Gehersenspoelde tieners & Josie and the Pussycats
Tieners tegen tirranie

Regelmatig kiezen wij bij Salon Indien er voor om een vergeten film voor het voetlicht te brengen, of een afgekraakte film een tweede blik te gunnen. Om het voor jullie als lezer iets overzichtelijker te maken blazen we een nieuwe categorie in het leven waar we vanaf nu de artikelen onder zullen brengen: Onterecht Onbemind. Wij zoeken in deze categorie de onterecht afgekraakte of vergeten filmische pareltjes, en de eerste vondst deze week is Josie and the Pussycats (2001).

Tegenwoordig komt er eens in de zoveel tijd een dystopische sciencefictionfilm uit die zich richt op een jeugdig publiek. Het is verreweg de meest zichtbare component van het Young Adult-genre, een noemer die enkel aangeeft dat de film gebaseerd is op een populair tienerboek. Titels als The Hunger Games (2012), Divergent (2014) en Maze Runner- The Scorch Trials (2015), die laatste sinds gister in de bioscoop te zien, kennen één grote thematische gemene deler: een uniek persoon neemt het op tegen een kwaadaardige dictatuur.

Deze films tappen in op de tienerfantasie dat de grote mensenwereld er op uit is hun kapot te maken. Deze adolescente angst wordt in de film vertegenwoordigd door samenlevingen waar mensen gereduceerd worden tot een eigenschap of status: in The Hunger Games bepaalt je sociale klasse letterlijk hoeveel kans je hebt om de tirannie te overleven; in Divergent word je sociaal onderbedeeld in een kliekje dat zich vormgeeft rondom je meest prominente eigenschap (loyaliteit, lef, etc). In The Maze Runner blijkt elk probleem op je pad slechts een test om je volwassenheid te bewijzen. Films waarin tieners unieke sneeuwvlokjes zijn, die dreigen te smelten op de kachel van de volwassenenwereld. En tieners slikken deze uitbuiting van hun individualiteitsgevoel als zoete koek.

Het is een paradox die ten grondslag ligt aan het tienergenre (en het tiener zijn an sich): hoe kun je jezelf zijn als de media dicteert wie jij hoort te zijn? En is elk mediaproduct dat ingaat op deze angst niet in wezen onderdeel van deze machine? Menig boekenkaft is ondergekalkt met songlyrics die ingaan op deze materie. De paradoxale hypocrisie van de media-aanklachten tegen de uitbuiting van tieners werd echter nooit leuker gedaan dan in Josie and the Pussycats.

Josie and the Pussycats werd gebaseerd op een uiterst gezapig stripboek van Archie Comics, een uitgever die bekend stond om zijn oerbrave tienervermaak (denk aan de Penny of Tina met een puriteinse inslag). Het hypercommerciële televisiebedrijf Hannah-Barbara, bekend vanwege hun extreem goedkoop gemaakte en duur verkochte producten als The Flinstones en Scooby-Doo, maakten er een cartoon van. In beide versies zijn Josie and the Pussycats een groep tienermeisjes met kattenoren die wat milde avonturen beleven. De ‘pussy’ uit de titel heeft geen énkele seksuele connotatie.

Daarin verschilt de nieuwe incarnatie van Josie and the Pussycats: er is ruimte voor seksuele double entendres rondom de naam, én de mediawereld waarin de film zich afspeelt. In een cold open zien we bijvoorbeeld een optreden van de Backstreey Boys-achtige band Dujour met hun immer suggestief getitelde “Backdoor Lover”. De film blijft, ook als Dujour letterlijk de lucht in gaat, een parodie op de MTV-bubblegumpop van eind jaren negentig.

De vervanger van Dujour is de garageband Josie and the Pussycats, gespeeld door Rachel Leigh Cook, Tara Reid (die nooit beter was dan hier) en Rosario Dawson. Van de een op de andere dag worden ze een groot succes, onder leiding van platenbons Alan Cumming. Cumming zit samen met Parker Posey en het Pentagon in een complot om tieners producten te verkopen via subliminale boodschappen in de muziek van onder andere Josie en the Pussycats. Want wat goed is voor de economie is goed voor Amerika!

Deze kritiek op het kapitalisme gebruiken regisseurs en scriptschrijvers Deborah Kaplan en Harry Elfont vooral als kapstok voor een stortvloed aan metatekstuele grappen (waaronder een aantal subliminale boodschappen) en een shitload aan ironische product placement. Het is niet overdreven om te zeggen dat in werkelijk elk shot minstens vier of vijf logo’s van producten te vinden zijn, met als meest hilarische voorbeeld een douchecabine waarin de tegeltjes beplakt zijn met het McDonalds-logo.

Het lijkt misschien hypocriet om je film kritisch te laten zijn naar commercie en dan je beeld vol te stoppen met merkbeelden. Maar de filmmakers vingen er geen cent voor: het is letterlijk een stijlkeuze. En de film is meer dan alleen een makkelijk sneer richting MTV: de tiener die niet vatbaar is voor de muziek van Josie and the Pussycats draagt wel een Siouxsie Sioux-bandshirt, waarmee de filmmakers duidelijk maken dat ook de alternatieve muziekwereld niet vrij is van branding. En de mierzoete popliedjes van Josie and the Pussycats zitten prima in elkaar en zijn werkelijk aanstekelijk, mede te danken aan schrijfwerk van Babyface, Letters to Cleo, Adam Duritz (Counting Crows) en Adam Schlesinger (Fountains of Wayne).

Jammer is dat het einde valt in dezelfde valkuil als menig tienerfilm, waarin de protagonisten werkelijk uniek blijken te zijn en krachtig genoeg om de tirannie te verdrijven. Daarmee past Josie and the Pussycats in het straatje van bijna alle andere tienerfilms, die massaal de boodschap verkopen dat ‘jij uniek bent’ en afwijkt van de massa, net als Katniss Everdeen, Beatrice Prior en Thomas. In tegenstelling tot respectievelijk The Hunger Games, Divergent en The Maze Runner was Josie and the Pussycats een gigantische flop. Het lijkt wel alsof tieners er niet tegen kunnen dat er wordt beweerd dat ze gehersenspoeld worden als je dit niet verpakt in een dystopische metafoor.


Onderwerpen: , , , , ,


Reageer op dit artikel