The Imitation Game (2014)
De onheus bejegende oorlogsheld

7 januari 2015 · · Kritiek + Première

The Imitation Game

Biopics, een onuitputbare bron voor filmmakers, zo lijkt het. Zo vlak voor het prijzenseizoen lanceert Hollywood er weer een aantal. Zo kunnen we binnenkort Selma (2014) verwachten, over het leven van Martin Luther King, een film die het ongezien al goed doet bij de Academy, zo voelt het bijna. The Theory of Everything (2014) over het leven van de beroemde kosmoloog Stephen Hawking is er nog zo één. Daarnaast gaat deze week The Imitation Game (2014) in première, die verhaalt over de wiskundige Alan Turing, die in de Tweede Wereldoorlog een heldhaftige rol heeft gespeeld in het kraken van de enigmacode van de Duitsers. Een film die net als het overeenkomstige A Beautiful Mind (2001), inzoomt op de persoonlijke ontwikkelingen en problemen van de hoofdpersoon, die in dit geval vooral te maken hebben met zijn seksuele geaardheid.

Onze hoofdpersoon wordt in eerste instantie neergezet zoals bijna elke wiskundige in Hollywood. Een arrogante, onaangepaste en licht autistische wijsheer. Een karakter wat prima gestalte wordt gegeven door Benedict Cumberbatch en wat we eerder hebben gezien in Ron Howards A Beautiful Mind maar ook bijvoorbeeld in The Big Bang Theory. Het stereotiep van wiskundige die op het grappige af direct communiceert, autistische trekjes laat zien in het niet begrijpen van sarcasme en sociale onhandigheid wordt in deze film, zeker in het begin, ten volle uitgenut.

Turing staat, geheel in lijn met zijn karakter, in eerste instantie onwelwillend tegenover het team wat samen met hem de opdracht krijgt om de supercode te kraken. Al snel krijgt hij, middels een directe communicatie met Winston Churchill, de privileges om zijn eigen team samen te stellen. Middels een openbare puzzelwedstrijd komt de mooie Joan (Keira Knightley) in beeld. Net als in wederom A Beautiful Mind, wordt haar karakter niet zozeer ingezet om het team te versterken maar meer om het privéleven van Turing naar voren te laten komen. Een zwak punt in het plot wat mij betreft, aangezien zij initieel wordt neergezet als het talent wat Turing inhoudelijk zal ondersteunen en als vrouw tegen vooroordelen moet opboksen. Nu versterkt zij vooral de sociale relaties en wordt Turing wel erg snel makkelijker in de groep. De twee trouwen uiteindelijk met elkaar, al lijkt Turing niet bepaald aangetrokken tot haar op fysiek vlak. Al snel blijkt waarom.

The Imitation Game

Al een paar keer refereer ik aan A Beautiful Mind van Ron Howard. The Imitation Game bevat grappig genoeg bijzonder veel parallellen, en doet de naam daarmee eer aan. Naast de mooie vrouw in het leven van de wiskundige kennen ook beide films een gewiekste playboy als belangrijkste concurrent. Ook in The Imitation Game wordt deze uiteindelijk als een vriend gepositioneerd. Het schijnt dat de echte Turing zelf overigens niet echt overhoop lag met zijn team of omgeving, maar ‘ondanks’ dat hij wiskundige was, vrij normaal in de omgang was. Grappig detail is wel dat er in Howards film voor gekozen is om John Nash, de hoofdpersoon gespeeld door Russell Crowe, een hetero te laten zijn. Nash was namelijk, net als Turing, homoseksueel. Wat dat betreft is deze film een gedurfdere versie, weliswaar een keuze die ook meteen een zwakte blijkt.

Wie denkt met The Imitation Game een interessante puzzelfilm over het kraken van codes te zien zal krijgen, komt dus bedrogen uit. Dat Turing de code weet te kraken mag geen verrassing heten, de film legt hier uiteindelijk dan ook niet de nadruk op. Veel meer gaat deze film over Turing zijn heimelijke homoseksualiteit en hoe hij hier op latere leeftijd uiting aan ging geven. De film opent dan ook in de jaren 50 waar Turing wordt opgepakt. Hij wordt beticht van homoseksuele praktijken en wordt hiervoor gerechtelijk aangepakt, op een schandalige manier. Hoe kan de grote held van het volk, want zo wordt Turing uiteindelijk toch wel neergezet, vanwege zijn seksualiteit bestraft en zo gekleineerd worden? Dat is wat we ons vooral af dienen te vragen.

Al met al valt The Imitation Game tegen. Allereerst bevat deze enkele rare plotkeuzes. Zo loopt er een Russische spion rond in de omgeving van Turing, en wordt hij hier zelfs even van verdacht. Hoe dit uiteindelijk uitkomt en de film hiermee omgaat is lachwekkend. Verder blijkt deze film tegen het einde nogal vingerwijzend, kijk eens hoe verschrikkelijk de maatschappij met een held is omgegaan. Ja, klopt, maar moet dat dan de uiteindelijke hoofdgedachte van de film worden? Alsof het publiek dom is wordt er op het einde ook nog even uitgelegd dat de machine die Turing bouwde om berekeningen te doen, later de computer zou worden. Toch is het meest problematische het gebrek aan consistentie waarmee Turing wordt neerzet en hoe het plot afdwaalt richting de jaren 50 en zijn lijdende persoon. Een biopic by the numbers, waarmee erg makkelijk gescoord kan worden, zo voelt het. Turing wordt van autistische klootzak langzaam een sympathieke held, wat niet echt consistent voelt, om uiteindelijk bijzonder onrechtvaardig behandeld te worden. Aan Benedict Cumberbatch ligt het zogezegd niet, zijn acteerwerk is prima, het script daarentegen blijkt maar weinig origineel en voelt ongebalanceerd aan.

★★½☆☆


Onderwerpen: , , , , ,


Reageer op dit artikel