Tsui Hark (4): De 21ste eeuw
Helden van Hong Kong (16)

Tsui Hark

De allernieuwste film van Tsui Hark, The Taking of Tiger Mountain (2014), draait morgenmiddag eenmalig in Eye (in samenwerking met het Cinemasia Film Festival). Daarom vandaag een blik op zijn carrière van de afgelopen vijftien jaar, in dit laatste deel van de reeks over Tsui’s oeuvre (klik hier voor een overzicht). Tsui Hark produceerde in Hong Kong in de periode van 1989 tot 1996 maar liefst 25 films, gemiddeld meer dan drie per jaar. Daarna beproefde hij zijn geluk in Hollywood, maar keerde na twee flops terug naar het Oosten. Kan hij in de eenentwintigste eeuw het succes en de kwaliteit van de twee voorgaande decennia nog evenaren?

Er is veel veranderd in de korte periode dat Tsui weg was. Hong Kong is in 1997 overgedragen aan China, hoewel de voormalige Britse kolonie voorlopig nog deels autonoom blijft. Datzelfde jaar is er in Oost-Azië een grote economische crisis. Terwijl deze twee gebeurtenissen hun financiële sporen achtergelaten in de filmindustrie van Hong Kong, pikt Hollywood een deel van de internationale markt in. In dit financiële en filmlandschap keert Tsui terug met een statement dat hij nog steeds Tsui Hark is en op het top van zijn kunnen is, in de vorm van de meesterlijke actiethriller Time and Tide (2000).

Time and Tide

Tsui haalt in deze terugkeer naar het thuisland alle stilistische en technische trucjes uit de kast, die hij in de twee decennia daarvoor heeft geleerd. De wilde doch overzichtelijke montage en de aparte cameravoering maken het net zo’n wervelwind als The Blade (1995). Het verhaal is op zijn best verwarrend te noemen, maar dat past bij de overweldigende stijl. Na zijn werk met Van Damme in de VS is Time and Tide een artistieke comeback, maar financieel doet de film het echter niet als verwacht. Terwijl Ang Lee’s internationale co-productie Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000) alle aandacht, prijzen en geld opeist dat jaar, zowel op de oosterse markt als op de westerse markt voor oosterse films.

Seven Swords

In het kielzog van dat succes wordt de ene na de andere epische wuxia-productie opgezet. Tsui volgt deze trend met Seven Swords (2005), een groots opgezette ode aan Seven Samurai (1954). Tsui heeft een vier uur durende versie voor ogen, maar moet vanwege commerciële belangen de film terugbrengen tot twee en een half uur. Daarbij sneuvelt de introductie en ontwikkeling van de zeven strijders en hun zwaarden, wat binding met hun latere lot en met meerdere driehoeksverhoudingen moeilijk maakt. Door prachtige kleuren en landschappen is de film een feest voor het oog, ondanks dat Tsui zich stilistisch nogal inhoudt. Het resultaat is een mooi gefilmd maar niet geheel geslaagd epos waarbij het lijkt alsof Tsui zijn eigen stijl inruilde voor die van Ang Lee en Zhang Yimou, de regisseur van Hero (2002) en House of Flying Daggers (2005).

Missing

Tsui had vier vervolgen gepland, maar daar kwam niets van terecht. Sowieso is het tempo waarop hij films maakt (regie én productie) vanaf 2000 flink teruggelopen, in vergelijking met daarvoor. In 2008 regisseert hij weer eens twee films in één jaar, en dat levert meteen zijn beste film sinds Time and Tide op. Missing (2008) is helaas de andere van die twee. Zoals gebruikelijk bij Tsui is het kleurgebruik prachtig, ook nu hij op digitaal filmen is overgestapt, maar dat is het enige echte pluspunt aan deze film. Een melodramatische horror waarbij de horrorelementen en het melodrama elkaar in de weg zitten in plaats van mooi samen te smelten.

All About Women

Het mengen van genres gaat Tsui een stuk beter af in All About Women (2008), een hilarische muzikale sci-fi romcom over een zangeres, een zakenvrouw en een wetenschapster. Het krankzinnige, niet samen te vatten verhaal over feromonen, aantrekkingskracht en rockmuziek is typisch Tsui, net als de vele aparte stijlvormen die hij hanteert. Irissen, stotterende slow-motion, freeze-frames, animaties en vele andere visuele trucjes worden vaak met humoristisch effect ingezet. All About Women is op en top Tsui, en mede daardoor een heerlijk maffe komedie die wederom een lust voor het oog is. Zijn beste film in acht jaar.

Het digitaal filmen bevalt Tsui goed, en hij gaat daarin nog verder in de jaren tien van de eenentwintigste eeuw met een aantal wuxia-producties. Zowel de twee speelse Detective Dee (2010 & 2012) films als Flying Swords of Dragon Gate (2011) staan bol van de CGI. Zijn hectische filmstijl van actiescènes is echter niet veranderd, en nog altijd staat Tsui garant voor spektakel. Evident blijft Tsui’s fascinatie met het verleden van China, een element van zijn oeuvre dat naar verluid ook in The Taking of Tiger Mountain terugkeert.

Een oeuvre dat ondanks de toenemende wisselvalligheid de afgelopen vijftien jaar nog altijd zeer indrukwekkend is. Ook al lijkt de tijd voorbij dat Tsui meerdere films per jaar maakt van consequent hoge kwaliteit. Het is te hopen dat The Taking of Tiger Mountain een waardige toevoeging aan zijn filmografie is. Volgende week daarover meer, in een verslag van wat er aan Hong Kong films op het Cinemasia Film Festival te zien is.



2 Reacties

  1. Straka

    Misschien dat ik Tsui Hark morgen maar weer een kans ga geven met The Taking of Tiger Mountain. Alleen wordt het waarschijnlijk kiezen tussen die en Peter Chan’s Dearest.

  2. Kaj van Zoelen

    Die is ook erg mooi.


Reageer op dit artikel