P’tit Quinquin (2014)

22 januari 2015 · · Kritiek + Première

Het is het eerste dat je denkt: dit is een droogkomische misdaadserie over een jongen die kattenkwaad uithaalt, maar Bruno Dumonts laatste provocatie blijkt uiteindelijk een wolf in schaapskleren. Het knappe aan zijn project is dat je tijdens de 200 minuten dat hij duurt nergens het gevoel krijgt dat je naar tv-serie kijkt, ondanks dat het geheel wel is onderverdeeld in vier delen met pakkende titels zoals La bet’humaine, Au coeur du mal en Allah akbar!, de religieuze exclamatie die in het seculiere Westen regelmatig voor opschudding zorgt. De vraag of een miniserie in feite niet meer is dan een speelfilm in opgerekt formaat mag interessant zijn, maar is in deze bespreking een irrelevante kwestie.

Wat in het onthutsende P’tit Quinquin op het spel staat, is niet zozeer de coming-of-age van een dorpsjongen of het oplossen van een moordmysterie, maar de zingeving die we (als kijker) proberen te geven aan een realiteit die geen morele of religieuze rechtvaardigheid kent. Dumont betoogt op zijn idiosyncratische manier dat dit uiteindelijk niet mogelijk is, en daar kan hij, gezien de hele heisa rondom Charlie Hebdo afgelopen weken, nog best eens gelijk in hebben.

Bruno Dumont is altijd een rasprovocateur geweest in de traditie van Lars von Trier, Michael Haneke en als we toch bezig zijn, Michel Houllebecq. Als een atheïst die met een doktershamertje moraal en religie test op existentiële pijnreflexen, gaat hij bijna antropologisch te werk in zijn zoektocht waar het kwaad precies wortel schiet in de mens en waar onze behoefte vandaan komt om dit kwaad concreet te willen maken. Niet eerder heeft hij zo sterk een mozaïek geschetst van een leefgemeenschap die geconfronteerd wordt met een aantal akelige moorden die elkaar opvolgen zonder dat de sterke arm van de wet de reeks kan doorbreken.

In een anoniem dorpje aan de kust van Noord-Frankrijk, waar ieder personage lijkt te zijn weggelopen van een schilderij van Pieter Bruegel de Oude, ontmoeten twee perspectieven elkaar in deze bizarre zaak van lichaamsdelen in koeienlijken en verraderlijke gierputten: P’tit Quinquin, het titelpersonage, een kwajongen met een tronie die je eerder in een stripboek verwacht en Commandant Van der Weyden, een moderne verhaspeling van inspecteur Maigret. Vooral dit laatste figuur, met zijn rare loopje, onafgebroken tics in zijn gezicht, en eigenzinnige speurwerk, wordt steeds prominenter naarmate het moordmysterie zich ontvouwt.

SPOILERS

Je kan bepleiten dat P’tit Quinquin thematisch verwant is met Twin Peaks (1990-1991, 2016?), en hoewel dat vorig jaar ook gezegd is over Top of the Lake (2013), een andere miniserie waar geweld in een kleine gemeenschap zijn sporen nalaat, valt er meer te zeggen voor de vergelijking met de eerstgenoemde. Waarom? Toen ik de bioscoopzaal uitliep klaagden twee andere bezoekers achter mij dat ze het niet door de beugel vonden kunnen dat een politieserie je met een open einde opzadelt. Het is de menselijke behoefte naar afronding en daarmee rechtvaardiging die hiermee naar voren komt. Toch had een gesloten einde, een rationele verklaring, laat staan een overduidelijke hint naar het wie en waarom, Dumonts project er niet beter opgemaakt.

Als je de rest van zijn oeuvre kent hoef je ook niet verrast te zijn met deze ambiguïteit. Aan het eind geeft Commandant Van der Weyden zijn adjudant de opdracht om de imbeciele oom van P’tit Quinquin op te pakken voor de moorden, waardoor je even denkt: zou het dan toch? Van der Weyden maakt echter een grap, want hij besluit met zijn credo dat alleen de duivel hier nog achter kan zitten. En daar is het Dumont om te doen: er is namelijk niet één dader waar het kwaad aan kan worden opgehangen; het zit in ons allemaal.

Natuurlijk hoeft deze metafysische invulling van het kwaad, hoewel die wel vrij eenvoudig de opeenvolging van moorden kan verklaren wanneer we aannemen dat de moordenaar steeds zelf vermoord wordt, niet gelijk een bevredigende filmervaring op te leveren. Nogmaals de vraag die Dumont aan de kijker stelt: waarom onze behoefte om het kwaad in de wereld religieus (zonde en boetedoening) of moreel (misdaad loont niet) te willen doorgronden? Mohammed, de moslimjongen die in het dorp wordt buitengesloten door zijn leeftijdsgenoten en wiens vader de tweede moord betreft, maakt deze precaire kwestie schokkend actueel wanneer zijn verdriet en onmacht tot uitbarsten komt.

P’tit Quinquin is door zijn sociologische rijkdom, het contrast van doodslag en dead pan-humor, de geweldige close-ups van de acteurs (een voortreffelijke amateurcast) geslaagder dan vergelijkbare films, die te veelal blijven hangen in een intellectuele ontleding van het thema die eerder distantieert dan prikkelt. En de deugniet P’tit Quinquin? Zijn rol had wellicht groter gekund, wanneer tegen het einde zijn inbreng steeds meer afneemt ten behoeve van Commandant Van der Weyden. Maar het zegt ook iets over de ernst die in het verhaal sluipt: de onschuld (van het kind) gaat verloren – zeker na de laatste moord – wanneer de machteloosheid (van de volwassene) toeneemt.

★★★★☆


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel