Meet Me in St. Louis (1944)
Kennismaken met Minnelli’s musicals (1)

Meet Me in St. Louis (1944)

Musicals, tja, tot nog toe nooit echt mijn kopje thee geweest. Veel musicals heb ik dan ook nog niet gezien. Uiteraard heb ik vroeger The Sound of Music (1965) wel eens onder ogen gehad en heb ik een vermakelijke film als Gentlemen Prefer Blondes (1953) in de kast staan maar niet per se vanwege het muzikale karakter. Singin’ in the Rain (1952), volgens velen de beste musical allertijden wist mij te zijner tijd helaas weinig te bekoren, en het musicalgenre verloor mijn interesse. Tijd voor een nog een poging. Deze themamaand is daarmee een mooie gelegenheid om mijzelf eens in ‘het diepe’ te gooien. Dit zal ik doen door een deel van het oeuvre van Vincente Minnelli te beschouwen. Te beginnen met Meet Me in St. Louis (1944). Een film die al tweemaal eerder de Salon Indien pagina bereikt heeft.

Het is dus wellicht enigszins overbodig om nog een recensie over de kwaliteit van de film te schrijven. Liever wil ik stilstaan bij mijn persoonlijke beleving en aan de hand van deze film bij mezelf na proberen te gaan wat mij tot nu toe tegenstaat in het musicalgenre. Te beginnen met de mierzoete en optimistische toon. Over het algemeen weten films die een realistische toon aanslaan, of zo nodig een pessimistische, mij beter te bekoren dan de gemiddelde optimistische tegenhanger. In films weet ik eerlijkheid, rauwheid en het niet verbloemen of verbuigen van de realiteit vaak te waarderen. Overigens een reden waarom recente Hollywood producties zoals Interstellar (2014) mij soms zo teleurstellen, maar dat geheel terzijde.

Niet dat ik niet naar optimisme kan kijken, integendeel, wanneer oprecht uitgevoerd kan dit bijzonder goede cinema opleveren, wat Meet Me in St. Louis, in de vorm van de schattige Tootie bij vlagen lukt. Ironisch genoeg zorgt zij ook voor een incidentele schim van menselijk kwaad en zou je kunnen stellen dat ze mij daarom het meest weet te raken. Ondanks het feit dat ze jong is maakt ze de meest realistische en menselijke indruk. Naast dit enkele ‘lichtpuntje’ word je voor mijn gevoel overspoeld door mierzoet optimisme en wordt er verder weinig ruimte geboden voor nuance, een cynische kwinkslag of andersoortige kanttekeningen in een film als deze die inhoudelijk weinig maatschappijkritiek tentoon spreidt, waar dit prima had gekund. Het gebrek hieraan verklaart waarom ik juist zo intens kan genieten van de cinema van Douglas Sirk die zich duidelijk door het type film als Meet Me in St. Louis heeft laten inspireren.

Ondanks het mierzoete sausje is deze film verre van slecht. Het typische jaren 40 familiegevoel weet voldoende te vermaken. Het verschil met de standaard niet-musical uit deze tijd zijn de liedjes en dit zijn nou net de momenten in de film waarin ik af leek te willen haken. Een film die van zichzelf al zo optimistisch en liefelijk uit de hoek komt hoeft dit wat mij betreft niet nog eens dubbeldik te benadrukken. Daarbij helpt het ook niet dat Judy Garland mij helaas op geen enkele wijze weet te bekoren. Wel kun je deze film prijzen om het verweven van de liedjes met het plot en het prachtige kleurgebruik, wederom in dienst van het optimisme. Dit zijn observaties die ik, even afstand nemend van de persoonlijke filmbeleving, kan doen maar nergens weet de film mij in het hart te raken wat deze productie wel lijkt te beogen.

Resumerend onderken ik de kwaliteiten van deze vroege Minnelli maar heeft het mij door het glazuren karakter nergens echt kunnen raken en wisten de liedjes bij wijze van druppel die de emmer deed overlopen mij bij vlagen zelfs doen afdwalen. Hiermee heeft het musicalgenre me nog niet overtuigd. Wellicht volgende week wanneer ik een volgende Minnelli-musical onder de loep zal nemen.


Onderwerpen: ,


7 Reacties

  1. Rik Niks

    Maar hoe kijk je dan aan tegen actiefilms, waar de wereld nog net op tijd gered wordt, of horrorfilms, waar het kwaad overwonnen wordt, en alle andere genres die weinig met realisme of pessimisme van doen hebben? De charme van genrefilms is volgens mij juist dat ze zich onttrekken aan het realisme dat we al te goed kennen. Niet voor niks wordt het escapisme genoemd. In de musical ligt dat er nog wat dikker bovenop dan die andere genre’s. Hopen op “nuance, een cynische kwinkslag of andersoortige kanttekeningen” is daarmee een beetje bezijden de insteek van het genre. Zeker de klassieke musical poogt vooral de kijker een goed gevoel te geven, hetzij door kneuterige gezelligheid à la Meet me in St. Louis, hetzij door esthetiek als in danschoreografie en art direction (over Band Wagon kom je vast nog te spreken).

  2. Kaj van Zoelen

    Of An American in Paris, in dat laatste geval! Dansmusicals zijn wat betreft nog beter te vergelijken met actiefilms, beiden bieden gechoreografeerd spektakel van het menselijk lichaam.

    Meet Me in St. Louis heeft trouwens ook een bijna-horror scène, met die kinderen tijdens Halloween, en dat grote vuur. Ik weet trouwens niet of Minelli nou direct zo’n invloed op Douglas Sirk te noemen is, behalve qua kleurgebruik misschien – Sirk maakte al kritische melodrama’s in vooroorlogs Duitsland.

    Dit is trouwens al de derde keer dat we over deze film een artikel hebben, telkens weer vanuit een andere invalshoek, na deze van Looi en deze van Fedor.

  3. Hendrik De Vries

    Goed punt, Rik. Grappig genoeg valt het type actiefilm wat je beschrijft onder een van mijn favoriete genres. Voor mij vaak geslaagd met een goeie villain, een sterke vertegenwoordiging van het kwaad. Escapisme is voor mij persoonlijk ook zeker een drijfveer om films te kijken maar tot nu toe weten musicals bij mij grappig genoeg niet de juiste snaar te raken. Wellicht dat volgende titels met sterke choreografie e.d. daar verandering in kunnen brengen.

    En zou je trouwens film noir niet als de donkere tegenhanger van de klassieke musical kunnen zien? (juist de pessimistische kijk op crisis, oorlog, mensbeeld e.d. waar musicals voor het goeie gevoel dienden te zorgen?) Dat is dan weer een genre wat mij zelden teleurstelt, hmm…

    Neemt Sirk later in zijn oeuvre niet enigszins een loopje met het zoete melodrama door juist ruimte te maken voor ironie e.d.?(denk zelf bv. aan Imitation of Life of There’s Always Tomorrow). De twee eerdere recensies wordt naar verwezen in de inleiding, kennelijk een goeie film om over te schrijven ;-).

  4. Kaj van Zoelen

    Oeps, even overheen gelezen dan.

    Ik zou melodrama en zeker Sirks melodrama niet per definitie zoet willen noemen. Kan ook heel bitter zijn. En die ironie, tja, ik weet niet, ligt er een beetje aan wat voor een ironie je het over hebt. Ik kan me nog herinneren dat ik toen ik begin twintig was nog veel zat te lachen om het drama in zijn films, en me er dan van overtuigde dat het zo bedoeld was, maar de afgelopen jaren moet ik er gewoon om janken. Dat soort ironie had ik er als kijker aan toegevoegd, omdat ik, zo denk ik nu, nog niet openstond voor de emotie. Maar goed, dat is mijn persoonlijke ervaring en interpretatie, misschien bedoel jij iets anders?

  5. Hendrik De Vries

    Ja, ik bedoel dat Sirk juist als tegenhanger van films als Meet Me in St. Louis erg bitter of cynisch kan zijn, einde van There’s Always Tomorrow schiet me als eerste te binnen, een bitterzoet einde, de ware liefde overwint allesbehalve, zeg maar.

  6. Kaj van Zoelen

    Maar is dat niet meer gewoon een eigenschap van het genre, dat het beide kanten op kan gaan, en niet zozeer een reactie op de musicals van Minnelli? Imitation of Life werd immers met een soortgelijk einde al verfilmd in 1934.

  7. Hendrik De Vries

    Eens, ik denk ook zeker niet dat het een reactie op de musicals van Minnelli is, misschien wel op de zoetsappige films waar de jaren 30 en 40 zo vol mee zaten. Wellicht wat vergezocht, inderdaad.


Reageer op dit artikel