Sociaal betrokken musicals
Gold Diggers of 1933 (1933), West Side Story (1961) en Hedwig and the Angry Inch (2001)

Gold Diggers of 1933

Voor mij is de musical bovenal een visueel filmgenre. Het gebeurt maar zelden dat het verhaal van een musical mij weet te grijpen of ook maar enigszins te boeien. Niet vreemd ook dat de films die ik tot nog toe deze maand gezien en besproken heb daar geen verandering in brachten met hun graatmagere plots. Maar het kan ook anders en aan de hand van drie musicals uit drie totaal verschillende perioden in de filmgeschiedenis wil ik erachter komen of het genre wel degelijk in staat is een groter verhaal te vertellen.

We schrijven 1933, de geluidsfilm staat nog in de kinderschoenen en de musical logischerwijs al helemaal. De grote figuur binnen het genre is op dit moment Busby Berkeley, een choreograaf die met grootschalige dansnummers een extra dimensie geeft aan de vroege musical. Gold Diggers of 1933 is een piekfijn voorbeeld van zo’n vroege musical waar het keiharde bestaan van leven tijdens de depressie toch nog een ietwat vrolijke en levendige noot krijgt dankzij muziek en dans. Toegegeven, de plot van Gold Diggers of 1933 is nou niet bepaald het meest geniale wat je ooit tegen zal komen en is in feite het aloude verhaal van een miljonair tegen wil en denk die smoorverliefd wordt op een arme danseres. Wat volgt is een serie aan komische scènes aangevuld met enkele indrukwekkende muzikale segmenten.

De depressie staat centraal in Gold Diggers of 1933 en vakman Mervyn LeRoy geeft de zware tijd voor arme en minder arme Amerikanen goed weer. Het is echt ieder stuivertje omdraaien en plezier in het leven vinden de personages in het theater waar de fantasie uitgeleefd kan worden. Of toch niet, want Gold Diggers of 1933 kent een geniale finale waarin het onvergetelijke nummer ‘Remember My Forgotten Man’ ten gehore wordt gebracht: een lied over zwoegen en overleven in tijden van economische tegenslag en oorlog. De sociaal-realistische tekst wordt afgewisseld met dromerige choreografie van Berkeley met onder meer marcherende soldaten, een klein meesterwerk op zich. Gold Diggers of 1933 is daarmee niet alleen een uitstekend vroeg voorbeeld van een musical-film, maar ook eentje die het zo fantasierijke genre in een sociale context durft te plaatsen en de weinig vrolijke realiteit van het interbellum knap weergeeft.

West Side Story

Een kleine 30 jaar later zag de wereld er heel anders uit. Een tweede wereldoorlog was gepasseerd en de jeugdcultuur werd belangrijk met rock ‘n roll en de films van de iconische James Dean. West Side Story is de meesterlijke uitspatting van deze veranderingen en een musical die niet alleen ouderen (en dus autoriteit) tegen jongeren zet, maar ook behoorlijk wat te melden heeft over immigratie en de onwetende en raciale gevolgen hiervan. De meest uitgesproken audiovisuele momenten zijn zonder meer het fantastische nummer ‘America’ waarin tegelijkertijd de Amerikaanse Droom wordt bewierookt en bekritiseert en de scènes waarin de jeugdbendes tegenover politie en moedeloze ouderen komen te staan. West Side Story is wat dat betreft geen film die echt een kant kiest, beide partijen (in welke kwestie dan ook) hebben zo hun positieve en negatieve kanten.

Het is opmerkelijk dat ondanks het ontzettend jeugdige elan en de energie die de film uitstraalt, West Side Story is geregisseerd door oudgediende Robert Wise. Dit is een film mijlenver verwijderd van de mierzoete en weinig inspirerende ‘klassieke’ musicals van pakweg 10 jaar ervoor ondanks dat het verhaal in feite Romeo en Julia is. De montage, de camerahoeken, het lichtgebruik en de explosieve choreografie was echt fris en zou decennia later dienen als onmiskenbare inspiratiebron voor nummers als ‘Beat It’ (de bendes) en ‘Smooth Criminal’ (het gefluit) van Michael Jackson. West Side Story is zodoende een absoluut hoogtepunt in het musicalgenre, een film die visueel zoveel te bieden heeft en eerlijk gezegd nog altijd de concurrentie wegblaast en ondertussen het toch ook presteert serieus te zijn over niet alleen de Amerikaanse Droom, maar de sociaal-culturele wereld in zijn algemeenheid.

Hedwig and the Angry Inch

Weer 40 jaar later heeft de musical zich verder ontwikkeld en nog altijd weet het genre zo nu en dan een oprechte en weloverwogen sociale context aan een plot mee te geven. Neem Hedwig and the Angry Inch, een bitterzoete rockmusical over een transseksuele zangeres die worstelt met het feit dat haar ex-vriend aan de haal is gegaan met haar muziek en immens beroemd is geworden in tegenstelling tot haar eigen bandje die moet leven van optredens in Amerikaanse diners. John Cameron Mitchell (zowel regisseur als hoofdrolspeler) levert een heus huzarenstukje af met Hedwig and the Angry Inch, niet in de laatste plaats dankzij een fascinerend gevonden balans tussen drama en komedie. Tegelijkertijd zijn de optredens van Hedwigs band ontzettend hilarisch gezien de setting van de zo traditionele Amerikaanse diners, maar tegelijkertijd (en zeker achteraf in de kleedkamer) is het ook ontzettend treurig om de band zo te werk zien gaan terwijl haar ex-geliefde (uitstekend vertolkt door Michael Pitt) bomvolle concertzalen trekt.

Het essentiële thema van Hedwig and the Angry Inch is echt gender-identiteit en hoe dit het leven van Hedwig (en daarmee ook meteen talloze anderen) beïnvloedt. Met behulp van flashbacks komen we meer te weten over Hedwig en haar relatie met vrienden en familie. En het idee van gender blijft niet enkel tot Hedwig beperkt, zo wordt de gitarist van haar band vertolkt door een vrouw met een nepbaard. En zoals het hoort in musicals speelt de muziek een zeer belangrijke rol en in Hedwig and the Angry Inch wordt de muziek gaandeweg de film persoonlijker en emotioneler eindigend met een ouderwetse power ballad. Sowieso is het gebruik van muziek in de film anders dan de meeste musicals, in Hedwig and the Angry Inch barsten de personages niet spontaan in zingen uit, maar is het altijd onderdeel van hun passie en beroep en vrijwel constant in de vorm van een optreden. Het geeft de film hierdoor een meer gegronde lading dan het gros van de musicals waar op ieder moment pardoes het verhaal wordt stopgezet voor een muzikaal intermezzo.

Er zijn uiteraard vele andere filmische voorbeelden van sociaal betrokken musicals, de een subtieler dan de ander. En bij het ondergaan en analyseren van verschillende vormen van de musical blijkt dat deze vorm me overduidelijk het meest aanstaat, waarschijnlijk omdat vrijwel ieder nummer ook echt bijdraagt aan het verhaal en geen excuus is om de ster aan het werk te zien, dan wel dansend of zingend. En ik kan in me in alledrie de gevallen ook niet voorstellen hoe het anders had kunnen werken, zeker een film als West Side Story was zonder de muzikale inbreng een dweperig melodrama geworden in plaats van een ontzettend energiek muzikaal meesterwerk. Helaas blijft deze aanpak van musicals toch een beetje in de schaduw staan van het grote show-gebaar, maar dat mag de pret zeker niet drukken.


Onderwerpen: , , , , , ,


Reageer op dit artikel