Steve Jobs (2015)
A symphony of an asshole

2 december 2015 · · Kritiek + Première

Iconen – historisch, mythologisch, of gewoon een stuk fruit – worden elke generatie opnieuw uitgevonden. Of zoals we nu bij Steve Jobs zien: binnen twee jaar. Aston Kutcher speelde in Jobs (2013) het titelpersonage in een overzicht van zijn leven, nu is het Michael Fassbender die daar een voornaam aan mag toevoegen. Wat maakt Steve Jobs, de versie met de regie van Danny Boyle (Slumdog Millionaire) en naar het script van Aaron Sorkin (The Social Network) anders zijn concurrent? Een vraag die het titelpersonage in kwestie zichzelf en zijn publiek graag stelde: wat maakt een icoon uniek?

Gebaseerd op de bestseller van Walter Isaacson en in overleg met familie is de nieuwe versie, in tegenstelling tot de fanfictie van de eerste verfilming, onvervalste krachtpatserij uit Hollywood. Ondanks dat Danny Boyle – die graag in audiovisuele hyperbolen schiet – aan het roer staat, oogt de film bescheiden; het is eerder het vingervlugge schrijfwerk van Aaron Sorkin die de toon zet voor deze hagiografie in drie aktes. Niet in de klassieke vorm van een een doorlopend verhaal, maar als de voorbereiding op drie belangrijke presentaties die Jobs tijdens zijn loopbaan gaf. Van deze retorische hoogstandjes zien we echter niks, want het verbale vuurwerk gebeurt hier achter de coulissen van de collectieve wish fulfillment.

Het eerste deel betreft de Macintosh-lancering uit 1984, de legendarische opvolger van de Apple II, die overigens commercieel een flop bleek en Jobs zijn kop kostte bij Apple. Anders dan je zou verwachten gaat Steve Jobs niet over de relatie tussen de man en zijn computer, maar tussen een vader en zijn dochter. De openingsact levert gelijk de meest scherpe, vileine en grappige dialogen van de film op. Wanneer namelijk vlak voor de presentatie zijn ex-vriendin aanklopt voor alimentatie, weigert Jobs haar eerst botweg omdat hij zijn dochter Alice niet wil erkennen als zijn nageslacht. Het laat een man zien die door zijn ongezonde werkethos compleet op zichzelf gefixeerd was en tegenover zij collega’s van zijn hart geen moordkuil maakte.

De intimiteit die via zijn dochter in zijn leven sluipt is een welkome afwisseling van de gebruikelijke viering van het genie Jobs, want laten we eerlijk wezen: waar anderen steeds van een visionair spreken – ‘iemand die de toekomst brengt’ – is hij in feite niet meer dan een ontzettend uitgekiende marketingstrateeg geweest – ‘iemand die de toekomst verkoopt.’ Hij was in geen geval een computerprogrammeur zoals medeoprichter en jeugdvriend Steve Wozniak (Seth Rogen) dat was. Jobs stond niet voor de inhoud, zoals tijdens de tweede presentatie uit 1988 van de NeXT Computer nogmaals duidelijk wordt, maar voor de perfectie in de vorm en presentatie. Niet voor een open software met meerdere slots, zoals Wozniak voor ogen stond, maar voor een gesloten en peperduur systeem.

Het is moeilijk om Jobs tijdens het kijken niet te zien als een arrogante klootzak, een dirigent die de touwtjes strak in handen hield en weigerde erkenning te geven aan het teamproces achter de Apple-computers. Tegelijk kan je niet helpen enige sympathie te voelen, wanneer vooraf aan de iMac-presentatie van 1998 scheurtjes van menselijkheid in zijn masker ontstaan. Dit is grotendeels te danken aan de sterke bijrollen, waaronder oud Apple-CEO John Sculley (Jeff Daniels), de eerder genoemde Steve Wozniak, en zijn meest trouwe collega Joanna Hoffman (een mooie rol van Kate Winslet). Zij wijzen hem steeds op de morele leegte en sociale handicap van zijn persoonlijkheid, die alleen zijn dochter echt lijkt te kunnen doorbreken.

Eerder dit jaar verscheen de door Theodoor Steen besproken documentaire Steve Jobs: The Man in the Machine (2015) om te onderstrepen hoe alomtegenwoordig vier jaar na zijn overlijden de oud Apple-CEO nog altijd is. Anders dan de achterklap waar de documentaire in verzandt, gaat deze fictieve interpretatie dieper in op de mens achter de machine, en dat hoeft niet per se historisch 100% accuraat te zijn om een kritisch portret te geven. Iconen, we kunnen niet zonder, en als we ons opnieuw afvragen wat een icoon uniek maakt, is dat enerzijds de herhaling in de media en daarmee de blinde verering (zoals al te vaak in DWDD te zien is), maar anderzijds – toegegeven – ook de daadkrachtige visie die iemand in zijn werk uitdroeg.

★★★½☆


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel