White Riot: Lindsay Anderson (2/3)
If... (1968)

If...

1968 is een jaar van politieke turbulentie en gefaalde linkse “revoluties” in het westen. In de VS slaat de publieke opinie over de oorlog in Vietnam definitief om, dankzij het Tet-offensief, maar worden Martin Luther King en Robert Kennedy vermoord. De Praagse Lente belooft een nieuw, toleranter socialisme, een in theorie ideale mix van vrijheid, gelijkheid en broederschap, totdat Russische tanks daar een einde aan maken. Overal ter wereld protesteren studenten tegen de overheid en het beleid van hun universiteiten, met als bekendste voorbeeld de rellen in mei in Parijs. Lindsay Andersons If… (1968) sluit op die tijdsgeest aan met een allegorie waarin enkele schooljongens in opstand komen tegen de leiding van hun kostschool. In dit tweede deel van onze korte reeks over Anderson vraag ik me af: wat betekent dit in het hier en nu, voor de moderne filmkijker?

Hoeveel is van al die “revoluties” in 1968 en het gedachtegoed erachter werkelijk terechtgekomen? Maakt een negatief antwoord op die vraag een film uit die tijd en over dit onderwerp gedateerd, zoals één van mijn collega’s zei na afloop van het kijken van If…, of een document van zijn tijd? Om daarop in te gaan zal ik het einde moeten bespreken, dus mocht je de film nog niet gezien hebben en niets erover (willen) weten, kun je misschien beter niet verder lezen.

Scriptschrijver David Sherwin baseerde het scenario op zijn eigen jeugdervaringen, en de toen al vijfenveertigjarige Lindsay Anderson draaide de film in en rond zijn eigen voormalige school. Toch voelt If… geheel aan als een product van zijn tijd, en specifiek van het turbulente 1968. Het is geen wonder dat de film in 1969 op het Cannes filmfestival de hoofdprijs won. De oudere generatie die de jongere generatie zijn autoriteit oplegt, met buitenproportionele straffen voor niet in het keurslijf passen. Natuurlijk komen de jongeren daar in 1968 tegen in opstand, na één vernedering teveel. Met de beroemde finale als gevolg, waarin zij de schoolhoofden en andere oudere autoriteiten met machinegeweren neermaaien.

If...

Op het moment dat ik deze scène zag in 2015 kwam het eerder als een parodie op mij over. De reactie van de leerlingen op hun behandeling door de autoriteiten kwam niet als ‘gerechtigheid’ of logische respons over, maar als overdreven gewelddadig. Niet overdreven in de allegorische zin, om een punt te maken, of surrealistisch om een gevoel weer te geven. De overdrijving kwam eerder als kritiek op het excessieve geweld over, alsof Anderson de acties van zijn scholieren op de hak neemt.

Het deed me denken aan de films van Olivier Assayas over deze periode, zoals Carlos (2010) en Aprés mai (2012). Waarin studenten en gewelddadige terroristen de mond vol hebben van revoluties en idealen, maar de resultaten en motivaties anders blijken en uiteindelijk tegenvallen. Daar waar Assayas duidelijk zijn teleurstelling over deze generatie van idealisten en revolutionairen uit, zal Anderson dat waarschijnlijk niet zo bedoeld hebben. Mijn ironische kijkervaring heeft meer met mijn wereldbeeld en associaties te maken dan met zijn intenties destijds. In mijn ogen maakt dit de film echter nog niet gedateerd. Sowieso is dat een term die te vaak als weinig tot nietszeggende kritiek wordt gebruikt tegen films.

Het gedachtegoed en de manier waarop Anderson dat presenteert in If… zijn dan misschien niet meer van deze tijd, maar dit maakt het als tijdsdocument juist interessant. Door heel specifiek een product te zijn van de tijd waarin de film is gemaakt, en door toen populaire ideologie uit te dragen, biedt If… een boeiende blik op die tijd en de cultuur van toen. Alleen daarom is If… vandaag de dag nog steeds de moeite waard. En sinds die tijd is het verhaal van de tienerrebellie universeel geworden in onze westerse cultuur, dus is in hoeverre is de film eigenlijk überhaupt gedateerd te noemen?


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel