Dheepan (2015) versus Nayakan (1987)
Hoe één liedje twee zeer verschillende films verbindt

6 september 2015 · · Analyse

Dheepan versus Nayakan

Er is een scène in de nieuwste Gouden Palm-winnaar Dheepan (2015) waarin het Tamil titelpersonage met de radio meezingt met een bijna dertig jaar oud liedje uit de Tamilfilm Nayakan (1987) van Mani Ratnam. Op deze manier worden de twee films aan elkaar verbonden, op een manier die zowel voordelig als nadelig uitpakt voor het van de week al op Salon Indien besproken Dheepan. Voordelig omdat de verbinding voor culturele uitdieping van Dheepan zorgt, nadelig omdat Audiards behandeling van Tamil vluchtelingen het niet haalt bij hoe Ratnam daar keer op keer films over heeft gemaakt.

Als een witte westerling als Jacques Audiard een film gaat maken over arme mensen uit de derde wereld, is het altijd even de vraag wat die blik met zich meebrengt. Zelfs als het om immigranten in diens eigen land gaat, blijft de kwestie: kan hij of zij zich in hen verplaatsen en zo een stem geven, of blijft het bij kijken náár de vreemdeling? Waarbij in het ergste geval de filmmaker niet tot onder de oppervlakte komt en vervalt in stereotypen – denk bijvoorbeeld aan Danny Boyle’s Slumdog Millionaire (2008), die net als Audiard zijn camera richtte op Indiase mensen – hoewel technisch gezien de Tamil minderheid uit Sri Lanka in Dheepan niet Indiaas is.

Er is in ieder geval één scène in Dheepan waaruit blijkt dat men zich tijdens (of voor) het maken van de film enigszins verdiept heeft in een onderdeel van de Tamil cultuur. De hoofdpersoon van Dheepan is een voormalige Tamil Tijger (verzetsleger voor de Tamil minderheid in Sri Lanka) die naar Frankrijk is gevlucht. Zijn culturele achtergrond en oorlogsverleden kan hij echter niet zomaar achter zich laten, zeker niet omdat hij in een Parijse voorstad is beland waar gewelddadige drugshandel een soort van oorlogssituatie creëert. Terwijl de spanning en de druk op Dheepan worden opgevoerd, luistert hij naar “Nila Adhu Vanathumele” (zie clip hieronder), een oud liedje uit het eerder op Salon Indien besproken Nayakan. Dheepan zingt mee met een emotie die niet in het liedje zelf zit.

Of Audiard of de mede-scriptschrijvers dit nu verzonnen, of dat het een suggestie was van acteur Jesuthasan Antonythasan, maakt daarbij niet uit. Hoewel de diepe emotie die in Antonythasans zang te horen is, wel eens zou kunnen voortkomen uit het feit dat hij zelf als tiener voor de Tamil Tijgers vocht en net als Dheepan naar Frankrijk vluchtte. Het lied in kwestie, gecomponeerd en gezongen door de illustere Ilaiyaraaja, is eigenlijk heel vrolijk. Het is een hoogtepunt in Nayakan, waarin Tamil gangster Velu zich opwerkt tot maffiabaas in de onderwereld van het duizend kilometer van zijn geboorteplaats gelegen Mumbai. Zoals ik al schreef in mijn recensie van Nayakan enkele maanden geleden:

Eerst lijkt het lied slechts de achtergrond voor een montage van Velu’s smokkelavonturen op zee, totdat de danseres door blijft dansen en zingen terwijl de kustwacht de boot komt inspecteren. Niet alleen is het een vermakelijk verlaten van narratieve realiteit, het geeft ook effectief het plezier weer van het misleiden van de politie en de zelfontplooiing door de eerste succesvolle misdaad.

Toch is de zang erbij van Dheepan/Antonythasan hartverscheurend. Het gaat voor hem dan ook niet zozeer om de inhoud van het nummer, maar om de connotaties. De muziek voert hem terug naar zijn thuisland en de eigen cultuur, waarin hij geen vreemde was zoals nu in Frankrijk. Hij houdt niet alleen van de Tamil cultuur, hij was er zelfs een vrijheidsstrijder voor. Mogelijk zag hij Nayakan in zijn jeugd in de bios, of later op televisie. De tekst van het liedje rept onder andere over het kijken naar dansscènes en meedansen en zingen. De manier waarop hij zich emotioneel in het nummer stort, suggereert dat net als voor vele andere Indiërs films en filmmuziek voor hem zeer belangrijk zijn.

Tegelijk biedt dit lied als verwijzing naar het plot van Nayakan een voorbode voor het explosieve einde van Dheepan. Zo werken de twee films samen om de spanning in Dheepan op te voeren. Aan de andere kant roept deze link ook een vergelijking op tussen hoe Audiard en Ratnam respectievelijk het lot en de ervaring van de Tamil vluchteling behandelen. Zoals Erwan van de week al aangaf wordt Audiards film gaandeweg steeds eenzijdiger op dit vlak, terwijl Ratnam door de jaren heen juist steeds meer aspecten van deze ervaring belichtte. Dat deed hij naast Nayakan ook met Roja (1992), Bombay (1995) en A Peck on the Cheek (2002). Bij elkaar presenteerde Ratnam daarin de perspectieven van mannen, vrouwen en kinderen, en van hindoes en moslims. Natuurlijk is het niet eerlijk om één film tegenover een heel oeuvre te zetten, maar Audiard legt het ook af tegen de nuances binnen elk van deze melodrama’s afzonderlijk.


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel