India door de ogen van Bollywood (1)
Scheidslijnen binnen de Indiase samenleving

6 juli 2015 · · Beschouwing + Salon India

Mijn eerste en enige bioscoopervaring in India bleek achteraf veel te zeggen over Bollywood. Op een zondagmiddag stroomde het plein voor een modern multiplex in Udaipur vol met relatief welgestelde jongeren, terwijl een veel goedkopere bioscoop iets verderop een uitgestorven indruk maakte. De doelgroep van de nieuwste Bollywoodblockbuster was duidelijk: jong, welgesteld en uit de grote stad. Vooral die laatste twee elementen verklaren voor wie de films zijn, maar daarmee ook over wie de films gaan.

Mumbai is niet alleen de stad waar Bollywood haar eindeloze stroom films produceert, het is ook de achtergrond waartegen de meeste van die films spelen. Vreemd genoeg worden die films bevolkt door personages die Rachel Dwyer in Bollywood’s India omschrijft als ‘north India high-caste Hindu’s’, oftewel het prototype ontwikkelde Indiër. En: niet de regio van Mumbai dus. Het niet al te karakteristieke Mumbai doet dan ook vaak anoniem dienst als gewoon een grote stad. Andere Indiase metropolen moeten zelfs Londen en New York voor zich laten als populaire filmlocaties. Wat weer verklaard wordt door het grote aantal Indiërs in de VS en het Verenigd Koninkrijk, die als interessante doelgroep óók bediend moeten worden. Het platteland komt er als filmlocatie al helemaal bekaaid vanaf.

Bollywoods ideaal van een kasteloze samenleving

Naast klasse en regio laat India zich natuurlijk ook verdelen naar religie (waarover in een later artikel meer) en kaste. Het kastenstelsel, dat een religieuze oorsprong kent, zorgt nog altijd voor een hardnekkige maatschappelijke hiërarchie. Sinds de onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk en daaropvolgend progressieve bewinden is er wel wat ten goede veranderd. Zo is er een groot systeem van positieve discriminatie bij overheidsfuncties, om lagere kasten vooruit te helpen. Hoe hardnekkig kastenonderscheid is blijkt uit de ongeschreven regel dat het eenvoudiger is een niet-Indiër te trouwen dan iemand uit een andere kaste.

In films is de gehele kastensystematiek echter opvallend weinig terug te vinden. Soms wordt er à la Romeo and Juliet een plot gebouwd rond geliefden uit verschillende (sub)kasten, zoals in het meermaals verfilmde drama Devdas (o.a. 2002) of de komedie Dabangg (2010). In politieke films komt kastenonderscheid vaker voor, als tegenpolen elkaar in de politieke arena bestrijden. In Raajneeti beklimt een Dalit (kasteloze) de politieke ladder, om in een gevecht met halfbroers uit een hoge kaste verzeild te raken.

Het zijn uitzonderingen op de regel, want verder is kaste een goeddeels genegeerd onderwerp in Bollywood. De verklaring kan volgens Dwyer in verschillende richtingen gezocht worden. Zoals gezegd worden Bollywoodfilms door een tamelijk homogene groep Indiërs bevolkt; de (hogere) middenklasse, behorend tot dezelfde (hogere) kasten. Tussen gelijken is kastenonderscheid nu eenmaal minder een issue. De filmindustrie bestaat ook merendeels uit deze groep Indiërs, net als de doelgroep van Bollywoodcinema. Ten slotte zou ook schaamte over dit achterhaalde concept in moderne tijden een rol kunnen spelen. Al met al belicht Bollywood daarmee een Indiaas ideaal van een kasteloze samenleving, die helaas maar weinig met de realiteit te maken heeft.

India in een notendop: Swades

Een film die veel van de bovengenoemde scheidslijnen in de Indiase samenleving succesvol belicht is Swades (2004). In de hoofdrol superster Shah Rukh Khan, gespecialiseerd in rollen van Indiër in de diaspora. Hij speelt Mohan, een NASA-wetenschapper die in India op zoek gaat naar de vrouw die hem na de dood van zijn ouders heeft opgevoed. Mohan vindt haar in een afgelegen dorpje, waar hij schrikt van de achtergebleven ontwikkeling van het platteland. De stroom valt vaak uit, er is geen internet en educatie heeft geen prioriteit.

Vermoedelijk is dit India net zo exotisch voor Mohan als het voor de gemiddelde Westerling zou zijn. Zo groot is de kloof tussen platteland en metropool. Tussen ontwikkelde Indiërs met mogelijkheden in het buitenland te werken en arbeiders onderaan de maatschappelijke ladder. Tussen een brahmin (de hoogste kaste, waar Mohan toe behoort), en de laagste kasten.

Wat de film zo sterk maakt is dat de film op een impliciete manier vooral gaat over wie of wat de Indiër is. Kan de verwesterde Mohan zich thuis voelen in dit India? Is Indiër zijn een oergevoel dat dwars door alle scheidslijnen iedereen verenigt? Als buitenstaander kan Mohan in ieder geval onbevangen kijken naar de staat van het land. Kritiek is daarbij niet van de lucht. Bijvoorbeeld dat zo gemakkelijk wordt berust in het gebrek aan ontwikkeling, want ja, Indië heeft toch fantastische tradities en cultuur? Het precies die dubbelheid waar ik, en waarschijnlijk vele bezoekers van het land, niet aan kan ontkomen. Ik houd enorm van India en de mensen, maar o, o, o, wat heeft het land nog een lange weg te gaan. Zowel die liefde, als die afkeer worden krachtig invoelbaar gemaakt. Mocht je deze themamaand maar één Indiase film gaan kijken, laat het dan deze zijn.


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel