Himizu en de moorden in Charleston
Art Disaster (3)

Wraak als maatschappelijke ziekte

Terwijl Roof zichzelf zag als vigilante, die reageert op de ziektes van een maatschappij, blijkt de zieke maatschappij in Himizu ook een broedplaats voor moordenaars die vanuit het niets onschuldige burgers aanvallen. Sumida is slecht één van vier vigilantes die in de loop van de film lukraak met een mes op een menigte in beginnen te steken. Sumida probeert twee van de anderen zelf neer te steken, maar inspireert de derde tot zijn daden. De Japanse maatschappij is in Himizu goed verziekt, en Shion Sono gebruikt de aardbeving als symbool voor een maatschappij die geen voeten meer aan de grond krijgt. Een samenleving waarin geweld geweld inspireert, waarin de verschillen tussen arm en rijk steeds groter worden, waarin mensen uitgebuit worden door misdadigers en waarin ouders hun kinderen mishandelen (eveneens een symbool voor de eerdere generaties die de toekomstige generaties dwars zitten).

De ramp blijkt een verscherpende factor voor problemen die al langer speelden in de Japanse maatschappij. Maar de beelden van de puinhopen na de aardbeving symboliseren vooral de mentale staat van Sumida. Dylann Roof mag dan zijn inspiratie uit de film geput hebben, Himizu schetst bepaald geen rooskleurig beeld van de interne staat van Sumida. Zijn hoofd is een puinhoop, zijn leefomgeving eveneens. Roof zal zich misschien geïdentificeerd hebben met de ouderlijke terreur die Sumida ondergaat, maar het wreken biedt Sumida geen rust. Door de film heen probeert hij de tegenstrijdige gedachten rondom zijn vadermoord te begrijpen. Het omarmen van zijn gewelddadige aard brengt hem verder weg van verlossing. Sumida is geen held, geen verlosser van de euvels van de maatschappij. Hij is een verloren ziel in een verloren land.

Francois Villon, kunst en andere uitwegen

Door de film heen citeren Sumida en zijn vriendinnetje Keiko de gedichten van Francois Villon. Deze vijftiende eeuwse dichter en crimineel is vooral bekend vanwege zijn beschrijvingen van zijn misdaden, waaronder de doodslag van iemand met een rotsblok (geen groot verschil met Sumida’s vadermoord). Francois Villon vond een tijdelijke verlossing van zijn problemen en misdadigersleven door het maken van kunst. Hij vind een uitweg uit de ellende door deze om te zetten in woorden en beelden, net als Shion Sono van de aardbeving in Japan de film Himizu maakte.

De strekking van Himizu is dan ook niet hoe Sumida zich verliest in misdaad en vigilantisme, maar hoe hij zich weet te onttrekken aan deze neerwaartse spiraal. De laatste drie kwartier van de film bestaan uit scènes, waarin zijn buren en Keiko proberen om Sumida richting aan zijn leven te geven na de ontregelende gebeurtenis van de moord op zijn vader (net als Japan er weer boven op moest komen na de vernietigende aardbeving). De onvoorwaardelijke liefde van de buren en Keiko trekt hem bijna uit zijn destructieve spiraal. De film blijft Sumida’s gevoelens echter compliceren: Sumida twijfelt constant aan zijn moorddadige plannen en probeert deze uiteindelijk richting zichzelf te keren. Keiko lijkt hem geholpen te hebben met problemen, maar de remedie blijkt van korte duur. Het is uiteindelijk juist de Yakuza die een belangrijke factor blijkt in Sumida’s positieve ommezwaai. Mensen zijn niet goed of slecht. De toekomst staat niet vast en is niet hopeloos of hoopvol, maar ligt volledig open.

De nuance van Himizu versus de rigide levensvisie van Roof

Himizu is verre van zwart-wit en biedt geen gemakkelijke conclusies over de moorddadige neigingen van de mens. In een meesterlijke zet van nuanceren geeft Sono ook aan Keiko een getroebleerde achtergrond, met ouders die haar eveneens mishandelen. Maar Keiko blijkt onvoorwaardelijk trouw aan de mensen van wie ze houdt, en ongeneeslijk optimistisch. In Himizu is een rampzalig verleden geen voorwaarde voor moorddadig gedrag. Niets is zwart-wit, waardoor het extra verwonderlijk is dat Dylann Roof juist deze film uitkoos als zijn favoriet.

Want op aanvankelijke overeenkomsten tussen de levensloop van Sumida en Roof na, staat Himizu haaks op het wereldbeeld van Roof: Himizu‘s wereldbeeld is non-rigide, niet te verdelen in goed en slecht en staat negatief tegenover neo-nazisme. Shion Sono vraagt met zijn film om een verwerping van problematische tendensen in het verleden van een maatschappij, roept op tot compassie en begrip voor de verschopten en onderdrukten én verwerpt bovenal vergelding en moord als een antwoord op maatschappelijke problemen. Sumida vindt niet de rust die hij zoekt door mensen te vermoorden, verbetert de maatschappij niet en vindt uiteindelijk een klein sprankje hoop in de compassie van een medemens. De laatste scène toont Sumida rennend over straat, door de puinhopen van Japan en zijn eigen hoofd, terwijl Keiko achter hem aan holt: “Geef niet op, Sumida, geef niet op! Heb een droom.” Had Roof maar echt goed gekeken naar Himizu.

Bladzijdes: 1 2


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel