Van videogame naar film: een onmogelijke missie met succes?
Mortal Kombat (1995) van Paul W.S. Anderson


Er lijkt een vloek te rusten op het verfilmen van videogames. Zeker de jaren 90 waren berucht met erbarmelijke titels als Super Mario Bros. (1993), Street Fighter (1994) en Double Dragon (1994) maar ook het nieuwe millennium kan er wat betreft wat van met de mislukte Tomb Raider films en de vele schandalig slechte Uwe Boll game-adaptaties. Een andere opvallende regisseur die net als Boll meerdere videogame-films heeft gemaakt is Paul W.S. Anderson, vooral bekend om zijn Resident Evil verfilmingen en de eerste Alien vs. Predator (2004). Maar voordat deze adaptaties het licht zagen kwam Anderson met Mortal Kombat, een tamelijk losse verfilming van de razend populaire vechtgame. Het is een film die bij de huidige (en vaak jonge) game-liefhebbers die ook van film houden een beetje in de vergetelheid is geraakt, maar is dat wel terecht? Hebben we hier zowaar te maken met een geslaagde videogame-adaptatie?

Zoals zoveel videogame-verfilmingen is het onbegonnen werk een getrouwe adaptatie te schrijven en te filmen, zoveel games kennen nauwelijks een verhaal en ook Mortal Kombat is hierin geen uitzondering. Het komt neer op het kiezen van een personage, beginnen met een toernooi en knokken maar tot in het geval van de game er een gewelddadige dood op volgt. Streetfighter had qua visuele stijl en spelende opzet de weg geplaveid voor Mortal Kombat en laatstgenoemde was een verbetering in alle opzichten. Zeker visueel was de game revolutionair qua details, locaties en geweld en zodoende immens populair. De film neemt het idee van het toernooi ter hand en bouwt er een vaag wraakverhaal omheen waarin Liu Kang zijn broer wil wreken, bruut vermoord door de in en in slechte tovenaar Shang Tsung. De sadistische tovenaar heeft in opdracht van een kwaadaardige buitenaardse keizer geniepig een toernooi georganiseerd dat de naam Mortal Kombat draagt, een competitie waaraan de beste vechtersbazen ter wereld meedoen in een strijd waarbij – zo kom je er al vrij snel achter – onze planeet op het spel staat. Liu krijgt in zijn queeste hulp van Johnny Cage, Sonya Blade en godheid Raiden en samen binden ze de strijd aan tegen allerlei fantastische knokkers en monsters.

Mortal Kombat moet het inderdaad net als eigenlijk alle videogame-adaptaties niet van het scenario hebben. De basis van de film is een vrij schaamteloze hervertelling van de martial arts klassieker Enter the Dragon (1973), maar dan zonder de diepere spionage-intriges van die film en ook qua realistische gevechten is Bruce Lee’s film uiteraard vele malen sterker gechoreografeerd. Maar als bovennatuurlijk en hersenloos actiespektakel werkt Mortal Kombat wonderwel, al moet je je daarbij wel verplaatsen in de technologische mogelijkheden van 1995. De anderhalf uur durende actiefilm is qua speelduur lekker kort en na een relatief snelle introductie van de verschillende personages is het eigenlijk constant vechten geblazen, waarbij game-liefhebbers bekende namen als Johnny Cage, Sonya Blade, Goro en Sub-Zero zullen herkennen. Regisseur Anderson (in de film nog ge-credit als simpelweg Paul Anderson) houdt de vaart er in en ondanks dat de gevechten op geen enkel moment kunnen tippen aan de zuid-oost Aziatische vechtfilms, doen de acteurs hun best.

Maar meer dan wat dan ook is Mortal Kombat een echt guilty pleasure. De dialogen zijn ongelooflijk abominabel en zeker Johnny Cage zijn humor is zo ontzettend puberaal dat je er bijna met het schaamrood op de wangen om moet lachen. Het acteerwerk is niet veel beter waarbij zeker oudgedienden als Christoper Lambert (Raiden) en Cary-Hiroyuki Tagawa (Shang Tsung) een nieuwe dimensie aan de term over-acteren geven. Zoals gezegd zijn de special effects in het licht van de huidige mogelijkheden zeer gedateerd, maar vergeet niet dat Mortal Kombat een onafhankelijk geproduceerde film betreft en wat dat aangaat er nog best indrukwekkend uitziet ondanks de vele donkere decors. Nee, als er echt een element is dat de film – zeker nu – bijna de das omdoet dan is het toch echt de gruwelijk cheesy elektronische soundtrack. Goedkope techno die in 1995 al ouderwets klonk, doet heden ten dage pijn aan je oren en we mogen Anderson dankbaar zijn dat hij gelukkig de originele score afwisselt met oneindig veel betere muziek van onder meer Fear Factory en Orbital. Een ander destijds kritisch benaderd punt is het einde van Mortal Kombat, een coda die inderdaad beter weggelaten had kunnen worden ware het niet dat de film gedurende zo’n beetje de gehele speelduur verwijst naar deze verschijning en de makers welhaast verplicht waren nog iemand in de laatste minuut visueel te introduceren.

Mortal Kombat is zodoende een film die je alles behalve serieus moet nemen en bekijken. Zeker filmliefhebbers (of game-liefhebbers wat dat betreft) die de film nog nooit gezien hebben en kunnen genieten van Andersons (game-adaptatie)oeuvre, hebben aan Mortal Kombat heus wel plezier en best doe je er aan de film met meerdere mensen te zien. En het moet gezegd, in een filmisch subgenre dat eigenlijk enkel dramatische titels kent is Mortal Kombat een opvallend positieve verschijning. Het is zeker geen meesterwerk of zelfs echt goede film, maar het biedt pret voor tien en als nostalgische achtbaanrit toch een bewijs dat video-game films best fijn kunnen zijn.


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel