The Pirate (1948) en An American in Paris (1951)
Kennismaken met Minnelli’s Musicals (3)

The Pirate (1948)

Na vorige week met Meet Me in St. Louis een start te hebben gemaakt met het oeuvre van Minnelli stonden chronologisch The Pirate (1948) en An American in Paris (1951) op het programma, te beginnen met de eerste. Een film waarin wederom Judy Garland, tijdens de opnames inmiddels de vrouw van de regisseur, centraal staat en waarin Gene Kelly, een grote naam in de MGM-musical industrie, zijn opwachting maakt. Wederom blijkt The Pirate, net als Meet Me in St. Louis vermakelijk, maar weet mij nog niet daverend enthousiast voor het genre te krijgen. An American in Paris (1951) doet me wel iets meer.

In The Pirate speelt de jonge vrijgezelle Garland Manuela die droomt van een heldhaftige piraat genaamd Macoco aan haar zijde. Jammer genoeg voor haar wordt ze gekoppeld aan de lokale burgemeester (die een interessant verleden blijkt te hebben). Wanneer Serafin (Gene Kelly) als ‘piraat’ zijn entree maakt in het kleine plaatsje valt hij als een blok voor de toekomstige burgemeestersvrouw die zelf ook wel wat voelt voor de frivole flierefluiter.

Om vergelijkbare redenen als Meet Me in St. Louis wist The Pirate mij niet volledig te bekoren. Het is weer Judy Garland die mij met zowel acteerwerk als gezang niet weet te overtuigen. Lichtpuntje ditmaal is Gene Kelly, zijn mimiek, danspasjes en een overdosis levensvreugde werken aanstekelijk en maken van hem een bijzonder innemend karakter. Het plot is flinterdun en kent weinig verrassingen maar een film als deze mikt op wat anders. De exotische locaties, de wilde piraat als fantasie, het lijkt allemaal als een soort van wilde vrouwendroom te fungeren, iets wat met de hypnose van Manuela wordt bevestigd. Helaas weet dit alles, zeker tijdens de liedjes, mij maar mondjesmaat te vermaken en voelde The Pirate, met iets meer dan honderd minuten, als een te lange film.

An American in Paris (1951)

Drie jaar na het piratenfeestje was daar An American in Paris, een film die, in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden gewoon in de Hollywood studios is opgenomen. Ondanks de wat gekunstelde reconstructie van Parijs weet deze film toch een redelijke sfeer neer te zetten. Wat de derde film van Minnelli voor mij tot nu toe zijn sterkste maakt is de hoofdrol voor Gene Kelly, wellicht toch de afwezigheid van Judy Garland en een bijzonder fijne laatste akte die een bijna twintig minuten durende droomsequentie bevat die zeer muzikaal is maar, het voelt bijna als vloeken, geen gezang bevat.

De film vangt aan op bijna Rear Window-achtige wijze. We kijken bij verschillende appartementen naar binnen in een straatje in Parijs. Hier zien we o.a. een getalenteerde pianist en een raam verderop de zelfverklaarde kunstschilder Jerry Mulligan (Gene Kelly). Zijn goede humeur in een toch wel armoedig bestaan werkt net als in The Pirate aanstekelijk. Al dansend en zingend gaat deze bon vivant door het leven. Deze houding komt tot een hoogtepunt wanneer hij in ‘duet’ met de buurtkinderen ze Engels probeert te leren.

Al exposerend in de Parijse straten blijkt hij toch wel wat terneergeslagen in het schildersvak waarin hij weinig talent en succes lijkt te hebben. Wanneer een wat oudere dame interesse in zijn kunst maar met name in hem toont verandert er veel. Zij biedt aan een expositie te sponsoren en wanneer zij hem meeneemt naar een bar loopt Jerry de mooie Lise tegen het lijf. Een dame die in eerste instantie niet geïnteresseerd is in de schilder maar wederom blijkt Jerry succesvol volhardend in zijn enthousiasme.

An American in Paris blinkt wederom niet uit qua plot of overtuigend acteerwerk, integendeel. Toch heb ik tijdens deze film meer kunnen genieten dan van Minnelli’s eerdere films. Hier blijkt maar weer eens wat sfeer doet, want het is vooral de nagebootste Parijse straatsfeer die mij aanspreekt en wellicht ook het perspectief van de man wat centraal staat waar eerder Judy Garlands perspectief centraal stond. Het liefdesverhaal, dertien in een dozijn, wordt wanneer deze een clichématig einde lijkt te naderen compleet overboord gegooid om de film in een 20 minuten lang durende danssequentie te doen eindigen met prachtige (veelal kartonnen) sets in technicolor. Deze sequentie kent geen zang en wist mij in al zijn overdaad, choreografische hoogstandjes en muzikaliteit lichtjes te beroeren. Geen meesterwerk, maar ik kan me voorstellen waarom fans van het genre deze film hoog hebben zitten.


Onderwerpen: , , , ,


2 Reacties

  1. Kaj van Zoelen

    Het liefdesverhaal komt toch juist in de danssequentie tot een conclusie?

  2. Hendrik De Vries

    Ja, en is dus dankzij die vorm allesbehalve cliche, wat mij betreft :-). Het cliche wordt daarmee overboord gegooid, staat er inderdaad niet helemaal duidelijk.


Reageer op dit artikel