Spectre (2015)
De terugkeer van Sam Mendes én SPECTRE

Daniel Craig in Spectre

In 2012 revolutioneerde Skyfall de James Bond-franchise. Niet eerder was de handtekening van een regisseur en cameraman zo nadrukkelijk zichtbaar in een filmserie die tot dat moment eigenlijk nauwelijks visuele filmkunst had voortgebracht. Skyfall werd niet alleen de meest succesvolle Bondfilm aller tijden, de film won ook nog eens de BAFTA voor beste Britse film. Nu is het de beurt aan Spectre om records te breken, Sam Mendes keert terug als regisseur en Roger Deakins heeft als cinematograaf plaatsgemaakt voor onze eigen Hoyte van Hoytema. Biedt Spectre net zoveel audiovisueel spektakel als Skyfall of keert Bond terug naar de wat oudere standaard?

We leven vlak na de gebeurtenissen van Skyfall, het MI6 gebouw is nog steeds een ruïne en de organisatie kampt nog met de gevolgen van de dood van M. Bond is een geheimzinnige organisatie op het spoor, maar dankzij een lopende herorganisatie binnen de inlichtingendienst krijgt hij niet het groene licht om de groepering uit te schakelen. Dit weerhoudt 007 er uiteraard niet van om op onderzoek uit te gaan en met hulp van Q en Moneypenny betreedt Bond dwars door Europa en Noord-Afrika een gewelddadige wereld, waar de titel van de film opduikt met mogelijk noodlottige gevolgen voor Bond, zijn directe omgeving en de wereld in zijn algemeenheid.

Voordat Bond als globetrotter de jacht maakt op SPECTRE en diens leden, opent Spectre traditiegetrouw met een spetterende pre-titelsequentie en direct valt op dat qua visueel spektakel de film niet onder wil doen voor de illustere voorganger. Spectre opent namelijk spectaculair met een eerste shot dat alleen de prijs van het toegangskaartje al waard is. Ik zal hier verder niet over uitweiden om de ervaring zo speciaal mogelijk te maken, maar qua camerawerk en regie is Spectre tijdens de vele actiescènes bijna ongeëvenaard. En Spectre kent veel actie met snelle achtervolgingen via allerlei vormen van transport en een aantal intense gevechten die de meest beroemde confrontaties uit het rijke Bond-verleden weet te benaderen.

Monica Bellucci en Daniel Craig in Spectre

En net als Skyfall – en eigenlijk het hele Daniel Craig universum – kent Spectre overduidelijk zijn klassiekers, met talloze slimme en eervolle verwijzingen naar allerlei eerdere Bondfilms. Een extreem heftig gevecht in een trein, een kliniek op een bergtop, het typische maatpak dat de centrale schurk draagt; ga zo maar door. Spectre is voor de Bondfan een feest der herkenning zonder dat het ook maar een moment goedkoop of lui overkomt. En dan is er SPECTRE zelf natuurlijk. De iconische terreurorganisatie is terug na de eindeloze rechtenkwestie met Kevin McClory en dat zullen we weten ook. Nogmaals, verder inzicht in de plot en diens twisten zal ik uiteraard niet geven maar het voldoet te zeggen dat SPECTRE als terugkerende aanwezigheid alleen al een groot pluspunt is.

Tot nog toe allemaal hosanna en begrijp me niet verkeerd: Spectre is op en top Bond en qua vermakelijk blockbuster-spektakel een topfilm; dit jaar wist tot nog toe alleen Mad Max: Fury Road dit knetterende en meedogenloze niveau aan energieke actie te halen. Maar waar Mad Max: Fury Road eigenlijk een lange actiesequentie was, wil Spectre logischerwijs ook de nodige intrige brengen. En op dit punt is Spectre van minder niveau dan bijvoorbeeld Craigs eersteling Casino Royale (2006). De film kent een aantal plotgaten, vijanden duiken over en nergens pardoes op zonder dat er enig inzicht wordt gegeven hoe ze dit voor elkaar krijgen en meer dan eens doet het scenario de spanning geen dienst door op te gemakkelijke wijze een twist te veroorzaken. Zonder iets te verklappen is er bijvoorbeeld een nogal duistere scène waarin Bond een vorm van marteling ondergaat en de manier waarop het scenario hier een twist aanbiedt is wel erg simpel.

Het zijn wellicht slechts details in een film van 148 minuten die werkelijk voorbij vliegt, maar juist de allerbeste Bondfilms wisten naast de actie en de humor ook een steekhoudend en intrigerend plot te presenteren. Spectre kent meer dan genoeg fantastische actie, de humor is aanstekelijk en passend bij de wereld waarin Bond leeft, maar de plot laat de film zo nu en dan kortstondig in de steek. Gelukkig is de rest van Spectre zo ontzettend sterk dat het niet op de zenuwen gaat werken. We zien hier geen onrealistische ergernissen zoals een vrouw op hoge hakken die een Tyrannosaurus Rex eruit rent terwijl die meteen al op haar hielen zit. Maar perfect of ‘de beste Bondfilm aller tijden’ is Spectre zeker niet.

Wat wel duidelijk is geworden en meteen waar in de toekomst het gevaar ligt, is dat Sam Mendes van een zeer vermakelijke en eindeloos fascinerende filmserie zowaar filmkunst heeft weten te maken. Alle gebruikelijke ingrediënten zijn er en ik heb het nog niet eens gehad over de vele fijne acteurs die allen prima zijn, of het indrukwekkende fysieke werk van Craig wat ook benadrukt moet worden. Nee, wat zowel Skyfall als nu ook Spectre zo onderscheidt is die nieuwe dimensie van filmkunst. Van een regisseur die duidelijk weet hoe je actie moet schieten zodat het constant overzichtelijk blijft en van een cameraman (of eigenlijk twee) die shots weten te creëren die tot voor kort ondenkbaar waren in een James Bondproductie. Het is de mix van continue vermaak, humor en actie gekoppeld aan visueel meesterschap dat Spectre tot een van de beste big budget films van 2015 maakt.
★★★★½


Onderwerpen: , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel