Een oerervaring
De ramp als geschenk uit de hemel (1)

Atoombom

Een boek, dat was het begin. Mijn fascinatie voor het rampengenre begon op jonge leeftijd niet met een film, maar met een boek. En dat terwijl ik als kind vooral heel graag (en veel) film en televisieseries keek. Ik las wel veel informatieve boeken over allerlei onderwerpen, maar om de één of andere reden geen verhalen. Op de basisschool ontkwam ik niet aan het lezen van ‘leesboeken’ en ik deed dat met grote tegenzin. Maar in groep zes was er daar ineens één die me er helemaal in zoog: De Ramp (1988) van Theo Hoogstraaten. Daarom begin ik deze reeks artikelen over rampenfilms met een uitleg daarvan, alvorens het werk van de filosoof Slavoj Zizek erbij te pakken.

De Ramp verhaalt over de vijftienjarige scholier Peter, die op zeilkamp gaat met zijn klas, op een tjalk naar de Waddenzee. Hij is introvert en wordt gepest. Tijdens een storm loopt de boot vast op een zandbank. Door waterschade en een kapotte radio is communicatie met de buitenwereld niet meer mogelijk. Ook gaat het door de storm mis met een kerncentrale in de kop van Noord-Holland, met een catastrofale meltdown als gevolg. Peter vlucht ’s nachts met een bootje van het schip weg. De assistent-begeleidster Esther, een iets oudere leerlinge uit een hogere klas, ontdekt hem, duikt achter hem aan en klimt bij hem in het bootje om hem te doen terugkeren, maar Peter blijkt de roeispanen te hebben vergeten. Zul je net zien. En zo drijven ze af naar de kust. Aan land gekomen bevinden ze zich tot hun verbazing in een spookstad, of eigenlijk spookdorp: in een straal van vele kilometers is het hele gebied geëvacueerd vanwege de straling.

Echt bekend met het rampengenre was ik nog niet en ik vond het boek buitengewoon fascinerend. Niet in de laatste plaats omdat ik me erg bewust was van het sterk ambivalente gevoel dat het verhaal bij me opriep. Ik identificeerde me met hoofdpersoon Peter en ging mee in de fantasie samen met iemand van het andere geslacht lange tijd helemaal alleen te zijn. Het was als een vreemd liefdesverhaal voor mij. En omdat ze zich in geëvacueerd gebied bevonden, was er niemand om die gevoelens te ridiculiseren of om Peter in de weg te staan: het tegenovergestelde van de situatie op de tjalk. Eindelijk alleen met de aardige Esther, je kon jezelf zijn, je open stellen en je van je dappere kant tonen, totale vrijheid.

Mateloos fascinerend was ook de omgeving waarin de twee zich bevonden. Een archetype fantasie die velen wel eens gehad hebben en waar (postapocalyptische) rampenfilms dikwijls op in spelen: je bevindt je in een standaard dorp of stad, de winkels met hun etalages en schappen nog vol koopwaar, maar geen mens te bekennen. Niemand die je in de weg zit, geen autoriteiten om je tot de orde te roepen. En Peter en Esther ‘moesten wel’ inbreken in een winkel om te kunnen eten en te overleven, de normale regels golden niet meer. Tijdens het lezen zat ik weg te dromen bij wat ik allemaal wel niet ongestoord zou kunnen doen in zo’n omgeving en situatie, met alles tot m’n beschikking, zonder consequenties of gevolgen. Het maakt toch vrij weinig meer uit.

Maar aan de andere kant was dit hele scenario waar ik zo heerlijk in kon wegdromen, onlosmakelijk verbonden met die verschrikkelijke ramp die duizenden mensen het leven of hun gezondheid had gekost. Die ramp was er voor nódig, die maakte het allemaal mogelijk. Ik kreeg bijna een schuldgevoel. Wilde ik meegaan in mijn ‘positieve fantasie’ dan zat het negatieve erbij. Twee zijden van dezelfde medaille. En Peter en Esther moesten toch ook een manier zien te vinden om uit het gebied weg te kunnen komen, vonden later zieke katten, een hond en een dode man; ze moesten het zelfs opnemen tegen twee plunderaars, toen ze rond het einde van het verhaal ontdekten toch niet helemaal alleen te zijn.

Bovendien eindigde het verhaal ermee dat de twee personages symptomen kregen van stralingsziekte. Ze werden misselijk en eenmaal weer onder de mensen en in het ziekenhuis, begon hun haar bij plukken los te laten. Het boek liet nog enigszins in het midden of ze het wel of niet zouden overleven, maar het zag er eigenlijk helemaal niet best uit. Het was bijna een soort morbide straf voor mij als lezer, de stevige prijs voor die ‘positieve fantasie’. Maar anderzijds, hoe lang hun leven ook nog mocht duren, hij was nog wel bij Esther! Ergens was die ramp een geschenk uit de hemel.

Bladzijdes: 1 2


Onderwerpen: , , , , , ,


Reageer op dit artikel