Tsui Hark (3): Er was eens in China
Subtiel patriottisme en spectaculaire kungfu in Once Upon A Time in China (1991-1997)

Once Upon a Time in China

Tsui Harks oeuvre is doorspekt met een liefde voor Chinese cultuur, traditie en geschiedenis (zoals ik al in deel één en twee van deze reeks over zijn oeuvre beargumenteerde). Maar hij is geen blinde nationalist, die in 1997 met smart op de overdracht van Hong Kong door het Verenigd Koninkrijk aan China zat te wachten. Zijn genuanceerde visie daarop is al te zien in Zu: Warriors of the Magic Mountain (1983), gemaakt toen de onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk en China nog gaande waren. Meer dan ooit komt zijn visie tot uiting in de Once Upon a Time in China filmreeks, die Tsui van 1991 tot 1997 maakt. Want hoe beter dat te doen dan met spectaculaire martial artsfilms?

Er zijn in totaal zes Once Upon a Time in China films, en een door Tsui geproduceerde televisieserie die we vandaag even buiten beschouwing laten. Tsui regisseerde deel één, twee, drie en vijf, en schreef en produceerde alle zes. Jet Li speelt in deel één tot en met drie de Chinese volksheld Wong Fei Hung, in deel vier en vijf neemt Vincent Zhao de rol over, waarna Li in het laatste deel weer terugkeert. Die film, soms Once Upon a Time in China and America (1997) genoemd, is de laatste film die Sammo Hung regisseerde (vorig jaar mijn tweede Held van Hong Kong). Het is niet zijn beste werk, en bevat weinig van de thematiek van de eerdere films. Kwalitatief vallen de laatste drie delen sowieso tegen in vergelijking met de eerste drie.

Once Upon a Time in China

Geen wonder dat die drie films met Li wel eens de “Once Upon a Time in China trilogie” worden genoemd. Daarvan zijn de eerste twee weer net een beetje beter dan deel drie, en is deel twee mijn persoonlijk favoriet. Vanwege hoe de film een reactie is op de eerste film, en de geweldige gevechten tussen Jet Li en Donnie Yen. Hoewel de climax op de ladders in deel één en de leeuwendans in het derde deel daar nauwelijks voor onder doen. Maar wat deze films zo goed maakt is niet alleen de fantastische gechoreografeerde actie, maar vooral ook hoe Tsui die actie inzet om zijn visie op hoe China en Hong Kong na de overdracht verder zullen moeten. Een visie in de eerste drie films organisch wordt uitgewerkt en steeds verder wordt uitgebouwd, in deel vier nog eens dunnetjes wordt overgedaan en in de laatste twee helaas nauwelijks meer te vinden is.

Once Upon a Time in China

Tsui Harks angst voor China

Over Wong Fei Hung zijn sinds 1949 meer dan honderd films en televisieseries gemaakt. Hij leefde van 1847 tot 1924, en maakte zo een turbulente fase in de geschiedenis van China mee. Hij werd geboren in de tijd van de laatste Chinese keizerrijk, zag hoe eind negentiende eeuw steeds meer buitenlandse krachten delen van China innamen, en maakte de val van dat keizerrijk mee. Naast martial artsmeester was Wong dokter, acupuncturist en revolutionair die vocht tegen buitenlandse invasies. In de Once Upon A Time in China films wordt hij door een combinatie van deze elementen de belichaming van het genuanceerde Chinese nationalisme van Tsui, die een middenweg zoekt tussen overheersing door westerse machten en blind patriottisme en xenofobie die als reactie op die overheersing ontstaan. Er is een duidelijke parallel met het anderhalve eeuw lang door het Verenigd Koninkrijk gekoloniseerde Hong Kong, dat als kapitalistisch handelscentrum binnen het communistische China een speciale status heeft en in de aanloop naar 1997 en de overdracht aan China bang is die status te verliezen.

Once Upon a Time in China

Tsui Harks ideale China

Wong Fei Hung is Tsui’s ideaal voor de toekomst van China en Hong Kong: wijs, geduldig, behulpzaam, sterk en uiteindelijk altijd de winnaar van elk gevecht dat hij aangaat, dankzij zijn superieure martial arts. Aan de ene kant wil Tsui af van de overheersing van de Britten, in de films weergegeven door weerstand tegen achtereenvolgens Amerikanen, Britten, Fransen, Russen en Duitsers (allen gespeeld door Australiërs overigens). Aan de andere kant vreest hij de komende overheersing van communistisch China, in meerdere films vertegenwoordigd door extremistische sektes die alle buitenlanders willen vermoorden en uitdrijven. Wong ziet het gevaar van beiden voor een succesvol China dat hij voor ogen heeft: een land dat zijn oude cultuur en tradities behoudt, maar ook mee kan in de moderne wereld met zijn technologische vooruitgang.

Hoewel Wong in gevechten altijd de baas is over zijn tegenstanders, erkent hij ook altijd dat kungfu niet opkan tegen westerse vuurwapens, en dat China deze technologie moet overnemen om niet achter te blijven. In de tweede film zit een mooi voorbeeld van hoe Chinese traditie en westerse moderniteit samenwerken tot een resultaat dat beiden niet afzonderlijk kunnen bereiken: Wong en een Engelse dokter redden samen het leven van een neergeschoten man. Wong verdooft het lichaam van de man lokaal met Chinese acupunctuur, zodat de dokter westerse chirurgie kan toepassen om de kogel eruit te halen en de wond dicht te maken. Dat is in de jaren negentig Tsui’s hoop voor de toekomst van China en Hong Kong: een ideale samenkomst van Chinese cultuur en tradities, en westers (economisch) vernuft en moderniteit.


Onderwerpen: , , , , ,


Reageer op dit artikel