, wel te verstaan. Vanaf dat moment zijn kinderen en moeizame of verstoorde relaties met ouders een terugkerend hoofdonderwerp in het oeuvre van Kore-Eda. Het speelt zelfs een rol in zijn samuraifilm Hana (2006). Zowel daarin als in Still Walking (2008) combineert hij dat met de thematiek van zijn eerste drie films: het verhaal van de samurai wordt gedreven door de moord op diens vader en in Still Walking wordt een familie bij elkaar gebracht door de dood van de oudste zoon.

I Wish

Air Doll (2009) is eigenlijk de enige echt uitzondering in Kore-eda’s oeuvre, waarin hij de eenzaamheid in de moderne stad en wat het betekent om mens te zijn verkent met een verhaal over een sekspop die tot leven komt. Met I Wish (2011) keert Kore-eda terug naar zijn eerdere thema’s, met twee twaalfjarige broers die hun gescheiden ouders proberen te verenigen. Ook Like Father, Like Son behandelt de band tussen ouders en hun (jonge) kinderen. Zijn nieuwste film Our Little Sister gaat over drie zussen die zich ontfermen over hun jongere half-zus nadat hun vader is overleden. In deze films komt zowel het belang van natuurlijke familiebanden als het maken van nieuwe families naar voren.

In bijna al zijn films is Kore-eda niet zomaar met familiebanden bezig, maar specifiek met die tussen verschillende generaties. Daarom keert rouw om een overleden ouder of kind, het weer bijeenbrengen van ouders en kinderen of just de scheiding daartussen telkens weer terug, terwijl de band tussen man en vrouw of broer en zus nauwelijks een rol speelt (uitzonderingen daargelaten). Dat Kore-eda de afgelopen vijftien jaar zijn beide ouders verloor en zelf vader werd, speelt daarbij naar eigen zeggen een belangrijke rol. Hij wordt vanwege deze onderwerpen en de delicate, intelligente en rustige manier waarop hij die behandelt vaak vergeleken met Yasujiro Ozu. Zelf zegt hij echter dat zijn werk veel meer op dat van Mikio Naruse lijkt, waarmee de focus op Kore-eda aan het eind van dit retrospectief is naar het komende retrospectief rondom Naruse in januari 2017.


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel