Dwalen tussen prachtige beelden en nietszeggende brieven
In vogelvlucht door Antonioni's oeuvre in EYE

10 oktober 2015 · · Beschouwing + Retrospectief

Toevalstreffer of niet? Op EYE’s Antonioni-tentoonstelling bevind ik me in het gedeelte over zijn vroege films, geflankeerd door drie grote schermen met fragmenten uit drie films. Vrijwel identieke situatieshots, van een ruziënde man en vrouw, dwalend in een landschap, zorgen voor een Droste-effect. Het blijkt een gelukkige samenval van drie loops, die iets verduidelijken over Antonioni’s signatuur. Toch zal een tentoonstelling als deze het vooral van dit soort verbanden moeten hebben.

Vanaf de eerste documentaires over de Po-vlakte, bijgelovigheid en straatvegers, wordt de bezoeker geleid langs vrijwel alle films in Antonioni’s oeuvre. Geen van de films is helaas in zijn geheel te zien. Zo draaien van de speelfilms loops van ca. een kwartier. Het is niet geheel duidelijk op basis van welke criteria precies die scènes gekozen zijn. Dat is het makke van een tentoonstelling als deze, waarin toelichting altijd beperkt zal moeten blijven. Verwacht dus geen diepgaande analyses van het werk van Antonioni; de makers hebben het meer gezocht in het aanstippen van verbanden. Zoals de landschappen die Antonioni koos: de kale Po-vlakte van o.a. zijn vroege films, de kille steden van La Notte (1961) en L’Eclisse (1962) tot de immense woestijnen van zijn jaren 70 films. Altijd is de mens verloren in een desolaat landschap, als teken van existentialistische eenzaamheid.

Meer aandacht is er voor de muzes van Antonioni, eerst Lucia Bosé, later Monica Vitti. Van die laatste zijn screen tests van Il deserto rosso (1964) te zien, een innemend kijkje in de samenwerking tussen beiden. Met verkleedpartijen en diverse kapsels, boetseert Antonioni Vitti tot het gewenste personage. Meer over Antonioni’s werkwijze is te vinden in vitrines vol brieven, notities, scripts en voorwerpen die ter inspiratie hebben gediend. Spijtig genoeg grotendeels in het Italiaans en onvertaald gelaten; de gemiddelde bezoeker zal het moeten doen met de enkele zinnen toelichting die soms zijn gegeven. In het licht van Antonioni’s thematiek is het ironisch dat er op deze manier een zeer gemankeerde communicatie met de bezoeker plaatsvindt. Een grote kans om dichter bij de filmmaker Antonioni te geraken is hiermee blijven liggen. Dat roept de vraag op wat de meerwaarde is van een tentoonstelling als deze. Was de bezoeker met een half uurtje lezen in een essaybundel niet minstens zoveel wijzer geworden?

Grofweg zijn er vier verschillende type tentoonstellingen te onderscheiden, sinds EYE vanaf 2012 vier stuks per jaar programmeerde. Allereerst zijn er de grote namen die geëerd worden. Hierin werd Antonioni voorafgegaan door o.a. Cronenberg en Fellini. Dan zijn er de tentoonstellingen over experimentele filmmakers zoals de broers Quay en Oskar Fischinger. Historische getinte exposities belichten (Nederlandse) geschiedenis (Jean Desmets Droomfabriek, Péter Forgács’ Sluimerend Vuur). In de vierde categorie is er ten slotte nog de solotentoonstelling van een kunstenaar die nauw aan film verwante kunst exposeert. William Kentridge was hier het meest recente voorbeeld van, met zijn indrukwekkende 45 meter lange wandprojectie More Sweetly Play The Dance.

Deze laatste tentoonstelling is wat mij betreft het grootste succes tot nu toe. Met afwijkende formaten, zoals genoemde wandprojectie, of een zaal vol schermen die tegelijk én individueel bekeken kunnen worden, werden grenzen van filmkunst opgezocht.

Een ander voorbeeld is de tentoonstelling Sluimerend Vuur, met vooroorlogse homemovies van Nederlands-Indië, waarbij brieven werden voorgelezen die Nederlanders aan het thuisfront schreven. Deze combinatie bracht op boeiende wijze een stukje geschiedenis filmisch tot leven.

Dit soort alternatief gebruik van het medium gaat uiteindelijk óók over de begrenzingen en mogelijkheden van film. Het valt te prijzen dat EYE de museale verantwoordelijkheid voelt dat op gezette tijden te onderzoeken. Zolang over een filmmaker als Antonioni met een tentoonstelling nauwelijks meer inzicht te verschaffen valt dan met een degelijke essaybundel zou kunnen, geef ik er de voorkeur aan dat EYE zich daar meer op richt.

De tentoonstelling Michelangelo Antonioni – Il maestro del cinema moderno is nog tot en met 17 januari 2016 te bezoeken.


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel