In het sterrenspoor van Star Wars
De heropleving van SF in navolging van Star Wars

27 december 2015 · · Salon Galaxy

 photo Star Wars 1977_zpsf4jalkug.jpg

De uitbreng van Star Wars (1977) droeg bij aan de definiëring van de term blockbuster en bracht een internationaal cultureel fenomeen teweeg. Daarnaast zette Lucas’ ruimtesprookje het al jaren zieltogende sciencefiction-genre opnieuw stevig op de kaart. Star Wars maakte sciencefiction niet alleen weer hot, maar bewees tevens dat SF financieel rendabel kon zijn. En indien gericht op een groot publiek zelfs kon resulteren in duizelingwekkende winsten. Talloze SF-films en televisieseries waren het gevolg. Nu de Kracht opnieuw is ontwaakt is het tijd voor een bloemlezing van hetgeen ons toentertijd vanuit verre hemelen bezocht.

Star Trek (1966)

Natuurlijk bestond het sciencefiction-genre al voordat in 1977 het SF-geweld van Star Wars op het Amerikaanse filmpubliek losbarstte. En sciencefiction was in de jaren zestig ook nog steeds populair op televisie, getuige het internationale succes van Amerikaanse TV-series als Thunderbirds (1965) en Star Trek (1966), en de o-zo-Britse Doctor Who (1963). Maar sciencefiction-films van enig niveau of betekenis bleven lange tijd uit. Afgezien van een enkele kwaliteitsfilm (2001: A Space Odyssey (1968); Planet of the Apes (1968); Soylent Green (1973) lagen de hoogtijdagen van de SF-film in de VS toch al weer bijna twee decennia in het verleden.

De jaren vijftig van de vorige eeuw vormden in Amerika een dankbare voedingsbodem voor tal van films die inmiddels tot sciencefiction-klassiekers zijn uitgegroeid. Soms omdat zij een, al dan niet verholen, commentaar vormden op de Koude Oorlog of het McCarthy-tijdperk (The Thing from Another World (1951); The Day the Earth Stood Still (1951); Invaders from Mars (1953); Invasion of the Body Snatchers (1956)). Soms omdat zij inspeelden op de groeiende bezorgdheid over de onbekende gevolgen van atoomenergie (Them! (1954); Tarantula (1955); The Incredible Shrinking Man (1957)). De politieke paranoia, xenofobie en kleingeestige angst voor het onbekende die het Amerika van de jaren vijftig van de vorige eeuw zo kenmerkten vonden allen hun weerslag in de films uit deze periode, vaak resulterend in visioenen van monsterlijke bedreigingen of een dystopische, zielloze toekomst.

Star Wars bracht echter weer een eenvoudige boodschap van hoop: als krachten verenigd werden en men voor een goede zaak streed, dan konden zelfs onoverwinnelijk lijkende machten ten val worden gebracht. Deze boodschap sloeg wereldwijd, maar met name in de VS, aan. Vandaar dat eind jaren zeventig en begin jaren tachtig van de vorige eeuw een hausse aan SF-films en series de bioscopen en huiskamers binnenvlogen. Een groot deel hiervan focuste zich op een intergalactische vrijheidsstrijd à la Star Wars, voornamelijk om mee te liften op het succes van dit SF-fenomeen. Maar sowieso raakte het idee van een vrijheidsstrijd tegen een autocratische overheerser een gevoelige snaar in het Amerikaanse collectieve geheugen. Immers, op 4 juli 1776 werden de Amerikaanse koloniën, tot op dat moment onderdeel van de Britse kroon, eindelijk onafhankelijk van Engeland. Relatief kleine Amerikaanse milities slaagden er, na een jarenlange oorlog die pas in 1784 zou worden beëindigd, uiteindelijk in een groter en beter uitgerust Brits expeditieleger te verslaan, en stonden als zodanig aan de wieg van een politiek soeverein, modern Amerika.

Battlestar Galactica (1978)

Het vechten tegen een overmacht, waarbij het goede uiteindelijk het kwade overwint sprak het Amerikaanse publiek dus aan. Battlestar Galactica (1978), in een eerder artikel al uitvoerig besproken, appelleerde hier aan door mensen voor hun voortbestaan te laten vechten tegen Cylons, zielloze robots die uit waren op de totale vernietiging van het menselijk ras. De pilot en daaropvolgende serie uit 1978-79 richtte zich vooral op de strijd tegen het Cylon-rijk, terwijl de door de Galactica geleide ruimtevloot naarstig zocht naar hun verre verwanten op Aarde. In het vervolg van de serie, Galactica 1980, worden beide uiteindelijk gevonden, maar helaas zijn de Cylons de ruimtevloot gevolgd, waardoor de mensen op Aarde plotseling ook in groot gevaar verkeren.

De plots van beide series zijn voornamelijk vanuit Star Wars overgeheveld naar een op westernleest geschoeide setting, waarin het avontuurlijke en romantische aspect soms het SF-karakter van met name de tweede serie dreigde te overschaduwen. In de 21e eeuw zou de serie een nieuwe incarnatie beleven: Battlestar Galactica (2003-2009) is somberder van toon, en wordt sterk beïnvloed door het wantrouwen en de angst die Amerika kenmerken na de aanslagen van 11 september 2001. De serie sprak zowel het inmiddels volwassen publiek van de originele serie aan, alsmede een grote groep jongere kijkers. Daarnaast plaatste Battlestar Galactica morele kanttekeningen bij de war on terror  waarin de VS verzeild was geraakt.

Caravan of Courage (1984)

Het succes van Star Wars en de daaropvolgende films zorgde ook voor films die van de eerste trilogie waren afgeleid. Met name The Return of the Jedi (1983) zorgde in dat opzicht voor zgn. spin-offs. In deze film kwamen namelijk Ewoks voor, grappige kleine beerachtige bosbewonertjes, die leefden op de planeet Endor en de rebellen hielpen een keizerlijke basis onschadelijk te maken. Deze kleine beertjes bleken zo aan te slaan bij een jong publiek dat de studiobazen van 20th Century Fox al snel besloten ze opnieuw op te voeren in een tweetal televisiefilms, de zgn. Ewok Adventures: Caravan of Courage (1984) Battle for Endor (1986).

In eerstgenoemde film helpen de Ewoks een tweetal kinderen die, nadat hun ruimteschip op Endor is neergestort, hun ouders zijn kwijtgeraakt. De tweede film focust zich op het weerstaan van een aanval op Endor, onder leiding van de wrede koning Terak (Carel Struycken) en de heks Charal (Siân Phillips). De redelijk infantiele plots van beide produkties waren eigenlijk slechts bijzaak, daar de aaibaarheidsfactor van de Ewoks, hun binding met een jong publiek en de daaruit voortvloeiende merchandising en reclamerechten de voornaamste motieven waren om beide films te maken. Want voor 20th Century Fox moest de kassa uiteraard blijven rinkelen, ook op Endor.

Battle Beyond the Stars (1980)

De in 1980 uitgebrachte film Battle Beyond the Stars (1980) maakte weer gebruik van het in Amerika geliefde underdog-principe. Gebaseerd op Akira Kurosawa’s Seven Samurai (1954) richtte de film zich op de inspanningen van een groep huurlingen om een vreedzame planeet te beschermen tegen de aanval van een door de wrede tiran Sador (John Saxon) geleide armada. Waarmee de plot waarbij een kleine groep dappere strijders het tegen een schier onoverwinnelijke tegenstander dient op te nemen officieel als ‘beproefd’ kan worden beschouwd.

Battle Beyond the Stars, evenals Seven Samurai, liet zien dat persoonlijk zeer verschillende individuen, wanneer zij worden ingezet voor een zaak die een groter moreel goed dient, tot een hechte groep aaneen kan worden gesmeed die onderlinge verschillen overwint, en materiële motieven (geld) opzij zet voor immateriële waarden (vrijheid). De acteur Richard Thomas, bij het grote publiek vooral bekend als de brave John-Boy in de populaire televisieserie The Waltons (1971), mocht zich in Battle Beyond the Stars eens van een andere kant laten zien als Shad, de leider van de groep huurlingen, in een op het personage van Kambei Shimada (Takashi Shimura) gebaseerde rol uit Seven Samurai.

Bladzijdes: 1 2


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel