Songs From The Second Floor (2000)
Een moderne bergrede

Songs from the Second Floor begint met een quote uit een gedicht van Peruviaanse dichter Cesar Vallejo: “Beloved be the ones who sit down”. Deze strofe is een duidelijke variatie op de bergrede uit het Bijbelboek Mattheüs, waarin Jezus het in een redevoering op een heuvel (vandaar de naam bergrede) opneemt voor de verschoppelingen in de samenleving. “Zalig zijn zij” die verstoten worden, de armen, de zwakken, de verschoppelingen. Het is een Bijbeltekst die vaak als de grondslag van de christelijke leer wordt gezien, en die uitgedragen wordt door goededoelenorganisaties op christelijke grondslag als Het Leger Des Heils. Van de barmhartigheid is in Songs From The Second Floor, de commerciële doorbraak van arthouse-gigant Roy Andersson, niets te merken.

Songs From The Second Floor is een film die voornamelijk gaat over het falen van de menselijke goedheid. Hij is daarmee een soort van postmoderne bergrede, waarin de woorden van Jezus, en Cesar Vallejo de liederen van hoop zijn van de (hemelse) tweede verdieping. Op de (aardse) begane grond is het behelpen. In Songs From The Second Floor wordt er regelmatig geciteerd uit de bijbel, met onder andere een aantal variaties op de Bergrede. In een centrale scène ligt een man op een ziekenhuisbed in een psychiatrische instelling. Één van zijn familieleden gaat naast hem zitten en citeert bekende strofes uit Prediker “Er is een tijd” en een gedicht van Cesar Vallejo:

“Beloved be the one who works by the day, by the month, by the hour,
the one who sweats out of pain or out of shame,
the person who goes, at the order of his hands, to the movies,
the one who pays with what he does not have,
the one who sleeps on his back,
the one who no longer remembers his childhood; beloved be
the bald man without hat,
the just man without thorns,
the thief without roses,
the one who wears a watch and has seen God,
the one who has one honor and does not die!”

De getroebleerde man op het bed begint oncontroleerbaar te huilen. Zijn broer blijft citeren, en diens vrouw maant hem om te stoppen. “Je ziet toch dat het hem verdrietig maakt”. Ze heeft ongelijk. Het is één van de weinige scènes in de film waarin iemand een connectie maakt. Het zijn geen tranen van geluk of verdriet, maar tranen van begrip. Het is één van de weinige scènes in de film waarbij mensen zich letterlijk op hetzelfde niveau bevinden. Als we kijken naar bovenstaande still, zien we dat de mensen zich op verschillende plekken in de ruimte bevinden, verschillende lagen, zogezegd. De man en zijn broer samen op het bed, de schoonzus ver in de achtergrond. De man en zijn broer bevinden zich op hetzelfde niveau, wat in Songs From The Second Floor zeldzaam is.

In de schilderachtige vignettes in de rest van de film zien we namelijk zelden de centrale mensen in dezelfde laag als anderen. Menselijke connectie is in deze wereld onmogelijk: we zien bijvoorbeeld een mensenmassa op de achtergrond, met het centrale personage eenzaam op de voorgrond, of vice versa. Het individu tegen het geheel. Ook maakt Anderson met zijn mise-en-scene constant duidelijk dat mensen niet op gelijk level met elkaar communiceren: een man die praat tegen zijn zoon staat in de tableaux-vivants gerust een aantal passen verder.

Deze harde wereld waarin menselijk contact onmogelijk is blijkt kapot gegaan door het kapitalisme en de gevestigde orde. De anonieme massa’s die we zien bestaan met enige regelmaat uit zakenmannen, militairen, politiek leiders en kerkelijk leiders. Zij zijn de zombie-achtige horde die de wereld verhard hebben, en die met hun arbitraire regels de wereld een absurde ratjetoe van onbegrijpelijke processen hebben gemaakt. De apocalyps is aan de gang, maar het word door de mensen nauwelijks opgemerkt. Op de achtergrond geselen mensen zichzelf; een kind, geïsoleerd in beeld gebracht, word door kerkelijk leiders geofferd om de goden tevreden te stemmen; de doden staan weer op en lopen in drommen door het beeld. Niemand merkt de zombies op: ze zijn net zo anoniem als alle andere massa’s.

Als Songs From The Second Floor een postmoderne bergrede is, een pleidooi voor de zwakkeren, dan is het niet één van een dogmatische kerkelijk leer. Op gelijke voet met de Jezus van Matthëus, niet voor niets door Pasolini afgeschilderd als Marxistisch rebel, heeft Anderson weinig op met het uiterlijk vertoon en conservatieve dogma’s van kerkelijk leiders. De film is hard in zijn oordeel over de kerk: bisschoppen en pauzen offeren een kind; priesters negeren een man in nood om te klagen over de financiële schade die zijn faillissement hun berokkend; kruisbeelden zijn overal te zien, maar met een heftig prijskaartje. Jezus en zijn leer zijn geannexeerd door het kapitalisme. Wanneer het kruisbeeld breekt laten de marketeers hem letterlijk bungelen.

Roy Andersson, zelf begonnen als kunstenaar, en daarna tientallen jaren een grote stem in reclameland, keert de commercie de rug toe met Songs From The Second Floor. De film is een pleidooi voor de verschoppelingen, net als de bergrede ooit, maar dan verschopt in een bredere zin van het woord. Niet alleen de armen, de zwakken of de zieken zijn zalig, maar de zachtaardigen; de mensen die geen connectie kunnen maken maar dat wel willen; de kale man zonder hoed; de man die zich zijn jeugd niet meer herinnert. Business is keihard, en er zijn zoveel zachte mensen in de wereld die er onder lijden, geïsoleerd zijn.

In één van de latere scènes van de film vat Anderson zijn anti-kerkelijke, anti-kapitalistische maar hyper-christelijke boodschap samen, door wederom te citeren uit Het Evangelie van Mattheüs. In een bekende parabel vraagt een rijke man aan Jezus wat hij moet doen om in de hemel te komen. Deze zegt dat hij de wet moet volgen, er moet zijn voor de zwakken en armen, én dat hij al zijn bezit weg moet doen. De man kan dat niet verkroppen. Jezus vertelt daarna een parabel over een kameel die bepakt en bezakt door een kleine poort heen moet, die “het oog van de naald” wordt gedoopt vanwege de zeer beperkte ruimte. De kameel komt er pas door als deze volledig afgeladen is. Jezus besluit: “Wederom zeg Ik u, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat. (Matteüs 19:24)”.

Roy Andersson vat deze parabel samen in één enkel beeld: een gigantische terminal is te zien, duidelijk bedoeld voor de allerrijksten om de aarde te verlaten, of in ieder geval de plek die zij verdoemd hebben. De gigantische ruimte en het licht suggereert echter ook een rit naar het hiernamaals, alsof deze poorten toegang tot de hemel verschaffen. Een stem roept om dat het vertrek spoedig zal plaatsvinden. Ondertussen zien we een stel van de zakkenmannen uit de film gigantische trolleys, volgestouwd met hutkoffers en bagage, proberen te verslepen naar de toegangspoorten. Ze komen in de drie minuten dat de scène duurt amper verder. Zalig is de man zonder hoed, niet de man met honderd hutkoffers.


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel