Jai Hind!
De rijkdom en diversiteit van Indiase cinema

India

India heeft een rijke en diverse filmgeschiedenis, die in het Westen en zeker in Nederland helaas nauwelijks bekend is en vaak verkeerd begrepen wordt. De Indiase film is veel meer dan alleen maar Bollywoodfilms, en de moderne Bollywoodfilm is diverser dan alleen het romantische melodrama met dans en zang (niet dat daar iets mis mee is). Twee jaar geleden bestond de Indiase film honderd jaar en vierde men de nationale cinema uit alle taalgebieden en regio’s, van commerciële successen tot de gevierde Parallel Cinema.

Kaart India

De regionale cinema in India

India bestaat uit meer dan dertig deelstaten, die vaak ingedeeld zijn rondom taalgebieden en enkele etnische groepen. Er worden drieëntwintig officiële talen gesproken (waarvan zes in de top twintig van meest gesproken talen ter wereld), nog eens honderd kleinere talen en in totaal ongeveer 1600 dialecten. Hindi is de grootste taal, die door meer dan 250 miljoen mensen wordt gesproken, en is samen met Engels de nationale taal die door de overheid wordt gebruikt. In gebieden waar Hindi overheerst is het de eerste taal, maar in andere gebieden juist pas de derde of vierde taal, achter de lokale dominante taal en het Engels.

De grotere taalgebieden hebben allemaal hun eigen filmindustrie in de eigen taal, met Bollywood als uitzondering. We hebben al eens een ”Intro tot India” artikelenreeks gehad op Salon Indien, waarin aan de hand van vier films vier regio’s werden uitgelicht, en verschillende aspecten van de Indiase filmgeschiedenis werden toegelicht. De bekendste regionale cinema is die van West-Bengalen, vooral dankzij de export van Satyajit Ray naar het westen (over hem zal nog meer geschreven worden deze maand), wat in het uiterste oosten van India ligt. Andere prominente regionale cinema’s zijn die in het zuiden van India: De Malayalam cinema uit Kerala, vernoemd naar de lokale taal, de filmindustrie uit Telugu en Tamil films uit Tamil Nadu – waarvan de bekendste regisseur Mani Ratnam is.

Man of the Story

Dat de Indiase film uit veel meer dan Bollywood bestaat, moge duidelijk zijn. Bollywood is vernoemd naar de oude naam van Mumbai: Bombay. Deze wereldstad ligt echter in Maharashtra, waar Marathi de voertaal is. Maar naast die taal wordt er ook veel Hindi, Engels en Gujarati (door de vele immigranten uit de naburige staat Gujarat) in de stad gesproken. Doordat in Bollywoodfilms Hindi wordt gesproken ontstijgt Bollywood de eigen regio. Bollywood is in staat om haar films in een groot deel van India te distribueren, vooral in het Noorden waar veel Hindi wordt gesproken. Een misvatting is dat in Bollywood per jaar meer dan duizend films worden gemaakt, waarmee het de grootste filmindustrie ter wereld zou zijn. Uit Bombay komen echter jaarlijks op zijn hoogst rond de tweehonderd films uit.

De productie uit Tamil Nadu en uit Telugu is bijna even groot. Alleen het totaal van alle Indiase films komt in de buurt van die duizend. Het verschil is dat het gros van de lokale producties nooit voorbij de regio komen, zeker de commerciële films. Terwijl Bollywood beschikt over nationale en zelfs wereldwijde distributie. Het Bollywood zoals wij dat kennen ontstaat echter pas eind jaren veertig, na de onafhankelijkheid van India en de tweedeling tussen India en Pakistan – op het Indiase subcontinent bekend als ‘De Partitie’ (beide in 1947).

Raja Harischandra

Een zeer beknopte geschiedenis

Raja Harischandra (1913) van pionier Dhundiraj Govind Phalke wordt beschouwd als de eerste volledige, narratieve Indiase film. Bijna al het talent in deze vroege jaren van de film kwam van het Parsi theater, dat met zijn integratie van muziek in het verhaal van grote invloed was op de populaire Indiase cinema, zeker vanaf de introductie van geluid. De eerste geluidsfilm, Alam Ara (1931), wordt dan ook aangekondigd als een “all-talking, all-singing, all-dancing film” en was zo’n succes dat iedereen meteen probeerde na te bootsen. Indrasabha (1932) is daar een goed voorbeeld van, met maar liefst zeventig liedjes. Het is deze nadruk op muziek en dans waardoor de Indiase film in eigen land succesvol kan concurreren met Hollywood, omdat het Indiase publiek deze vertelvorm al kende van het theater – dat naast Parsi nog vele andere (regionale) varianten kent. Het blijft onder de Engelse overheersing echter lastig om een echte nationale cinema op te bouwen.

Na de Partitie is daar wel de mogelijkheid voor. Er is ruimte voor de ontwikkeling van regionale cinema en voor de groei van commerciële Hindi cinema, die na een tijd Bollywood wordt genoemd. Als alternatief daarvoor ontstaat later ook de zogenaamde Parallel Cinema. De naoorlogse geschiedenis van Bollywood kent ongeveer vier fases, die telkens bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen reflecteren.

Deewaar

In de jaren vijftig en zestig overheerst een optimisme over het nieuwe India en een geloof in de toekomst van het net onafhankelijke land. In de jaren zeventig en tachtig volgt daarop teleurstelling en is dat geloof grotendeels verdwenen, waardoor criminelen vaak de held zijn en de autoriteiten de schurken. In de jaren negentig wordt na economische liberalisatie de focus verlegd van klassenverschillen naar rijkdom, en wordt de diaspora belangrijk – als personages en als publiek. De grootste kaskrakers draaien opeens drie uur lang om één bruiloft. In de éénentwintigste eeuw komt de laatste en huidige fase op: dankzij de introductie van de multiplex wordt de stedelijke middenklasse een belangrijk publiek, wat leidt tot een diverser filmlandschap. Waarbij zelfs ruimte is voor commerciële films zonder zang of dans, zogenaamde ‘Hindie’ cinema.

Die middenklasse, die niet zoveel trek had in de commerciële Bollywoodfilms, kon voorheen slechts terecht bij de Indiase arthouse film. Bollywood domineerde de distributiekanalen echter zo, dat de overheid probeerde een alternatief te creëren: de Parallel Cinema. Het is specifiek een term voor de films die aan productie en distributie werden geholpen door een fonds van de overheid, met als onafhankelijk low-budget hoogtepunt de periode 1969-1979. De term wordt tegenwoordig soms gebruikt als synoniem voor alle alternatieve cinema uit heel India, als een soort beweging die ter contrast tegen Bollywood dient. Van de beginperiode van de jaren veertig tot zestig, tot de terugval in de jaren negentig en de recente heropleving waartoe ook die ‘Hindie’ films worden gerekend. Dit zijn de films die India internationaal op festivals erkenning geven in de filmwereld, ondanks de bekendheid van Bollywood. Bij Salon Indien besteden wij deze maand extra aandacht aan beide aspecten van de Indiase cinema, van toen en nu.


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel