Satyajit Ray: de zon en de maan
Ray is zoveel meer dan de Apu-trilogie: een tip tien (2/2)

5 juli 2015 · · Lijst + Salon India

Satyajit Ray

Akira Kurosawa zei ooit dat het niet gezien hebben van de films van Satyajit Ray is als leven op aarde zonder de zon en de maan gezien te hebben. Met deze uitspraak doelde de Japanse grootmeester niet alleen op de vroege films van de Indiase Ray, de titels waar hij al snel internationale erkenning door kreeg, maar ook het latere werk van de West-Bengaalse regisseur. Daarom een top tien van films van Satyajit Ray, van na de Apu-trilogie, op chronologische volgorde. Niet per se de tien allerbeste films van Ray, maar wel tien uitstekende films die de kwaliteit en diversiteit van zijn oeuvre demonstreren. De eerste helft van de lijst kun je hier vinden, hieronder het tweede vijftal films:

Goopy Gyne Bagha Byne

Goopy Gyne Bagha Byne/The Adventures of Goopy and Bagha (1968)

Ray’s populairste film in West-Bengalen (van heel zijn carrière) is een vrolijke fantasyfilm met geesten die wensen vervullen, tovenaars die koningen hypnotiseren en een duo dat muziek met magische krachten speelt. Eerdere films van Ray bevatten al wel eens humor, maar dit is zijn eerste echte volbloed komedie. Die bovendien door het onschuldige karakter ook geschikt is voor kinderen. Ray maakte de film, gebaseerd op populaire kinderliteratuur, dan ook nadat zijn zoontje aan hem vroeg of hij eens een niet alleen voor volwassenen geschikte film kon maken. Dat wil echter niet zeggen dat de film niet voor volwassenen geschikt is, en zeker het volwassen West-Bengaalse pikt allerlei culturele en religieuze verwijzingen op die over het hoofd van zowel kinderen als Westerse volwassenen gaan.

The Adversary

Pratidwandi/The Adversary (1970)

De eerste film in de zogenaamde Calcutta Trilogie, die verder bestaat uit Company Limited (1971) en The Middle Man (1976). Ray reageerde daarmee op de (gewelddadige) politieke en sociale onrust in Calcutta (inmiddels Kolkata) in de jaren zeventig, waar de verhoudingen binnen de familie van de hoofdpersoon van The Adversary mooi symbool voor staan. Zijn zus staat voor pragmatisch kapitalisme, zijn broer voor revolutionaire idealen en hijzelf valt daar tussenin: een zachtaardige, intellectuele idealist die vooral ook een goede baan wil hebben. Zijn gefrustreerde zoektocht naar werk op niveau als voormalig student is nu echter universeler dan ooit. Misschien wel Ray’s meest experimentele film, met flashbacks en dromen in andere stijlen (inclusief negatief en röntgenbeelden).

The Distant Thunder

Ashani Sanket/The Distant Thunder (1973)

De eerste kleurenfilm in deze lijst, hoewel niet de eerste van de regisseur. Ray richt zich hier op de Bengaalse hongersnood van 1943-44, hoewel het hem niet zozeer om de honger als wel om de oorzaken daarvan gaat. Het menselijke falen dat deze ramp (waarbij vijf miljoen mensen omkwamen) mogelijk maakte. De strijd tussen een oud, haast feodaal sociaal systeem, gebaseerd op de kasten van India, en modern kapitalisme, waar uiteraard de onderste lagen van de samenleving het grootste slachtoffer zijn. Ray benadrukt de absurditeit van het concept van onaanraakbaarheid met een visueel motief van handen, soms heel duidelijk met close-ups en soms subtiel doordat handen telkens het centrum van handelingen zijn. Ray’s gebruik van natuurlijke versus onnatuurlijke kleuren en visuele tegenstellingen van mens en natuur zijn poëtischer van aard en daardoor moeilijker kort in woorden te vatten, maar niet minder mooi.

The Elephant God

Joi Baba Felunath/The Elephant God (1979)

Ray was naast filmmaker ook schrijver en creëerde twee van de beroemdste Bengaalse literaire personages: Professor Shanku de wetenschapper, en Feluda de privé-detective. Ray schreef vijfendertig verhalen over Feluda, de Bengaalse tegenhanger van Sherlock Holmes, en verfilmde er zelf twee. Zijn zoon Sandip leeft al meer dan twintig jaar van het regisseren van bioscoopfilms, tv-films en series over de detective. The Elephant God is de tweede van die films, en minder een kinderfilm als de eerste, The Golden Fortress (1974). Het is niet bepaald Ray’s kunstzinnigste of meest diepgaande film, maar wel een goed gemaakte detectivefilm waarin het brein het altijd van de spieren wint.

Ghare Baire

Ghare-Baire/The Home and the World (1984)

Satyajit Ray kreeg na jarenlang continu werken een hartaanval tijdens de productie van deze film. Het zou te cynisch zijn om te zeggen dat dit het waard was, maar het is wel één van zijn mooiste films. Ray maakte zelden fijner gebruik van primaire kleuren, spiegels en schaduwen. Niet alleen levert dat prachtige beelden op die geheel door kaarslicht belicht lijken, ontwikkelingen van personages en persoonlijke verhoudingen worden ook subtiel in onder andere de kleur van kleding geuit. Ray bewerkt voor de derde keer een oud verhaal van de Bengaalse schrijver, poëet, componist en Nobelprijswinnaar Rabindranath Tagore (na Teen Kanya (1961) en Charulata (1964)) en slaagt erin van diens roman een fascinerend en hartverscheurend politiek drama te maken.

Ray zelf zag het verhaal echter vooral als een romance, en het is knap hoe hij de persoonlijke en romantische elementen naadloos laat overlopen in het politieke aspect van The Home and The World. Een rijke Bengaalse landheer wil in 1907 zijn conservatieve vrouw meer van de wereld laten zien, maar duwt haar daarbij in de armen van een nationalistisch revolutionair die alle Britse goederen wil uitbannen. Ray belicht met dit verhaal de moeilijke erfenis van Brits imperialisme door zowel de goede en slechte kanten daarvan aan te stippen. De Westerse invloed brengt culturele verlichting en rijkdom met zich mee, maar tegelijk ook verdringing van inheemse identiteit en lokale uitbuiting ten faveure van Westerse handelaren. Een fantastisch gefilmd, politiek complex én romantisch meesterwerk.


Onderwerpen: , , , , , ,


Reageer op dit artikel