Waarom Wes Anderson?
De emotionele diepgang van één zinnetje in The Royal Tenenbaums

The Royal Tenenbaums

Waarom blijf ik telkens weer terug keren naar de films van Wes Anderson? Zijn unieke visuele stijl en droge humor spelen daarbij zeker een belangrijke rol, maar het is de emotionele lading waardoor Andersons films me keer op keer diep raken. De scènes waarin Anderson de pijn, melancholie en verlorenheid laat zien die hij onder zijn kunstgrepen en cartoons stopt, zijn de momenten die hem tot één van de beste Amerikaanse regisseurs van de laatste twintig jaar maakt. Om dat toe te lichten volgt hieronder een analyse van mijn favoriete scène uit zijn oeuvre, een moment uit de climax van The Royal Tenenbaums (2001).

The Royal Tenenbaums begint met een breuk, en zit daarna vol met gebroken mensen. Royal en Ethel Tenenbaum gaan uit elkaar, en hun drie kinderen houden daar jarenlang inwendige littekens aan over. Het helpt niet Royal een klootzak is, en de relatie met zijn kinderen wordt er in door de jaren heen niet beter op. Van hen voelt Chas zich het meest verlaten door zijn vader. Hij is er zo op gebrand zelf een ander soort vader te zijn, dat hij doorslaat in zijn overbezorgdheid en bemoeienis met zijn twee zoontjes Ari en Uzi.

Nadat zijn vrouw, hun moeder, overlijdt in een vliegtuigongeluk, wordt dat alleen maar erger. Zoals wel meer personages van Wes Anderson probeert Chas zijn wereld te controleren. Door de wereld waarin hij leeft zoveel mogelijk naar zijn beeld te schapen, en precies zo in te richten en in te vullen zoals het hem schikt, probeert hij de trauma’s van het verleden en van het heden buiten te sluiten. Hoezeer zijn vader ook probeert toenadering te zoeken, tweeëntwintig jaar na de scheiding, Chas moet er niets van hebben en wil niet dat Royal met Ari en Uzi omgaat. Tegelijk verwerkt hij de dood van zijn vrouw allerminst, door zich zo volledig op de bescherming van zijn zoontjes te storten, en op de controle over zijn kleine wereld.

The Royal Tenenbaums

I’ve had a rough year, dad

Dit alles komt samen in de climax van The Royal Tenenbaums, waarin een auto bijna Ari en Uzi aanrijdt voor huize Tenenbaum, ware het niet dat Royal hen net op tijd uit de baan van de wagen kan halen. Hun hond overleeft het ongeluk echter niet. Even later zijn de kinderen alweer naar binnen, Chas staat nog beduusd naast het autowrak en Royal komt met een nieuwe hond aanzetten voor de jongens. Ze spreken elkaar daarover, Chas bedankt zijn vader voor het redden van zijn zoontjes en Royal zegt dat hij zijn fouten van vroeger probeert goed te maken.

Dan zegt Chas zachtjes, met gebroken stem: “I’ve had a rough year dad.” Op dat moment springen bij mij altijd de tranen in de ogen, hoe vaak ik de scène of de film ook kijk. In dat kleine zinnetje zit zoveel emotie en persoonlijke geschiedenis van Chas. Eerder in de film zegt Royal tegen een opgefokte Chas dat hij denkt dat Chas de dood van zijn vrouw nog niet verwerkt heeft, en hiermee durft Chas dat eindelijk toe te geven. Het is voor het eerst in de film dat hij zich überhaupt kwetsbaar durft op te stellen, én het eerste moment in jaren dat hij iets intiems blootgeeft aan zijn vader.

Er zit een jaar aan ingehouden verdriet in dat éne zinnetje, een jaar van woede tegen de dood en een jaar aan pogingen om de controle over zijn leven terug te winnen nadat de dood volkomen willekeurig toesloeg en hem machteloos achterliet. Door dat zinnetje uit te spreken laat hij dat allemaal los, niet met een schreeuw maar met een snik. Hij geeft toe het allemaal niet alleen aan te kunnen, en steekt er mee zijn hand uit naar zijn vader om steun die hij voorheen nooit wilde vragen.

Royal legt zijn hand op zijn zoons schouder en zegt: “I know you have, Chassie.” Waarmee ook hij zoveel zegt zonder veel worden nodig te hebben, en dat is precies wat Chas op dat moment nodig heeft. Hij beantwoordt zijn zoons toenadering met open armen, en er gloort hoop aan de horizon voor het herstel van hun relatie en de traumaverwerking van Chas. Want ondanks alle serieuze thematiek is The Royal Tenenbaums allesbehalve een zwaarmoedige film, maar een prachtig vormgegeven komedie. Dat is de kunst van Wes Anderson, het verpakken van deze diepe gevoelens en thema’s in heerlijke grappen en oogstrelende kunstmatige vormgeving en dan de onderliggende emoties voorzichtig door die façade laten breken. Juist daarom raakt dat me ontzettend, elke keer weer.


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel