Satyajit Ray: de grootmeester van West-Bengalen
Ray is zoveel meer dan de Apu-trilogie: een tip tien (1/2)

4 juli 2015 · · Lijst + Salon India

Satyajit Ray

Satyajit Ray is in het westen nog altijd voornamelijk bekend vanwege zijn Apu-trilogie: Pather Panchali (1955) (zijn veelgeprezen debuut), Aparajito (1956) en The World of Apu (1959). Maar zijn carrière als één van de beste regisseurs ter wereld duurde nog tot begin jaren negentig, en in die tijd maakte hij veel meer bijzondere films. Waarvan een aantal eigenlijk nog beter zijn dan de Apu-trilogie. Om hier meer aandacht aan te besteden een top tien uit Ray’s oeuvre buiten de Apu-trilogie om, op chronologische volgorde. Niet per se de tien allerbeste films van Ray, maar wel tien uitstekende films die de kwaliteit en diversiteit van zijn oeuvre demonstreren. Vandaag de eerste vijf films, morgen deel twee:

The Music Room

Jalsaghar/The Music Room (1958)

Nog terwijl Ray aan de Apu-trilogie werkte stak hij die films al naar de kroon met deze prachtige film over ingehaald worden door de tijd en de wereld om je heen. Een adellijke landheer verliest zich in de muzikale feesten die hij houdt in zijn vervallen paleis. De acteur (Chhabi Biswas), de locatie en de cinematografie zijn indrukwekkend, maar de echte ster is de muziek. Zowel de klassieke Indiase raga’s van Vilayat Khan als de drie grote optredens stelen de show. Een ontroerende thumri (romantisch lied gezongen door een vrouw) en een mooie khyal (islamitisch lied met mannelijke stem) bouwen op naar een spectaculaire kathak dans, één van de hoogtepunten van Ray’s oeuvre.

Devi

Devi/The Goddess (1960)

Chabbi Biswas schittert wederom in deze film over de destructieve kracht van religie. Dit keer is hij een patriarch die ervan overtuigd raakt dat zijn schoondochter een incarnatie (ofwel ‘avatar’) van de godin Kali is, met alle gevolgen van dien. Devi bevat scherpe kritiek op bijgeloof en bepaalde aspecten van het hindoeïsme, maar gaat bovenal over de emotionele impact daarvan op alle betrokkenen, van de familieleden die al hun hoop stellen op de nieuwe status van de ‘godin’ tot aan de sceptische zoon die alles met lede ogen aanziet. En de schoondochter zelf natuurlijk, die in een absurde positie wordt gedwongen. Hartverscheurend, en weer prachtig gefilmd. Het is te hopen dat deze film nog eens een mooie restauratie krijgt.

Mahanagar

Mahanagar/The Big City (1963)

Nadat Ray’s eerste films vooral op het platteland en vaak in het verleden speelden, richt hij nu zijn blik op de grote stad Kolkata (vroeger Calcutta genoemd). Die snel aan het veranderen is dankzij India’s modernisering na de onafhankelijkheid. Een getrouwde vrouw gaat werken, waardoor zij zichzelf ontplooit maar de onderlinge verhoudingen in haar familie dramatisch verschuiven. Een sterk feministisch verhaal, maar ook een subtiel portret van een familie die zich staande probeert te houden in een om hen heen drastisch veranderende wereld. Een goed voorbeeld van Ray’s vaak bijzondere gebruik van mise-en-scène is te zien in hoe hij het kleine appartement filmt, waar de familie in woont en manoeuvreert. De eerste samenwerking van Ray met Madhabi Mukherjee, een magnifiek actrice die helaas slechts in drie van zijn films te zien is.

Charulata

Charulata/The Lonely Wife (1964)

Als je slechts één film van Ray ziet, kijk dan deze of de vorige. Ray’s Anna Karenina, of Madame Bovary. Net als in die klassiekers valt een jonge getrouwde vrouw voor een jonge man. Waar ze veel meer mee gemeen heeft dan met haar oudere man (die overigens geen schurk is in dit verhaal). Dit leidt echter niet tot overspel, maar alleen tot (wederom hartverscheurende) tragedie. De warme humor en fantastische kadrering waarmee Ray de complexe emoties van Charulata vangt, leveren poëtische beelden en scènes op. Let vooral op de schommel en het motief van de verrekijker. De dramatische climax is sterk, maar het zijn vooral de simpele doch mooie momenten die daarnaartoe werken, waar Ray iets bijzonders van maakt. Madhabi Mukherjee is opnieuw voortreffelijk in de titelrol.

Mahapurush

Mahapurush/The Holy Man (1965)

Met deze komedie richt Ray opnieuw zijn pijlen op de negatieve gevolgen van blinde devotie en religie in het hindoeïsme. Dit keer is de oorzaak echter een oplichter, die zich als een heilige goeroe voordoet. Hij zou de zon doen opkomen, Boeddha gekend hebben, Jezus streng hebben toegesproken en Einstein de relativiteitstheorie geleerd hebben. Meer dan de charlatan neemt Ray de goedgelovige volgelingen op de hak, die teveel naar makkelijke antwoorden hunkeren, en doet dat met leuke dialogen en grappige montage.

Lees hier de tweede helft van Satyajit Ray: een tip tien.


Onderwerpen: , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel