Himizu en de moorden in Charleston
Art Disaster (3)

Iets meer dan een week geleden opende de 21-jarige Dylann Roof het vuur op een groep zwarte mensen in een kerk in Charleston, waarbij negen mensen overleden. Hij plaatste een manifest online, waarin hij zijn afgrijselijke daden probeerde te verdedigen met een flinke portie neonazistische denkbeelden, waaronder verwijzingen naar 88 (neonazi-code voor Heil Hitler) en een omarming van de vlag van de Confederatie, al tijden een omstreden symbool dat nog meer in opspraak is geraakt. In het manifest voegde hij ook het volgende citaat toe, uit wat hij zijn favoriete film noemde: “Even if my life is worth less than a speck of dirt, I want to use it for the good of society.’” Dit citaat komt uit Shion Sono’s Himizu (2011).

De verantwoordelijkheid van Roof

Filmmakers hebben naar mijn mening geen morele verantwoordelijkheid voor de ontvangst van hun film bij het publiek. Zodra de makers klaar zijn met de film houdt hun verantwoordelijkheid op, en is het aan de kijker wat er met de film gedaan wordt. Wanneer iemand zijn criminele acties voor een deel baseert op een film, of de film daar nu ideologisch aanleiding voor geeft of niet, ligt de verantwoordelijkheid bij die persoon zelf. Ik sta niet achter een John Grisham die Oliver Stone en zijn Natural Born Killers (1994) verantwoordelijk hield voor de daden van Sarah Edmondson en Benjamin James Darras, die een vriend van Grisham in koelen bloede vermoordden. Een grotere factor dan Himizu in de moorden in Charleston is, voorzichtig gesteld op basis van de nu bekende feiten, het onderliggende institutioneel racisme in Amerika, de makkelijke beschikbaarheid van wapens en het gebrek aan een sociaal vangnet in het leven van Dylann Roof.

Himizu en Roofs leven

Dat gezegd hebbende is het niet vreemd dat Dylann Roof een fascinatie had voor de film. Himizu loopt tot op zekere hoogte parallel met het leven van Roof. De film speelt zich af tijdens de nasleep van de aardbeving en tsunami in Japan op 11 maart 2011. Protagonist Sumida is een jongen die zijn hoofd boven water probeert te houden in het Japan van na de aardbeving. Hij woont in een verwaarloosde omgeving en wordt zwaar mishandeld door zijn vader. Hij probeert ongezien te blijven en looft zijn eigen onopvallendheid als één van zijn grootste kwaliteiten (gelijk de mol, ‘himizu’ in het Japans). Nadat hij zijn vader in een staat van verwarring doodslaat met een cilinderblok, vervalt Sumida in een depressie en besluit hij een vigilante te worden.

Het citaat uit het manifest van Dylann Roof zit in de eerste scène, waarin Sumida tot dit besluit komt. Het doel van Sumida is ‘de maatschappij te verlossen van het kwaad’, waarbij hij het voorzien heeft op verschillende Yakuza en kleine criminelen. Dylann Roof komt naar verluid ook uit een gewelddadig gezin, waarbij zijn vader hem mishandelde. Ook hij groeide op in een relatief arm gezin, en ziet zijn moorden als wraakactie richting een ‘verziekte maatschappij’.

Het verschil tussen Roof en Sumida is dat Sumida’s beeld van goed en kwaad minder rechtlijnig is: Sumida twijfelt de gehele film lang aan zijn ‘roeping’ als vigilante, al komt deze ‘roeping’ net als bij Roof uit een onvrede over de staat van de maatschappij. De onvrede in Himizu is vreemd genoeg tegenovergesteld aan Roofs ideologie: waar Roof zich vastklampt aan neonazistische, racistische en fascistische ideeën, daar richt Shion Sono duidelijk zijn pijlen op het fascistoïde verleden van Japan.

Himizu en neonazisme

In een secundaire verhaallijn probeert de buurman van Sumida de schuld die Sumida heeft bij een Yakuza-baas af te kopen door in te breken bij een neonazi. De neonazi, wiens huis versierd is met de parafernalia waar Roof ook mee koketteerde, wordt neergezet als een sneu figuur, wiens giftige ideologie en mentale staat gesymboliseerd worden door een woning in verval.

De neonazi kijkt een reportage op tv over de wantoestanden bij de Fukushima-reactor, die er voor zorgden dat er straling vrijkwam bij de aardbeving. Sono legt door de film heen een link tussen het mentale verval van de hoofdpersonen, en het morele en ideologische verval van een natie die weigert haar eigen fouten onder ogen te zien. De neonazi en de kernreactor zijn onderdelen van een maatschappij die probeert problemen als fascisme, kapitalisme en politieke corruptie glad te strijken. De doofpotaffaire wordt gesymboliseerd door de buurman die de neonazi steevast Hitler noemt, ook als hij deze letterlijk probeert te begraven: de Japanners hebben symbolisch Hitler begraven, maar zowel een aardbeving als een mol woelen de onderste grond weer boven.

Dat Roof de kritiek op de neonazi niet begrepen heeft, neemt niet weg dat Roof zichzelf ook ziet als iemand die de problemen van de maatschappij aanpakt: hij handelde vanuit het ideologische (doch giftig racistische) geloof dat zwarte mensen de blanke mens in de verdrukking helpen. Maar als het Japan van Himizu ergens een parallel zou hebben met South Carolina, dan zou het verleden dat ontkent wordt eerder het institutioneel racisme zijn waar Roof een uiting van is. South Carolina is één van de staten die nog de vlag van de Confederatie laat zwaaien – het symbool van de Zuidelijke Staten in de Amerikaanse Burgeroorlog, omstreden vanwege onder andere de connotatie met slavernij.

Bladzijdes: 1 2


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel