IFFR 2015 # 7: docu’s met stijl.

29 januari 2015 · · Filmfestival + IFFR 2015

Het grote probleem met veel docu’s is dat het onderwerp centraal staat en stijl vaak een bijkomende factor is. Zeker op het IDFA waren er veel docu’s met een pakkend onderwerp, maar weinig kunstzinnig in stijl. Op het IFFR, waar kunst voorop staat, en onderwerp op de tweede plaats, draaien wel een groot aantal docu’s die er ontzettend strak uitzien en uitblinken in stijl. Dat ze qua onderwerp ook nog de moeite waard zijn is mooi meegenomen.

Above and Below (2015)

Above and Below van Nicolas Steiner is een prachtig gefilmd, uitmuntend gemonteerd, en hyper-empathisch meesterwerkje. De docu volgt een drietal verhaallijnen, rondom mensen die zich hebben afgezonderd van de rest van de samenleving, en die dromen van betere tijden en plekken. We volgen een drietal mensen die leven in de tunnels onder Las Vegas, het koppel Rick en Cindy en tunnelbaas Lalo; de montere meid April, die zichzelf klaarstoomt voor een leven op Mars, en in een woonexperiment in Utah leeft waar de omstandigheden van Mars worden nagebootst voor wetenschappelijke doeleinden; en tenslotte Dave, een muzikale einzelgänger die midden in de woestijn in Californië woont, in zijn eentje en daar zijn dagelijkse leven spendeert met wachten en overleven. Alle vijf de mensen dromen van een beter bestaan, en hebben de nodige kleerscheuren in familieverband meegemaakt. Allen zoeken een bepaalde mate van geborgenheid en zijn op zoek naar een beter leven, buiten de aarde, op de aarde, onder de aarde.

De manier waarop regisseur Nicolas Steiner de drie wild verschillende narratieven met elkaar verbind is uiterst associatief. Vaak zit de link tussen de mensen in een half uitgesproken woord, een niet volledig gevormde gedachte van één van de protagonisten, of een diep menselijk verlangen. Nicolas Steiner heeft een groot oog voor de wensen en verlangen van zijn onderwerpen, en toont deze op uiterst empathische wijze. Alle vijf de mensen hebben hun eigenaardigheden en problemen en Steiner toont deze zonder oordeel of opsmuk: wanneer Rick en Cindy tegen het einde van de film een crackpijp roken wordt dat niet uitgebuit in sensatiebeluste details, maar is dit slechts één van de dingen die we te weten zijn gekomen over Rick en Cindy. Ze worden niet gereduceerd tot verslaafden of zwervers, net zoals de andere vijf personages niet gereduceerd worden tot hun zwakste kanten. April lijkt sociaal vluchtgedrag te vertonen, maar heeft daarnaast ook enorm veel inzicht en humor. Dave lijkt, in uitspraken en gedrag, soms een wat simpele ziel, maar is muzikaal een genie en uiterst pragmatisch en doortastend in het dagelijks leven. Steiner observeert, toont de goede en slechte kanten van mensen, maar laat vooral alle facetten zien.

Deze facetten laat hij naar voren komen door de juxtapositie van de verhalen. Wanneer Rick en Cindy praten over hun kleindochters linkt Steiner dit aan April’s teleurstelling in haar vader, en in Dave’s verloren contact met zijn dochter. Eenzelfde associatieve denkwijze wordt ook visueel doorgevoerd, waarbij er soms semi-fictionele stijlmotieven worden geïntroduceerd om de flow van de film te waarborgen. Wanneer Dave met een pingpong-balletje aan het gooien is, en April tafeltennist met haar ruimtevrienden, verbind Steiner deze beelden door de tunnels waar Rick en Cindy en Lalo wonen onder te laten lopen met pingpongballetjes. Een visuele ingreep, die echter wel toont hoe naadloos Steiner de beelden in elkaar laat overlopen.

Het vloeiende narratief, en de naadloze editing, zijn bijna ongelooflijk in hun perfectie, zeker wanneer tegen het einde Steiner een aantal vormen van beeldrijm creëert rondom Rick en Cindy’s ritje in een achtbaan. De manier waarop het ritme en de bochten van de achtbaan het ritme van alle drie de sequenties dicteert is van zeldzaam hoog niveau voor een documentaire. De lyrische toon, de poetische terzijdes, de associatieve beeldrijm, de prachtige composities: Above en Below heeft stilistisch een compleet eigen smoel en herdefinieert hoe een documentaire er uit kan zien. De vraag of bepaalde stilistische handvaten niet te veel neigen naar fictieve injecties in een non-fictioneel narratief, is misschien terecht. Maar wanneer dat een film oplevert die op technisch vlak uitmuntend is, en op emotioneel vlak lang door resoneert, dan mag die vraag wat mij betreft ongesteld blijven.

★★★★★

Beyond Clueless (2014)

De tienerfilm. Blogger Charlie Lyne, van het uberhippe en goed geschreven blog Ultraculture, weet er alles van. Als recensent staat hij bekend om zijn kritische pen en zijn goed onderbouwde stukken, en ook in zijn debuut als regisseur heeft hij zijn research uitstekend gedaan. Beyond Clueless is een extreem grondige blik op de onderliggende structuren van de tweede golf van tiener(seks)komedies die volgden na Clueless (na de eerste golf van John Hughes-films in de jaren ’80), een stroom die ophield kort na meesterwerk Mean Girls. Charlie Lyne laat de kritische noot waar hij om bekend staat grotendeels achterwege, want Beyond Clueless is vooral een ode aan een genre dat weinig serieuze aandacht heeft gekregen.

Beyond Clueless is opgebouwd in een aantal hoofdstukken, die tezamen gezien de onderliggende structuur van vrijwel elke tienerfilm uit die periode schetst. De film introduceert dit basisplot aan de hand van The Craft, en gaat vervolgens thematisch door alle stappen heen: van de introductie van de verschillende subculturen, via verschillende omwegen, tot de hervonden individualiteit van de hoofdpersoon. De structuur van een gemiddelde tienerfilm lijkt uiteindelijk op de narratieve structuur zoals Joseph Campbell die schetst in zijn boek Hero With a Thousand Faces, en iedereen die lichtelijk bekend is met de narratieve structuren van literatuur en film, zal weinig nieuws meer te weten komen. Het feit dat deze onderliggende mythologische structuren net zo goed te vinden zijn in wat mensen soms zien als het summum van low brow zal wel een eye-opener zijn voor sommige filmsnobs.

Beyond Clueless breekt namelijk een lans voor de humor en intelligentie die te vinden zijn in de tienerfilm. Zodra Charlie Lyne de onderliggende blauwdruk loslaat, en uitstapjes neemt naar individuele voorbeelden, komt de film nog meer tot leven, in serieus uitgekiende en slimme analyses van (onderschatte) films als Jeepers Creepers, Idle Hands, Eurotrip en Josie & the Pussycats. Regelmatig wanneer Lyne een film gaat onderbouwen begon de zaal te lachen, vanwege de slechte reputatie van enkele van de besproken films. Elke film die het opneemt voor Josie & The Pussycats verdient het om serieus genomen te worden als filmkritiek. Charlie Lyne’s Beyond Clueless werkt het best wanneer hij de ondergeschoven kindjes een plek in de spotlight gunt, want de film blijft helaas soms iets te veel hangen in de globale lijn van de tienerfilm.

Deze scènes die ingaan op globale thematiek en terugkerende motieven zijn alom aanwezig, en de film valt hier en daar in herhaling. Gelukkig blijkt Charlie Lyne uitstekend uit de voeten te kunnen met de montagetafel, en de sequenties waarin hij terugkerende motieven achter elkaar plakt munten uit in goede timing en goed gekozen beeldmateriaal. De liefde voor de tienerfilm is zichtbaar, en komt ook naar voren in de toffe soundtrack van Summer Camp, en de keuze voor Fairuza Balk als commentaarstem. Fairuza Balk is misschien wel de meest bizarre van alle tienerqueens, met rollen in films The Craft, American History X en Almost Famous, die allemaal terugkeren in deze film. In deze uitzinnige keuze toont Charlie Lyne de kracht van zijn film: het feit dat hij niet blijft hangen bij de geijkte klassiekers, maar net iets verder kijkt dan zijn neus lang is, naar titels als The Rage: Carrie 2, Ginger Snaps en The Rules of Atrraction.

★★★★☆


Onderwerpen: , , , , ,


Reageer op dit artikel