Hij die teveel praat, doet zichzelf kwaad
Rohmers komedies en gezegdes (2): thematiek, tragiek en komedie

Le rayon vert

Het gezegde waarmee Eric Rohmer Pauline à la plage (1983) opent, “hij die teveel praat, doet zichzelf kwaad,” is bijna een zelfbewuste verwijzing naar zijn reputatie in de Verenigde Staten. Trage praatfilms, waar Gene Hackman in Night Moves (1975) over zegt: “I saw a Rohmer film once. It was kind of like watching paint dry.” Het gezegde slaat echter op mensen die het ene zeggen en het andere doen, en daardoor met zichzelf in de knoop raken, een terugkerend thema in Rohmers Comédies et proverbes.

Vorige week noemde ik in mijn artikel over de vrouwen in deze films al Le beau mariage en de naïeve Sabine, die zichzelf voor de gek houdt door te besluiten te gaan trouwen, met de eerste de beste vent die geschikt lijkt. Maar liefde en verbintenis kun je natuurlijk niet zo abstract afdwingen. Zij is niet de enige. Het gedrag van alle vier de volwassenen in Pauline à la plage staat in contrast tot wat ze beweren te denken en te voelen, en de arme vijftienjarige Pauline moet daaruit zien op te maken hoe liefde werkt. Geen wonder dat ze uiteindelijk besluit mee te gaan in de deceptie van haar oudere nicht. Ergens is het tragisch dat het schijnbaar volwassener kind meegaat in de spelletjes van de ‘echte’ volwassenen, maar eigenlijk is het vooral grappig.

Soortgelijke tragische en tegelijk komische zelfdeceptie is ook te zien in La femme de l’aviateur (1981), waarin de jongeman François zichzelf voor de gek houdt over de liefde van de iets oudere Anne. En het keert ook terug in Les nuits de la pleine lune (1984), waarin een Parisienne denkt dat een vriendje in de buitenwijken en een vriendje in de binnenstad het antwoord op haar problemen is. Maar dat blijkt uiteraard niet waar te zijn. Rohmer gebruikt dat idee om te verkennen hoe de balans tussen vertrouwen, onafhankelijkheid, zekerheid en persoonlijke voldoening werkt (en niet werkt) binnen een romantische relatie.

Le beau mariage

In de handen van Rohmer blijft bijna al het drama eigenlijk altijd stiekem wel leuk. Met zijn humoristische kijk op hoe mensen zich niet gedragen zoals ze zeggen, en de momenten van melancholie die daar kleur aan geven. Zowel de tragiek als de humor komen voort uit dezelfde absurditeit van natuurlijk menselijk gedrag. Absurd gedrag van soms eigenlijk best vervelende mensen, maar Rohmer benadert hen altijd met tederheid en empathie. Ook dat is wat zijn films zo aangenaam maakt.

De laatste twee films uit de cyclus, Le rayon vert (1986) en L’ami de mon amie (1987), gaan niet meer zozeer over die zelfdeceptie. De hoofdpersonages uit beiden komen er openlijk voor uit niet helemaal te weten wat ze willen, in plaats van zichzelf daarover voor de gek te houden. Zij zoeken niet zozeer naar mannen, maar vinden ze uiteindelijk bij toeval wel. Hoewel dat gelukkige momenten oplevert, betekent dat geen garanties voor de toekomst nadat het scherm op zwart is gegaan. Die blijft onzeker, net als het geluk van de dames.

In Le rayon vert is het al fijn dat Delphine het natuurfenomeen van de titel met iemand kan delen. Maar hoewel hij Dostojevski leest en lijkt te begrijpen dat hij zijn mond moet houden terwijl zij even onverwachts in huilen uitbarst, is er verder geen indicatie dat dit een match is die langer dan dat moment stand zal houden. In L’ami de mon amie wisselen de twee jonge vrouwen van vriendje, maar of ze daar echt gelukkig van zullen worden trekt Rohmer alleen al met de kleuren van hun kleding in twijfel (zie hieronder). Volgende week meer over Rohmers geheime wapens: zijn camerawerk en kleurgebruik, in het derde en laatste deel van deze reeks artikelen.

L'ami de mon amie


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel