Woody Allen in het kwadraat
Een retrospectief in EYE

25 juli 2015 · · Column

Ken je dat gevoel, dat je niet zeker weet of je film wel of niet eerder hebt gezien? Het overkwam me deze week in EYE, toen ik voor Stardust Memories (1980) aanschoof. Met enige tegenzin zelfs, want ik ben nooit een groot Woody Allen-fan geweest, in tegenstelling tot het vijftigplus publiek dat de zaal makkelijk vulde. Het effect was dat ik me na een tijdje zelf Woody Allen begon te voelen, nerveus om elke grap waarna gelachen werd en paranoïde om elke scène die me vagelijk bekend voorkwam. Of is het gewoon dat alle Woody Allen-films verdomd veel op elkaar lijken in hun meta-benadering van het leven door middel van film en andersom; gedraagt het leven zich niet af en toe zelf als een film?

Het is niet verrassend dat EYE de neurotische grappenmaker met existentiële hoogtevrees uitkiest voor een groot retrospectief voor de zomermaanden. Het publiek smult nog steeds van zijn omvangrijke oeuvre, ondanks dat hij de laatste jaren ook veel artistieke flops heeft voortgebracht. Toch is het bewonderenswaardig dat hij vanaf de jaren zeventig bijna elk jaar een nieuwe film weet te regisseren en commercieel is hij nog steeds een grote naam waar menig bekend Hollywood-acteur zich graag aan verbindt. Dit jaar verschijnt bijvoorbeeld Irrational Man (2015) met onder andere Joaquin Phoenix en Emma Stone in de hoofdrollen. Verdient Allen alleen wel al die eer?

Hoe langer ik naar Stardust Memories keek hoe meer het angstzweet me uitbrak: het was een claustrofobische ervaring. Ik moest aan mijn moeder denken die ooit zwaar misselijk uit Annie Hall (1977) was weggevlucht en daarna nooit meer op een normale manier één van zijn films kon bekijken. Zou het mij ook zo vergaan? Het zwart-wit van de beelden drukte zwaar op mijn gemoedstoestand en elke scène riep nieuwe twijfels op. Zien de mensen in de zaal niet dat het aan elke grap een diepe ernst vooraf gaat? Is het niet verwonderlijk dat Allen afrekent met zijn imago als funny man? Allen gebruikt zelfs een hoogbegaafde alien om hem dat te vertellen: “Let me tell you, you’re not the missionary type. You’d never last. And-and incidentally, you’re also not Superman; you’re a comedian. You want to do mankind a real service? Tell funnier jokes.”

Ik las onlangs een opinie in de krant waarin de vergelijking werd getrokken tussen het komische en het tragische aspect dat alle Allen-films delen. De grap is natuurlijk dat beide uiteindelijk niet van elkaar te onderscheiden zijn wanneer Allen op zijn sterkst is, iets dat hij voor mij bewezen heeft met titels als Annie Hall, Manhattan (1979), Zelig (1983) en Crimes and Misdemeanors (1989). Daarmee is zijn invloed op Wes Anderson en consorten overduidelijk. Naar Husbands and Wives (1992), die ik nog niet eerder zag, kijk ik zelfs uit. Hoe is het mogelijk? Deze haatliefdeverhouding? Ik overdrijf natuurlijk, want haten doe ik de neurotische grappenmaker niet, maar ik word af en toe wel moe van de herhaling die in zijn films sluipt.

Stardust Memories wordt vaak omschreven als Allens ode aan 8½ (1963), maar daarmee kan je afvragen of hij in zijn zelfbewuste houding tot de filmgeschiedenis niet te vroeg heeft willen pieken. Of was het simpelweg een manier om nieuwe artistieke gronden te verkennen? De jazz-soundtrack van Louis Armstrong loopt als boter door je oren, en in de film krijgt hij zelfs een klarinet als cadeau: hoe zelfbewust wil je het hebben? De neuroses over de liefde, waar hij zich onbeschaamd als sekssymbool presenteert, worden op de spits gedreven en ik moest bij Charlotte Rampling steeds aan iemand denken waarbij ik eens de vlinders voelde: wat een mooie vrouw is dat en wat verdient Allen haar toch niet. Deze ironie ontgaat hem zelf evenmin, wanneer de actrices na afloop klagen over zijn slechte zoenkunsten.

Woody Allen is voor mij een levende paradox en voor zichzelf niet minder. Hij heeft de grap tot een kunstvorm verheven (niet dat zijn idolen, de Marx Brothers, dat niet eerder gedaan hebben), maar hij is evenzeer een onuitstaanbare melancholicus. Hij is de meest bekende exponent van de zogenaamde Joodse humor, altijd op zoek naar de zin van het leven, en een komediant die zich verdienstelijk in de schijnwerpers heeft gewerkt. Hij is van grote invloed geweest op andere stand-up comedians die ik bewonder, zoals Louis C.K. Tegelijk besefte ik na gisteren wat mijn ergste nachtmerrie zou zijn: Being John Malkovich (1999) met Woody in de hoofdrol – zie je het voor je, een zaal vol Woody Allens die allemaal tegen je beginnen aan te praten? – en als je te veel van zijn films achter elkaar zou kijken, kom je al heel dicht in de buurt. Weet waar je aan begint deze zomer!


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel