Inherent Vice (2014)
Totale overgave vereist bij nieuw samenspel tussen Paul Thomas Anderson en zijn publiek

Joaquin Phoenix en Benicio Del Toro in Inherent Vice

Een nieuwe film van Paul Thomas Anderson is altijd een behoorlijke gebeurtenis in filmland. In het verleden kon het echter nog weleens jaren en jaren duren voordat Anderson met een nieuwe titel kwam, maar gelukkig is de wachttijd tussen het geniale The Master (2012) en PTA’s nieuwste film Inherent Vice slechts twee jaar. Is zijn meest recente werk van het eerdere zeer hoge niveau of was het misschien beter geweest als de filmmaker wat meer tijd genomen had?

Het omschrijven van de plot van Inherent Vice is eigenlijk onbegonnen werk. De film – gebaseerd op de gelijknamige roman van de veelal als onverfilmbaar omschreven schrijver Thomas Pynchon – begint met een gesprek tussen privé-detective Larry “Doc” Sportello en zijn ex-vriendin Shasta Fay Hepworth die Doc vraagt om haar te helpen met de voorkoming van een ontvoering. Wat volgt is een lange serie aan gebeurtenissen waarbij Doc via verschillende ontmoetingen stukje bij beetje dichter bij de oplossing van het mysterie komt. Of toch niet?

Inherent Vice valt of staat met de overgave van de kijker totaal mee te gaan met dit krankzinnige verhaal. Wil je persé een komische misdaadfilm waarbij je alles uitgelegd wordt en het leidt naar een logisch einde, dan ben je bij Inherent Vice helemaal aan het verkeerde adres. Het gaat bij Inherent Vice ook niet zozeer om de plot en dus de speurtocht, maar om de stijl – de sfeer zo je wilt -, de dialogen, het tijdsbeeld en de bijzondere personages. Het verhaal speelt zich in het begin van de jaren 70 af in Californië waar drugsgebruik legio is en zeker Doc zich flink uitleeft. Deze elementen zorgen ervoor dat er heel duidelijk drie klassiekers binnen het genre meteen in de gedachte opkomen en je de hele film bijblijven. Ik heb het vanwege de vreemde humor en het drugsgebruik over The Big Lebowski (1998), qua neo-noir aspect, tijdsbeeld en locaties over The Long Goodbye (1973) en vanwege de krankzinnige en niet uit te leggen plot over The Big Sleep (1946). Drie titels waar Anderson duidelijk inspiratie uit heeft gehaald zonder overigens aan jatwerk te doen, Inherent Vice is volstrekt origineel en uniek.

Het is aldus van eminent belang dat de overige elementen van Inherent Vice zeer goed verzorgd zijn aangezien je je niet aan het verhaal kan vastklampen. Gelukkig slaagt de film hier wonderwel in. Joaquin Phoenix zet wederom een fraai staaltje acteerwerk neer waarbij hij de hogere sferen van drugs uitstekend weet te spelen en zo nu en dan een explosieve kant laat zien. Phoenix zit feitelijk in iedere scène en dus wordt zeer veel van hem geëist, maar hij gaat de uitdaging aan met succes. Anderson heeft Phoenix omringd met een waanzinnige groep topacteurs die vaak niet meer dan één scène hebben. Het heeft net als de uitleg van de plot geen zin om ze allemaal op te noemen want het zijn er echt ontzettend veel, maar laat ik het er op houden dat zowel Josh Brolin als Katherine Waterson het meest mogen schitteren en meedoen met de geflipte teksten die Phoenix uitspreekt (“Molto pan-a-cake-u” wordt zonder meer een quote met grote cultstatus). Let overigens op de namen van al deze personages omdat vrijwel ieder een naam heeft die overdreven bizar is en regelmatig gerelateerd is aan film. Shasta Fay Hepworth is uiteraard een potpourri van klassieke actrices uit het genre, maar er is bijvoorbeeld ook een personage die Voorhees-Krueger heet.

Qua sfeer is het in het begin even wennen omdat Anderson ervoor heeft gekozen met 35mm te schieten waardoor je een echte ouderwetse look krijgt. Een sleutelrol is hier ook weggelegd voor cameraman Robert Elswit die zeer subtiel vakwerk aflevert. Veel lange scènes in Inherent Vice bestaan uit een lang shot – soms minutenlang – en Elswit zoomt zo traag in dat het velen niet eens zal opvallen, maar na verloop van tijd merk je pardoes dat de camera van redelijk ver weg naar close up is gegaan. We weten van Anderson dat hij van gecompliceerde shots houdt en deze subtiele wijze van cameravoering laat zien dat ogenschijnlijk doodeenvoudige zooms ook briljant kunnen zijn. En dan is er nog de zeer eclectische soundtrack. Anderson wisselt jaren 70 hits van onder meer Neil Young en Can af met een geheel originele en ontzettend atmosferische score van Jonny Greenwood. De mix van deze twee volstrekt verschillende geluiden geeft Inherent Vice net die extra hypnotische sfeer die het zo nu en dan vanwege de lange speelduur nodig heeft.

De zeer afwisselende ontvangst in de Verenigde Staten (zelden heeft een film voor zulke totaal verschillende reacties gezorgd van geniaal en getrouw naar godsgruwelijk saai en all over the place) is begrijpelijk en ook bij ons zullen de debatten na het zien van de film hoog oplopen, Inherent Vice polariseert en eist van de kijker niet alleen totale aandacht maar vooral totale overgave. De film is wat dat betreft wel in hetzelfde licht te zien als Inland Empire (2006) van David Lynch. Of je gaat drie uur lang mee met het hypnotische mysterie en van de hak op de tak springende scènes of je geeft het gauw op. Inherent Vice vraagt 150 minuten lang hetzelfde, maar wie bereid is mee te gaan met de curieuze en zwart-komische reis van Anderson krijgt er zeer veel voor terug. En dan te bedenken dat dit bij lange na niet de beste film van PTA is, zo volstrekt uniek en magnifiek is deze filmmaker.
★★★★½


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel