Een zoektocht naar poëtische grenzen
Wanneer regisseurs zich als dichters gedragen

7 september 2015 · · Beschouwing + Poëzienema

 photo Jauja202_zpsv5sq49jy.jpg

Sinds afgelopen week is Jauja (2014) (weer) op het witte doek te zien, een western die niet alleen opvalt door zijn prachtige cinematografie (zie het shot hierboven), maar ook door zijn eigenzinnige plotverloop. Deze manier van filmmaken doet denken aan wat Andrei Tarkovsky in de jaren zeventig deed met Solyaris (1972) en Zerkalo (1975) en wat Terrence Malick tot zijn handelsmerk maakte. Het roept de vraag op of we inmiddels kunnen spreken van een categorie ‘poëtische cinema’, een stijl die zich meer door audiovisuele vondsten en symboliek laat leiden, dan door een coherent verhaal. Is er wel een definitie mogelijk? Genoeg reden voor een nieuwe themamaand!

“Each film I make is kind of a return to poetry for me, or at least an attempt to create a poem”, zou Bernardo Bertolucci gezegd hebben. Zijn Il conformista (1970) zou zeker in de categorie vallen, maar het is waarschijnlijk eerder het proces van ‘schrijven met licht’ dat hij bedoelde, dan dat het resultaat elke keer fragmentarisch en enigmatisch moest zijn. Kortom, je kunt vele kanten op. Eén van de meest experimentele filmmakers ooit, Stan Brakghage, die vaak direct op de filmstrip zelf werkte door deze te beplakken of beschilderen, was echter anders van mening: “Poetry is a totally different art than film.” Ja, zo komen we geen stap verder.

Het is daarom aan onze redactie om te kijken waar de conventionele manier van verhalen vertellen eindigt, en de beeldpoëzie begint. Kan je historisch gezien de long takes van Soy Cuba (1964) als een voorloper beschouwen? Of is het allemaal begonnen met de avant-gardestromingen uit de jaren twintig? Draait het om een zintuiglijke ervaring, een associatieve montage of om een elliptische vertelstijl? Kan je ook spreken van nachtmerries en koortsdromen, zoals Dario Argento’s Suspiria (1977), David Lynch’s Mulholland Dr. (2001) en Sokurovs Mother and Son (1997)? Het draait in ieder geval om een soort cinema, die onze verwachtingen van hoe films zich horen te gedragen ondergraaft en daarmee de grenzen aftast van wat er allemaal binnen het medium mogelijk is. Tegelijk is niet elk gedicht automatisch avant-garde.

Als voorproefje raden we aan Theo’s recensie van de TV-serie Hannibal (2013-2015) terug te lezen, alsmede Hendriks analyse van Zerkalo (1975), Kajs beeldrecensie van Coeur fidèle (1923), Erwans recensie van Only God Forgives (2013, en ten slotte Riks beschouwing op de experimentele films van Chantal Akerman. Wellicht dat je daar al paar aanwijzingen tegenkomt, die we zelf overigens ook goed kunnen gebruiken!


Onderwerpen: , , , , , , , , , ,


1 Reactie

  1. Peter Cornelissen

    Ruiz heeft twee boekjes geschreven over de poëzie van de cinema, wellicht een goed beginpunt. Hoewel Epstein inderdaad ook wel essentieel is… Weet niet hoeveel van zijn schrijfwerk is vertaald overigens…


Reageer op dit artikel