Son of Saul (2015)
Een rondleiding langs de rafels van het bestaan

4 november 2015 · · Kritiek + Première

Son of Saul

De Tweede Wereldoorlog is een van de meest doorgelichte gebeurtenissen uit de geschiedenis en menig filmmaker heeft geprobeerd hieraan een steentje bij te dragen. Op één specifiek onderdeel lijkt echter een taboe te heersen: de holocaust, of in de Joodse benaming van Claude Lanzmanns documentaire: Shoah (1985). Lanzmann was uiterst kritisch toen Spielberg met Schindler’s List (1993) de wereld zijn versie had gegeven. Het gevaar schuilt in een exploitatie van de ontmenselijking en een te eenvoudige voorstelling van goed en kwaad. Toch heeft de Hongaar László Nemes er zich opnieuw aan gewaagd, en warempel: met goedkeuring van Lanzmann, nadat deze zijn film gezien had. Wat maakt Son of Saul anders zijn dan voorgangers?

Het openingsschot spreekt boekdelen: we zien een onscherp landschap totdat we het hoofdpersonage Saul in beeld zien verschijnen; hij zal ons punt van oriëntatie zijn. We volgen Saul steeds via zijn gezicht, op zijn rug en vooral in de beweging van zijn gaan en staan. Dat levert in de stijl van de gebroeders Dardennes en Bèla Tarr een aaneenrijging van knap gechoreografeerde long takes op. De camera dwaalt daarbij nooit langer dan één minuut van hem af. Het effect dat hiermee gecreëerd wordt is dat de horror (de lijken, het geweld, de chaos) grotendeels buiten beeld blijft, als in de ooghoeken van Saul zelf. De boodschap is even simpel als effectief: we hoeven niet alles te zien, om te we weten wat er gebeurd is – omdat we al te goed weten wat er gebeurd is.

Daarmee heeft Nemes een knappe oplossing gevonden om aan elke vorm van exploitatie te ontkomen, maar dat betekent niet dat de impact ontbreekt. Juist door Saul ten midden van de verschrikkingen als het morele geweten te plaatsen, worden we elke scène opnieuw aangesproken op de erfenis van ons verleden. We zijn hier voorbij goed en kwaad en Saul, afgestompt door de realiteit, probeert te overleven als elk ander. Totdat er iets gebeurt: als in een wonder is er een jongen die (nauwelijks) levend uit de gaskamers komt. Nadat deze jongen via de ‘nazorg’ van een kampbeul alsnog komt te overlijden, herkent Saul zijn zoon erin terug en probeert hij hem een waardige begrafenis te geven.

Son of Saul (2)

Een absurde onderneming op een plek die al te letterlijk over lijken gaat. Het is echter het startpunt van een bewuste tour de force: zijn omzwervingen om het onmogelijke mogelijk te maken vormen een rondleiding langs alle facetten van het vernietigingskamp. Enerzijds kent Son of Saul hierdoor een grote educatieve waarde voor komende generaties en klaslokalen, anderzijds wordt het plot zelf hiermee geweld aangedaan: de toevallige samenloop van omstandigheden volgen elkaar net iets te perfect op. Ook een broodnodig moment voor contemplatie of bezinning is er nauwelijks voor de kijker. Dat maakt Son of Saul niet per se tot een zware zit, maar wel tot een relatief gesloten ervaring.

Nemes noemde onder andere Klimovs Come and See (1985) als een grote inspiratiebron, maar bestempelde deze huiveringwekkende overlevingsreis tevens als barok. Toch is zijn poging grotendeels schatplichtig aan zijn voorganger en dat is het beste terug te zien in de symboliek van de zoon. Het is niet de vraag of het daadwerkelijk Sauls zoon is als eerder waarvoor hij staat: een ontwaken uit de onverschilligheid en een opdracht de menselijke waardigheid, verpakt in een Joods begrafenisritueel, zijn gezicht terug te geven. Of hij daarin slaagt is aan de interpretatie van de kijker, hoewel het laatste, transcendentale shot hierin even betekenisvol is als die van de opening: de sleutel zit hem in de offerbeweging.

★★★★☆


Onderwerpen: , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel