L’Homme de Rio (1964)
Jean-Paul Belmondo als Frans antwoord op James Bond

23 oktober 2015 · · Beter dan Bond? + Kritiek

Jean-Paul Belmondo in L'Homme de Rio

Toen in 1962 Dr. No het licht zag, betekende dit niet alleen het startpunt van een van de meest beroemde en geliefde filmseries, maar ook van een geheel genre dat vanaf dat moment een geweldige boost kreeg. Twee jaar werd de formule van actie, avontuur en humor helemaal vastgesteld met Goldfinger (1964), de inmiddels zo bekende mix van een actierijk verhaal met uitzinnige personages en exotische locaties werd hiermee bepaald. Hetzelfde jaar kwam in Frankrijk L’Homme de Rio uit, een evenzo krankzinnige actiefilm met een avontuurlijk tintje en prachtige locaties. Het was het Franse antwoord op James Bond en wie anders dan Jean-Paul Belmondo was de grote ster.

Belmondo is Adrien, een militair die tijdens zijn verlofdagen de halve wereld moet oversteken om zijn vriendin te redden van allerlei ongure types. De doldwaze achtervolging leidt van Parijs naar Rio tot aan Brasilia en diens omliggende jungle. Het heeft allemaal iets van doen met drie mystieke beeldjes die naar grote rijkdom zouden moeten leiden, maar echt van eminent belang is dit niet. L’Homme de Rio is de grote Belmondo-show, de man rent vrijwel de gehele film van hot naar ver en doet vrijwel alle stunts zelf. Het is indrukwekkend om te zien waartoe de acteur in staat is. Op de motor, rennend over vlonders, balancerend in een bouwterrein tientallen meters hoog; niets is Belmondo te gek en zodoende ontpopt de man zich tevens als het Franse antwoord op Steve McQueen, de Hollywood-acteur die ook bekend stond om zijn fysieke capriolen.

Jean-Paul Belmondo in L'Homme de Rio

Qua verhaal stelt L’Homme de Rio aldus niet zo gek veel voor, des te curieuzer is het dat juist een film als deze een Oscarnominatie mocht ontvangen voor beste scenario. De toevalligheden worden aaneen geregen en Adrien presteert het om al rennend de vijand bij te benen terwijl deze in een auto zit of ander veel sneller vervoer gebruikt. Het is overduidelijk allemaal te doen om de grootschalige achtervolgingen en actie, bijgevuld met een flinke dosis humor. En in tegenstelling tot de James Bondfilms waar technische foefjes en intrige een grote rol speelt, is L’Homme de Rio een echt fysieke aangelegenheid welke misschien nog wel het meest wegheeft van een Jackie Chan-productie.

Op zijn sterkst is de film zodra het frappant genoeg Rio de Janeiro achter zich laat en naar de hoofdstad Brasilia trekt, een wonderlijke en ‘gemaakte’ moderne stad vol met futuristische architectuur en torenhoge gebouwen. Ten tijde van L’Homme de Rio was Brasilia nog in behoorlijke aanbouw en het zorgt ervoor dat de film bijna fantastische trekjes krijgt. Er is namelijk bijna niemand woonachtig in de stad en het lijkt bij tijden wel of de apocalyps heeft toegeslagen en iedereen pardoes van de aardbodem verdwenen is. Maar ook in deze bizarre verlaten omgeving speelt Belmondo met de wetten van de zwaartekracht, acrobatisch lopend over balken op de top van een wolkenkrabber. Het is even indrukwekkend als ook ontzettend onderhoudend.

Jean-Paul Belmondo in L'Homme de Rio

De film is niet geheel gespeend van enige intrige en er zitten zelfs een aantal aardige verassingen qua plot in omtrent het personage gespeeld door Adolfo Celi – die overigens een jaar later de schurk zou spelen in de James Bondfilm Thunderball (1965). Het is een van de vele verbanden die L’Homme de Rio heeft met James Bond. Het is dan wel niet zo spionage-gerelateerd als bijvoorbeeld de Lemmy Cautionfilms of de onderbroekenlol van Les Charlots die met Bons Baisers de Hong Kong hun Bond-parodie in handen hadden, maar L’Homme de Rio ademt desalniettemin toch echt de sfeer van Bond uit met mooie vrouwen, zonnige locaties, superschurken en hun dommekrachten en uiteraard de koene held; al is Adrien in dit geval meer een verdwaalde en bijna Hitchcockiaanse anti-held dan echt een superspion.

In een tijd van zwakke imitaties en parodieën op de nog jonge James Bondformule (Casino Royale uit 1967 is bijvoorbeeld een abominabel voorbeeld hiervan) is L’Homme de Rio een zeer vermakelijke en tegelijkertijd oliedomme achtbaan aan achtervolgingen, stunts en knokpartijen. Het sleutelwoord is gelukkig vermakelijk, want de film raast zo duizelingwekkend snel voorbij dat zelfs even rusten er nauwelijks bij is. Qua verhaal en ook afwisseling kan de film zich niet meten met de Bondfilms uit de jaren zestig, maar als curiositeit en poging tot een variant op die films is L’Homme de Rio behoorlijk geslaagd en een schoolvoorbeeld van fysiek acteren.


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel