Jurassic World (2015)
Veel gebrul maar weinig wol

12 juni 2015 · · Première + Ramp-zalig!

Jurassic World

George Miller bewees vorige maand met Mad Max: Fury Road (2015) dat je met de juiste aanpak prima een oude filmserie weer nieuw leven in kan blazen. Jurassic World bewijst deze week helaas dat dit een uitzondering was. Het verschil is allicht dat Fury Road duidelijk de visie van een artiest is, terwijl Jurassic World overkomt alsof hij in een vergaderzaal is geboren, waarna er twintig scriptschrijvers overheen gingen om er vlees nog vis van te maken. Personages en een plot om zo snel mogelijk (zonder moeite) weer te vergeten. Alleen de volledig uit de computer getoverde dinosauriërs overtuigen echt in dit matige vervolg op Jurassic Park (1993).

Natuurlijk kan de vierde Jurassic Park film het nooit bij de eerste halen. De bewondering van de personages voor dat het tot leven wekken van dinosauriërs viel samen met die van de kijker voor hoe levensecht de dinosauriërs overkwamen op het grote doek. Er zit een soortgelijk moment in de nieuwe film, met dezelfde muziek, maar alles wat we zien is een modern pretpark. Niet alleen is Jurassic World het uitmelken van een oud merk, de makers vragen daar ook nog eens op cynische wijze ontzag voor. Net zoals de vele andere verwijzingen naar de eerste film, is het enige effect echter een terugverlangen naar het origineel.

Op dat moment hebben we overigens nog geen dinosauriër gezien, wat slimme opbouw lijkt. Maar dat wordt teniet gedaan doordat we daarna meteen eerst de Mosasaurus en de nieuwe Indominus Rex te zien krijgen. Later krijg je dan nog een kopie van de scène met de rennende Gallimimi uit Jurassic Park. De personages zijn enorm onder de indruk, maar hoe moet je als kijker nog delen na de eerdere film én die andere, imposantere creaturen al gezien te hebben? De makers waren zich hier wel enigszins van bewust. Er wordt veel gesproken over hoe dinosauriërs op zich geen bezoekers meer trekken en er om de zoveel jaar attracties bij moeten komen die “groter en gevaarlijker zijn, met meer tanden.” Die zelfbewustheid zet zich verder helaas nergens in om, behalve in wat flauwe grapjes en de Indominus Rex, die inderdaad al die attributen heeft.

De mensen zijn dom en/of irritant, hun ontwikkelingen ongeloofwaardig (inclusief een geforceerde romance) en de opbouw en uitwerking van het verhaal hinken voortdurend op twee gedachtes totdat ze van de wanhoop omvallen. Toch wordt Jurassic World hier en daar nog spannend, bijna puur door de dinosauriërs zelf. De allesverslindende Indominus Rex, het resultaat van een experiment waarbij het DNA van verschillende dinosauriërs is gecombineerd, maakt mede dankzij haar onvoorspelbaarheid en zeer goede CGI telkens weer indruk. Ondanks dat de menselijke personages nauwelijks boeiend zijn wordt de film toch spannend in de scènes dat ze opgejaagd worden door dit angstaanjagende beest.

Een andere goede scène is de The Birds-achtige aanval van vliegende dinosauriërs op de bezoekers. Jurassic World is zo nu en dankzij de dinosauriërs nog wel vermakelijk. De film is eigenlijk op zijn best in scènes dat de Indominus Rex het op andere dinosauriërs gemunt heeft, en de mensen een minimale rol spelen. Het helpt daarbij dat de CGI animaties van de dinosauriërs zeer goed gedaan zijn. Helaas zijn die momenten te spaarzaam om Jurassic World te redden van de matigheid eromheen.

★★☆☆☆


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel