De vrouwen van Eric Rohmer
Rohmers komedies en gezegdes (1)

Marie Rivière

Nouvelle vague-regisseur Eric Rohmer is vooral bekend van zijn Six contes moraux uit de jaren zestig en zeventig. In de jaren tachtig maakte hij nog zo’n reeks van zes films, de zogenaamde Comédies et proverbes. Waren in Rohmers ‘morele verhalen’ uit de jaren zestig de protagonisten vooral mannen, in de ‘komedies en gezegdes’ zijn het voornamelijk vrouwen. Die net zo min als die mannen goed doorhebben wat ze eigenlijk willen, ondanks dat ze het vaak wel denken te weten. Het zijn stuk voor stuk fascinerende vrouwen met een complexiteit en veelzijdigheid die in hedendaags Hollywood helaas nog vaak ontbreekt.

De eerste van Rohmers ‘komedies en gezegdes’, La femme de l’aviateur (1981), is daarbij nog een soort overgang, met een jongeman als hoofdpersoon. Wel wordt hij eigenlijk overschaduwd door de twee vrouwen in zijn leven, de oudere Anne en de jongere Lucie. De neurotische, serieuze Anne past niet bij hem, maar dat ziet hij door zijn obsessie met haar niet – en haar indirecte manier van communicatie dringt nauwelijks tot hem door. De vrolijke, openhartige Lucie zou veel beter bij hem passen. Beiden komen niet alleen tot leven dankzij de dialogen die Rohmer voor hen schrijft, maar ook de manier waarop hij hen in beeld brengt (waarover meer in deel drie van deze reeks artikelen).

Zijn deze twee vrouwen al interessanter dan de jongeman die in La femme de l’aviateur nog centraal staat, in de rest van Rohmers ‘komedies en gezegdes’ krijgen zij helemaal de overhand als boeiende, complexe protagonisten. Soms zijn ze irritant, kribbig en frustrerend, maar in Rohmers handen blijven ze altijd interessant en sympathiek. Met goede en slechte kanten, en een innerlijk leven. Die niet in één keer makkelijk te duiden zijn, en zelf daar ook wel eens moeite mee hebben. Het is knap hoe Rohmer, toen in de zestig, in al deze films de ingewikkelde emoties, wensen en gedrag van hippe twintigers begin jaren tachtig haast perfect weet weer te geven.

Daarbij wordt hij wel enorm geholpen door de jonge actrices waar hij vaak meerdere keren mee samenwerkt. Marie Rivière doet dat door de jaren heen maar liefst zeven keer. Ze is onder andere Anne in La femme de l’aviateur en droomster Delphine in Le rayon vert (1986). Op de aftiteling van die film krijgen haar meeschrijven en improvisaties een aparte vermelding. Beide keren is ze fantastisch. Eerst lijkt ze vooral vervelend en neurotisch, maar gaandeweg blijkt daar veel meer achter te zitten. Haar gelukskreet aan het eind van Le rayon vert is één van mooiste momenten uit Rohmers oeuvre.

Pauline à la plage

De blonde Arielle Dombasle is nog zo’n muze van Rohmer, die ook tweemaal in de ‘komedies en gezegdes’ een belangrijk rol heeft. In zowel Le beau mariage (1982) als Pauline à la plage (1983) is zij geweldig als de beste vriendin van de hoofdpersoon. Telkens speelt ze een zichzelf en anderen voor de gek houdende jonge vrouw, die niet voor niets voortdurend wegkijkt als ze met anderen praat. Achter Dombasle’s bedachtzame blikken en prachtige halve glimlachjes gaat een grote dosis zelfdeceptie schuil. Iets wat zij gemeen heeft met een aantal andere vrouwen in de ‘komedies en gezegdes’.

Nergens komt dat sterker naar voren dan in Le beau mariage, waarin Sabine genoeg heeft van haar affaires met getrouwde mannen, en besluit zelf te gaan trouwen. Enige probleem: ze weet nog niet met wie. Zodra ze een kandidaat vindt, heeft hij te weinig tijd om voor haar te vallen. Maar Sabine blijft resoluut, totdat dit niet meer kan. Louise in Les nuits de la pleine lune (1984) probeert ook haar leven naar een idee te vormen, met dramatische gevolgen. Delphine in Le rayon vert en Blanche in L’ami de mon amie (1987) zijn dan weer niet actief op zoek naar mannen of de liefde. Zij laten zich het leven wat meer aanwaaien.

Sommige van de vrouwen in deze zes films vinden geluk in de liefde, anderen juist ongeluk en bij sommigen blijft het ambigu. De één is er naarstig naar op zoek zonder het te vinden, de ander vindt het zonder ernaar te zoeken en weer een ander heeft er teveel van. Want niet alleen zijn Rohmers vrouwen stuk voor stuk zeer complex en boeiend, ze hebben ook allemaal hun eigen unieke persoonlijkheid. Aan de ene kant is dit deels wat Rohmers ‘komedies en gezegdes’ consequent zo fijn en bijzonder maakt, aan de andere kant is het jammer dat dit dertig jaar later nog steeds zo verfrissend voelt.


Onderwerpen: , , , , , , ,


2 Reacties

  1. Rik Niks

    Nav je stuk Le Beau Mariage herkeken, maar ik kan het niet helemaal met je eens zijn dat deze film(s) verfrissend aanvoelen. Héél erg jaren 80 in uiterlijk (die synthesizermuziek! Die ‘hippe’ gele tuinbroek! Sowieso, die kleding!), maar ook in aanpak. Terecht niet meer van deze tijd, die eindeloze dialogen waarbij visueel niets interessants te beleven valt.

    Ondanks mijn weerzin tegen de filmstijl van Rohmer, heb ik toch kunnen genieten. Dat komt vooral door het ironische spel, dat gaandeweg steeds nadrukkelijker en beter uitgespeeld wordt. De ironie van een egoïst die onafhankelijkheid meer begeert dan liefde, en dat nota bene denkt te vinden in een huwelijk. Haar herhaaldelijke boodschap “je vais me marier” brengt ze met een vertederende naïviteit en zelfverzekerdheid, en is alleen daarom al goed voor een glimlach. De vraag wat ze bij Edmond voelt komt niet eens bij haar op. Andersom is Edmonds positie haast een spiegeling aan dat van Sabine; ik denk dat hij wel gevoelens voor haar heeft, maar het idee van enige verbintenis is een waar schrikbeeld. De momenten dat ze samenzijn zijn dan ook zeer ongemakkelijk; als komedie vaart het daar wel bij.

  2. Kaj van Zoelen

    Over Rohmers filmstijl en dat er visueel niets te beleven valt ben ik het absoluut niet met je eens, maar daar gaat deel drie in deze reeks over. Daar komen we over twee weken nog wel op terug dan. :P

    Le Beau Mariage valt wat betreft de kleding nog mee als je het vergelijkt met Les nuits de la pleine lune. :P

    Dat verfrissende slaat overigens dan weer niet op die stijl, dat sloeg op, nou ja, het hele onderwerp van dit stuk.

    Dat die verbintenis hem schrik aanjaagt, heeft misschien ook te maken met een milieu- en klasseverschil. En dat zij zich gaandeweg steeds meer als een kind gaat gedragen. Dat feestje bijvoorbeeld, doet ze heel kinderachtig. Tegelijk heeft ze naast hem eigenlijk alleen maar de klasgenoten van haar nog schoolgaande zus uitgenodigd, terwijl ze zelf 25 wordt. Het is nogal een verschil met het trouwfeest waarop ze elkaar ontmoeten.


Reageer op dit artikel