Op een goede afloop
De rol van hoop en goddelijk geweld in rampenfilms

3 juni 2015 · · Analyse + Ramp-zalig!

‘Zullen ze het halen?’ of ‘Hoe valt dat te overleven?!’ zijn vragen die bij de kijker door zijn hoofd schieten wanneer een fictieve wereld op zijn grondvesten schudt. Net zoals de hoofdpersonages hopen we op een goede afloop, maar zeker weten doen we het niet. Een tweede aspect is dat van ‘het goddelijke geweld’, een term die de Duitse filosoof Walter Benjamin heeft bedacht, die een ramp in zijn revolutionaire karakter karakteriseert. Dat thema komt een volgende keer aanbod, want ik ga deze week eerst in op de hoop: hoe vullen we deze in en welke categorieën van rampenfilms zijn er aan te verbinden?

Wanneer een ramp plaatsvindt, is de mens overgeleverd aan de hoop, zo simpel is het. Een ramp, een extreme vorm van geweld, of het nu van natuurlijke aard (vloedgolf, aardbeving, vulkaan), menselijke aard (nucleair), of beide is (ziekte, brand), overvalt ons altijd op een ongelegen moment. We zijn hier doorgaans slecht op voorbereid: de juiste anticipatie ontbreekt. We worden kortom in de chaos gestort en… succes ermee! Het scenario dat zich aftekent is in het begin vaak ieder voor zich, voordat er langzaam weer oog komt voor orde doordat er een gemeenschappelijk doel in beeld komt dat als mogelijke oplossing kan dienen. Hiermee verschijnt de hoop als een nieuwe anticipatie op de toekomst ten tonele, tijdens het initiële overleven is daar überhaupt geen plaats voor. Deze anticipatie, wanneer we voor die van de juiste voorbereiding (of beter: het voorkomen) zijn gezakt, staat hierin voor een tweede kans.

Bijna alle rampenfilms bereiken dat punt, maar een eerste categorie legt meer nadruk op de ramp zelf, waar het enige doel overleven is (San Andreas, The Towering Inferno), waardoor de ramp zelf vaak ook een groot deel van de hoofdrol opeist. Een ramp kan echter ook een personificatie zijn waarbij deze niet zozeer bestreden hoeft te worden, maar zelfs voor de hoop op het herstel van de orde kan gaan staan (Godzilla). Als het echter meer draait om de gevolgen van de ramp, dan om de ramp zelf, ontstaan er ander scenario’s: dan draait het om gemeenschappelijke oplossingen en niet om je individuele hachje; de tweede categorie. Voorbeelden van rampenbestrijding zie je bijvoorbeeld bij films over ziekte- (of zombie-)uitbraken: Outbreak, Contagion en World War Z.

Het scenario kan ook andersom plaatsvinden: niet de gevolgen, maar de voorbereiding op een aanstaande ramp die om een oplossing vraagt krijgt de nadruk, de derde categorie, die overigens vaak doorloopt in de eerste categorie van overleven (Armageddon, Deep Impact). Wat al deze variaties op de ramp delen blijft de notie van hoop: het idee dat je het niet geheel zelf meer in de hand hebt, zodat je op een toevoeging van buitenaf, buiten je eigen machtsbereik, anticipeert. Hoop is daarmee niet per se iets religieus, als eerder een universeel gegeven dat in ieder mens zit.

‘Gaat dit medicijn werken?’
‘Geen idee, maar laten we het hopen!’

In veel rampenfilms, vooral waar het in eerste instantie om overleven draait, zien we dat de hoop vaak voor de liefde (tussen twee personages) staat. Liefde is bij uitstek iets dat zich nog moet laten bewijzen in toekomstige zin, een spanningsveld waarvan je de afloop nog niet weet. Liefde kent tegelijk een urgentie, een ‘nu of nooit’-karakter, dat geruisloos op het thema van overleven aansluit. Je moet, kortom, een gok wagen om te kunnen voortbestaan (banaal gesteld: om jezelf voort te planten).

Ik denk dat het bij uitstek dit ingrediënt is wat veel rampenfilms zo verslavend maakt: je deelt als kijker het gevoel van urgentie dat om moed en daadkracht vraagt. Geen getreuzel, nu de wereld in brand staat! CGI is slechts het lokkertje. Is dat ook niet precies datgene waar we in ons dagelijks leven ook tegen aanhikken? Je kunt zelfs het sterker uitdrukken door te beweren dat een (persoonlijke) ramp zijn functie heeft als een noodzakelijke opschudding: de zaak – je eigen eindigheid en daarmee beperktheid als mens – wordt tijdelijk op scherp gesteld. Hoop gaat echter gepaard met veel geduld, aangezien het zich nooit direct laat vervullen: je kunt naar een goede afloop verlangen, maar je kunt het vaak niet op eigen kracht volbrengen. Je kunt alleen anticiperen op het juiste moment waarnaar je kunt handelen. En hoe groter de ramp, hoe zeldzamer die zijn. Je kunt een goede rampenfilm herkennen door hoeveel nadruk gelegd wordt op deze essentiële, ‘dode’ momenten.

Het enige dat wellicht nog krachtiger werkt dan liefde als metafoor voor hoop is geboorte: een nieuw begin. Het is vooral de tweede categorie, die van de ramp als anticipatie op de toekomst, die deze rol vervult. Denk aan Children of Men waar een zwangere vrouw letterlijk voor de hoop van de gehele, onvruchtbare mensheid staat. Een geliefde verliezen is verschrikkelijk, maar niet meer in staat zijn iets door te geven aan een volgende generatie is zo waar nog erger te noemen. Waarom bijvoorbeeld de Shoah, de grootste menselijke ramp uit de moderne geschiedenis, zo veel nadruk krijgt in het herinneren en hervertellen om elke nieuwe generatie voor eenzelfde fout te behoeden. Hoop staat hiermee uiteindelijk ook voor vruchtbare grond, een toekomst waar nieuw leven mogelijk is, een groter inzicht, een gemeenschappelijk we shall overcome.


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel