Sing for the moment: van musical naar intermezzo.

Elk jaar komen er nog wel een altijd musicals in de bioscoop uit, waaronder dit jaar Into the Woods en Pitch Perfect, maar de hoogtijdagen van de musical liggen al ver achter ons, ondanks een lichte opleving in het begin van de ’00’s. Toch tekent er zich een opvallende trend af, wanneer je kijkt naar het bioscoopaanbod van de afgelopen paar jaar (ik focus op 2014 en 2015), en dan vooral in de filmhuizen en op festivals. Steeds vaker kiezen filmmakers ervoor één muzikaal intermezzo, of desnoods twee, in hun film te stoppen, waarmee gehint wordt naar het musicalgenre zonder deze volledig te omarmen.

Alleen op het recente Imagine draaide er al 5 films met zo’n muzikaal intermezzo of zelfs meerdere. De respectievelijke hoofdgenres van de films varieren van thriller (Alleluia), naar fantasy (The Midnight Swim, Liza, the Fox Fairy) tot wat-the-fuck-is-dit (The Forbidden Room, Lost River). In de laatste categorie is het muzikale intermezzo de absurdistische kers op de WTF-taart, een totale omarming van een filmische realiteit waar musicals het epitoom van zijn. Je weet honderd procent zeker dat elke drang naar realiteitszin wordt losgelaten wanneer de personages in zingen uitbarsten: ‘We’re not in Kansas anymore’ en ‘the hills are alive with the sound of music’. Musicals staan voor deze filmmakers gelijk aan pure fictie, synoniem met dikke nep, en zijn daardoor fantastisch te gebruiken om waanzin te symboliseren.

In al de muzikale intermezzo’s lijkt dit de grootste les die men van de musicals heeft geleerd: dat deze tekenend zijn voor een tak van Hollywood die niet poogt te verbloemen dat we naar een film kijken. Het gaat tegen de trend van realisme in huidige blockbusters in: zelfs de superheldenfilms moeten nu voornamelijk een realisme uitstralen; het idee dat dit letterlijk plaats zou kunnen vinden. Musicals deden dit nooit. Ze waren fake, en ze waren fantastisch. Een muzikaal intermezzo is een vorm van camp: op een meta-tekstueel niveau verwijzen naar de nepheid van je eigen film, om als maker uit te dragen dat je weet wat je aan het doen bent, en het geheel niet al te serieus neemt.

Toch zijn er in de muzikale intermezzo’s twee thematische trends die ons tonen waarom de muziekmomenten klein worden gehouden. Dit lijkt voornamelijk om het meta-tekstuele nivea van de dansbare tussenstukjes niet op de gehele film te betrekken. Juist door het bij één enkel moment te houden benadruk je het unicum van het moment. De eerste trend is die van muzikale intermezzo’s in films met een duistere ondertoon: het muzikale moment steekt flamboyant af tegen de duisternis van de rest van de film. De glitter in dat éne moment benadrukt de grilligheid elders. Zo wordt de enkele muzikale sequentie in Alleluia meteen gevolgd door een bloederige autopsie; is de dans in Lost River een totale bedreiging voor één van de hoofdpersonen; blijft Liza, The Fox Fairy zingen op de klanken van een Japans rock-icoon terwijl de lijken zich rondom haar opstapelen; en is muziek in Le P’Tit QuinQuin geen goede methode om te ontsnappen aan de duisternis in de mens en de treurnis van het Bretonse platteland.

Het sterkste, en meest ironische voorbeeld van musicalscènes die een duistere onderlaag verbloemen vind je in The Voices, waarbij de protagonist Jerry zijn leven ziet als een dansfestijn in pastelkleuren. Door het niet slikken van zijn medicijnen, die zijn psychoses zouden moeten onderdrukken, onderkent hij zijn eigen moordadige impulsen niet. De lijken in zijn koelkast zingen liedjes met hem mee. Op het moment dat hij zijn medicijnen wel slikt verandert zijn woning van The Best Little Whorehouse in Texas naar The Texas Chainsaw Massacre. De musicallaag verbloemt een naargeestige werkelijkheid en de contrasten tussen de twee worden zo dik aangezet dat het voor de kijker steeds moeilijker wordt mee te gaan in de fantasiewereld van Jerry. Hij lijkt het allemaal goed te bedoelen wanneer we door zijn ogen kijken. Maar wanneer we de ‘blue pil’ nemen, prikken we ook door zijn misogyne fantasie heen waarin alle schuld voor zijn problemen buiten hem om ligt.

De tweede trend is precies het tegenovergestelde: in plaats van de rest van de film duisterder te maken door één goedgeplaatst glitternummer, zijn er ook de cynische films waarin het muzikale moment wel degelijk een effect heeft: de muziek verbroedert, tegen beter weten in en vormt een moment van hoop. Vorig jaar zagen we in The Skeleton Twins hoe broer en zus elkaar troosten met een playbacksessies, en dit jaar zagen we exact hetzelfde in The Midnight Swim. Ook Mommy kent drie van die scènes, waarin het meezingen met moeders favoriete muziek voor een lichtpuntje zorgt in alle wanhoop. Celine Dion heeft nog nooit zoveel gewicht gehad.

Één van de beste scènes van dit jaar toont ook de saamhorigheid buiten familiebanden om. De meiden die meezingen op Rihanna’s Diamonds in Girlhood groeien tijdens het playbacken nader tot elkaar. They shine like a diamond. Ze doen denken aan de schoolmeisjes in We Are The Best die ondanks hun geringe muzikale talent samen een band starten, om hun vriendschap en hun hekel aan sport te bezegelen. Ze zijn punk. Ze laten zien dat ze, tegen beter weten in, bij elkaar horen als vrienden en lak hebben aan de conventies en regels van de mensen die liever niet zouden willen dat ze met elkaar optrekken. Net als de meiden in Girlhood en broer en zus in The Skeleton Twins hun saamhorigheid bezegelen door zang en dans.

Op grotere, haast ideologische schaal, vinden we ook scènes waarin een hele stad elkaar solidariteit betuigt door te zingen. In de beste scènes in A Pigeon Sat on A Branch Reflecting on Existence wordt dezelfde melodie gezongen: in Manke Lotte’s Kroeg is het een lied in donkere dagen, voor de oorlog uitbreekt, en in een later kroeg waarbij de strijdmachten van een koning binnendruipen na de strijd is het vooral een hymne voor doden. Steunbetuigingen in donkere dagen, net zoals in Pride, waar twee dans- en zangscènes symbool staan voor het naar elkaar toe groeien van tegenpolen: homo’s uit Londen en mijnwerkers uit Wales. Je zou ze niet bij elkaar zetten, maar met wat muziek er onder mixen ze ontzettend goed. Muziek verbloemt de verschillen. Al zit er een treuriger versie daarvan in Frank, waar de psychologisch getroebleerde titelpersoon een muzikaal genie is ondanks zijn handicap. Waar aanvankelijk zijn muzikaliteit toe word geschreven aan zijn problemen blijkt tegen het einde het tegendeel. Muziek verbloemt zijn handicap niet, en de laatste draagt ook niet bij aan zijn talent. Maar wanneer hij begint te zingen vergeet je wel weer even wat er mis is met Frank. You love him, en he loves you all.

Dat is uiteindelijk de crux van een muzikaal intermezzo: het is een lichtje in donkere dagen, of deze de duisternis nu duisterder maakt, of het licht nu lichter. Door te kiezen voor een beperkt lichtmomentje wordt het contrast tussen licht en duister dikker aangezet, en wordt de film thematisch rijker. Dit verklaart nog steeds niet waarom de musical nagenoeg verdwenen lijkt te zijn, maar de gedoseerde aanpak boekt recent een rendement dat films als Into the Woods niet weten te bereiken. Misschien is het goed zo, en zijn die handvol muzikale momenten lichtpuntjes in een grimmig, serieus en hyperrealistisch filmlandschap.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , ,


5 Reacties

  1. Roy van Landschoot

    Wellicht spoiler alert, maar dit onderwerp deed me denken aan de volgende film-sequentie: https://www.youtube.com/watch?v=gC96_vph-oI Welke categorie?De tweede wellicht, en dan op ideologisch niveau. Hoewel het naar mijn inziens op meerdere niveaus werkt (ook ironisch). En waarom is eigenlijk zo’n muzikaal intermezzo perse onrealistisch? Flierefluiten we allemaal wel niet eens de dag door (al is het maar alleen) ?

  2. Kaj van Zoelen

    Ik denk dat het verschil ‘m voor sommigen zit in het georganiseerde/gechoreagrafeerde aspect? Hoewel dat in het geval van Girlhood en Frank hierboven behoorlijk meevalt, die passen zo in de realiteit. Jouw voorbeeld (dat Theo vast genoemd had als hij zichzelf niet tot de afgelopen twee jaar beperkt had, aangezien het zijn favoriete film is) valt naar mijn gevoel mooi tussen de twee categorieën in, omdat het voor de kijker wel verlichting biedt (als je er in mee gaat), maar voor de personages vooral ook een uiting van hun wanhoop en/of verdriet is – als ik het me goed herinner.

    Theo, je stipt wel nog iets anders interessants aan: waarom kunnen wij, of velen van ons, dit soort muzikale momenten niet als realistisch ervaren, terwijl een man die misdaad bestrijd in een zwart kostuum dat ergens in de verte op een beest lijkt, en serieus genomen wordt in zijn leefomgeving als meer dan een belachelijk verschijnsel, veel makkelijker als realistisch wordt gezien?

  3. Rik Niks

    Bij superheldenfilms accepteer je vooraf al dat het getoonde voor ‘realistisch’ door moet gaan (suspension of disbelief). Anders heeft het ook niet zoveel zin zo’n film te kijken. Daarbij word je trouwens wel geholpen door de plotgerichte aanpak van dergelijke films. Die vergt zoveel aandacht van de kijker, dat die als gevolg daarvan vanzelf opgaat in de film. Sterker, kritiek op onrealistische zaken zal zich vooral richten op plotgaten e.d., die de kijker uit zijn beleving halen.

    De muziekmomenten zijn niet van tevoren ingecalculeerd en onderbreken de plot en daarmee de beleving. Het blijft wat mij betreft altijd een risico of dat goed uitpakt. Het kan veel doen voor de sfeer van een film en meer feeling met de personages. Mommy vind ik daar inderdaad een sterk voorbeeld van. Maar dosering is wel eens zoek (bijv. Le Petit Quinquin) en dan voelt het eerder als een hinderlijke onderbreking.

  4. Theodoor Steen

    @ Roy en Kaj: Ik denk dat rik de spijker op de kop slaat: het is inderdaad dat de ‘grammatica’ van de film veranderd word: je verwacht zo’n muziekmoment niet. Veel musicals zijn, zoals Kaj al zegt, erg gechoreografeerd, en de verhaallijn wordt vaak onderbroken voor een muziekmoment. Ik denk dat dat één van de redenen is dat veel mensen moeite hebben met musicals: het verhaal wordt stopgezet voor een muziekmoment, en dat kan voelen als een invasie. Ik houd er juist heel erg van, omdat het dan gaat om ‘pure cinema’: beeld en geluid voorbij verhaal.

    @ Roy: Magnolia is mijn favoriete film aller tijden. Take that as you will.

  5. Roy van Landschoot

    @Theodoor: hier een filmsequentie van een regisseur waar je je uitgelichte categorieën ook op zou kunnen loslaten. Dit is een stukje uit Pierrot le Fou van Godard – https://www.youtube.com/watch?v=VpYdxKYqO00 . Godard’s werk is sterk intertekstueel. In Pierrot le Fou verwijst hij veel naar ‘de grammatica’ van Hollywood musical films, maar je kunt de film zelf niet als danig categoriseren. Overigens denk ik dat hij in Pierrot Le Fou niet alleen bewust verwijst naar de structuur van musicals, maar hij ook verwijst naar achteloze overgangen in films waar karakters in zang uitbarsten, en het strikt niet een musical betreft. Zulk soort uitstapjes waren buiten de klassieke musicals om niet ongewoon, zoals in https://www.youtube.com/watch?v=9C1vJ2Z8aI0 en nog een Bacall (Howard Hawks-film) https://www.youtube.com/watch?v=ZmK-gF8nEh4 . Overigens denk ik dat de ‘jonge honden’ die je als voorbeeld geeft in je stuk, minder bezig zijn met intertekstuele overwegingen zoals Godard (van postmodernisme naar post-ironie?). Ook al lijken ze alle postmoderne stijlmiddelen te gebruiken, is het gebruik wellicht meer verwant aan ouwe films van Hawks. De muzikale interlude is daar omdat het verhaal, thema’s, de sfeer en/of de karakters erom vragen en niet om in gesprek te gaan met andere films/ werken uit de kunst.

    @Kaj:
    Ik ben het eens met je categorisering van de Magnolia-sequentie. Daarentegen denk ik dat de playback/ muziek scene in de film Girlhood dichter bij Magnolia qua categorisering ligt. Doordat nu en dan de meiden recht in de camera kijken (‘breaking the 4th wall’) in de muzikale intermezzo van Girlhood ondermijnt de film bewust de Suspension of Disbelief. Deze scene creëert een korte shock in verder zeer ‘realistisch’ gefilmd verhaal. Op die manier wordt de kijker even wakker geschud uit dat ‘dromerig realisme’ zodat een specifiek thema of emotie kan worden benadrukt. Op Brechtiaanse wijze (Verfremdungseffekt, waar Godard ook een fan van was) wordt de Suspension of Disbelief ondermijnt om daarna weer verder te gaan in de filmstijl die dominant is. In het voorbeeld uit Magnolia wordt ook zo Verfremdungseffekt gebruikt, maar die wordt dan bereikt door montage. Door de crossing-cutting zingen de hoofdkarakters allen tegelijk hetzelfde lied ongeacht waar ze zijn – zij zijn een in hun wanhoop en in het alleen-zijn, een belangrijk thema in Magnolia.

    @ Rik: Jep, Suspension of Disbelief moet een van de moeilijkste dingen zijn om te vast te houden in film, in welk genre je dan ook handelt. Wat echter als Thor en Captain America een duet zingen? Past dat in een (Whedon) superheldenfilm? Maakt dat die maffe verschijnsels weer minder realistisch? Ik had eigenlijk stiekem op dergelijk duet gehoopt. Gelukkig zitten er genoeg maf realistisch dingen in Age of Ultron!


Reageer op dit artikel