Rohmers intieme camera
Rohmers komedies en gezegdes (3): de techniek

La femme de l'aviateur

Wat maakt Rohmer zo goed, zijn Comédies et proverbes in het bijzonder? Het zijn niet alleen Rohmers complexe vrouwelijke personages en de zeer menselijke thematiek, maar ook de filmtechniek waarvan hij zich bedient om dat alles op het scherm te krijgen. Weinig filmmakers slagen er zo mooi in de natuurlijke ritmes van conversatie op film te vangen. Rohmers camerawerk, kleurgebruik en mise-en-scène vallen vaak nauwelijks op, maar zijn een belangrijk onderdeel van wat zijn films zo prettig maakt om naar te kijken.

Die mise-en-scène is vaak zorgvuldig in elkaar gezet, bijvoorbeeld de woning van Anne (Marie Rivière) in La femme de l’aviateur (1981). Alles in haar kleine appartement vormt een onderdeel van haar personage, maar niet op een overduidelijk symbolische manier. Rohmers regelmatig nauwkeurige mise-en-scène of locatiekeuze geeft hem vervolgens de mogelijkheid de scènes op die plekken heel natuurlijk en relaxed te filmen. Het is een stijl van filmmaken die aan de ene kant heel precies is maar tegelijk losjes. Er is ruimte voor improvisatie van zowel de acteurs als de regisseur, en toch is het allemaal goed doordacht.

In de finale van La femme de l’aviateur keert de jaloerse François terug naar Anne’s appartement om haar te confronteren met haar vermeende overspel en hoe ze hem behandelt. Het wordt het gesprek dat Anne de hele film probeerde te vermijden. Waarbij het ritme van de conversatie, de gezichtsuitdrukkingen en wat er niet gezegd wordt even belangrijk zijn als wat er wél gezegd wordt. Hoe weinig van haar non-verbale uitingen doordringen tot François maakt mooi duidelijk hoe slecht ze bij elkaar passen, veel meer dan hun dialoog. Rohmer filmt dat zonder gebruik te maken van echte close-ups. Hij wil zijn acteurs zoveel mogelijk de vrijheid geven om te bewegen. De interactie tussen Anne en haar bed, haar kussens of haar vissen tijdens dit gesprek onthullen bijna evenveel over haar neurotische personage als haar gezicht en haar dialogen.

Les nuits de la pleine lune

Naast het volgen van de acteurs volgt de camera in bijna al deze films ook het gesprek, een ander aspect van Rohmers camerawerk waardoor het ritme van de conversaties zo fijn overkomt. In plaats van dat de camera een onzichtbare kracht is die de personages vastlegt, is het alsof de camera tussen hen in aanwezig is tijdens de gesprekken, als een extra persoon. Waarmee Rohmer de kijker als het ware in de ruimte van de personages plaatst als ter plekke aanwezige toeschouwer.

Tijdens het diner met Delphine en haar vrienden in Le rayon vert (1986) is het net alsof je bij ze aan tafel zit en heen en weer kijkt naar wie het woord neemt. Een ander voorbeeld is een ruzie tussen Louise en Remi in Les nuits de la pleine lune (1984). Hier monteert Rohmer wel tussen twee verschillende perspectieven, maar niet over de schouders van de personages zoals je zo vaak in Hollywood ziet. Of de camera nu op Louise of Remi is gericht, hij blijft op dezelfde plek in de kamer staan – weer alsof het een derde aanwezige betreft. In beide gevallen maakt Rohmer zo de scènes intiemer dan ze anders geweest zouden zijn.

Pauline à la plage

Een derde aspect van Rohmers techniek is zijn vaak geraffineerde kleurgebruik. Groen is belangrijk in alle zes Comédies et proverbes, maar in de films die in de herfst en winter spelen is dat meer een turquoise in combinatie met blauw en beige, terwijl feller groen opduikt in de lente en zomer in combinatie met rood, wit en blauw. In Pauline à la plage (1983), de laatste keer dat Rohmer met cinematograaf Nestor Almendros samenwerkte, is dat kleurenpalet geïnspireerd door een specifiek schilderij van Matisse (zie plaatje hierboven). In andere films neemt het wit toe zodra we meer in de steriele buitenwijken terechtkomen, zoals in L’ami de mon amie (1987) (zie hieronder).

Meestal domineert een kleurcombinatie vrij onopvallend, tenzij je er specifiek op let. Soms maakt Rohmer er echter een visueel grapje mee, zoals wanneer in Le rayon vert Delphine zegt dat ze zich ‘groen voelt’ en Rohmer haar volledig in het groen geklede vriendin filmt, waarna Delphine beslist om met haar mee op vakantie te gaan. Van echte diepgaande symbolische waarde is meestal geen sprake, maar het subtiel speelse kleurgebruik bevestigt samen met het zorgvuldige doch losse camerawerk wel hoe Rohmer precies de films maakt die hij wil maken. Niet alleen schrijft hij mooie scripts en cast hij goede acteurs en actrices, hij beheerst zijn vak als filmmaker tot in de puntjes. Eigenlijk is dat alleen al een genot om naar te kijken.

L'ami de mon amie


Onderwerpen: , , , , , ,


Reageer op dit artikel