A Most Violent Year: olie wordt duur betaald
Een zoektocht naar moraliteit in het moderne Amerika

18 januari 2016 · · Analyse + Oud & Nieuw

A Most Violent Year

Nu 2016 inmiddels al weer een paar weken oud is, en het vooruitblikken naar al het moois dat dit nieuwe filmjaar ons zal brengen is begonnen, is het tevens ook een gepast moment om terug te blikken naar de filmische hoogtepunten van 2015. Voor mij behoorde met name A Most Violent Year (2014), de laatste film van regisseur J.C. Chandor, die eerder al hoge ogen gooide met het zijn sterke debuutfilm Margin Call (2011), daar absoluut toe. Chandor weet op subtiele wijze zijn film te laten spreken op meerdere niveaus, en weet daarmee A Most Violent Year tot ver voorbij de grenzen van de conventionele misdaadthriller te brengen.

New York, 1981. Een jaar waarin het misdaadcijfer in Amerika’s belangrijkste metropool beduidend hoger lag dan voorgaande jaren. Inbraken, roofovervallen, moorden en geweld namen hand over hand toe, terwijl Justitie trachtte deze situatie het hoofd te bieden en de groeiende onrust onder de bevolking te bezweren. Het is tegen deze gespannen achtergrond dat regisseur J.C. Chandor zijn laatste film A Most Violent Year situeert.

A Most Violent Year

De film vertelt het verhaal van Abel Morales (Oscar Isaac), een ondernemer die een stookolie-bedrijf runt. Op het moment dat hij een voor zijn bedrijf cruciale investering doet, begint een serie van gewelddadige overvallen op zijn chauffeurs waarbij tankwagens worden gestolen. Daarnaast licht Justitie, in de persoon van openbare aanklager Lawrence (David Oyelowo) Morales’ bedrijf grondig door op zoek naar bewijs van illegale praktijken.

Als de druk op Abel van alle kanten flink wordt opgevoerd, en het toenemende geweld ook zijn gezin niet langer buiten spel laat, worden zijn morele grenzen tot het uiterste getest. Abel’s vrouw Anna (Jessica Chastain) onderhoudt als dochter van een onderwereldfiguur namelijk nauwe banden met de maffia, en dreigt deze connecties ook in te zetten wanneer Abel haar en hun gezin niet voldoende kan beschermen. In A Most Violent Year schetst regisseur J.C. Chandor minutieus het proces dat Abel Morales doorloopt, terwijl hij die keuzes maakt die zijn zaak en gezin van verder geweld vrijwaren, zijn onafhankelijkheid behouden en maffia-inmenging voorkomt.

Chandor besteed veel aandacht aan het gedetailleerd reconstrueren van het tijdsbeeld van 1981 in auto’s, gebouwen, kleding en communicatiemiddelen. Hoofdrolspeelster Jessica Chastain kreeg zelfs een complete garderobe aangemeten door modehuis Armani, bestaande uit originele ontwerpen uit 1981. Daarnaast kiezen regisseur Chandor en cameraman Bradford Young bewust voor een donkerder kleurenpalet en belichting dan in Margin Call . Waar het Kammerspiel van laatstgenoemde film zich over het algemeen beperkt tot het onpersoonlijke, helverlichte interieur van een kantoorgebouw, vindt A Most Violent Year plaats op tal van duistere locaties: geblindeerde kantoren, donkere restaurants, het schaduwrijke interieur van een betonnen bungalow. Zelfs Young’s buitenopnamen van New York lijken in sepiatinten gedrenkt. Chandor creëert zo op visuele wijze spanning, en benadrukt tevens het morele tweeduister waarin Abel Morales zich bevindt.

A Most Violent Year

Chandor levert met A Most Violent Year wederom een sterke film af, die zowel werkt als spannende thriller, als een verhandeling over het maken van morele keuzes. Ook Margin Call laveerde al tussen deze beide terreinen, maar dan met betrekking tot de financiële wereld. Margin Call eindigt cynisch: de beleggingsmaatschappij die centraal staat in de film vergiftigt de financiële markt willens en wetens met ondeugdelijke producten teneinde zelf het vege lijf te redden, en staat zo aan de wieg van een financiële crisis die miljoenen mensen zal ruïneren.

Het einde van A Most Violent Year laat enigszins ruimte voor hoop, zij het weinig. Abel Morales weet zijn doel (het veiligstellen van zijn bedrijf en gezin) te bereiken zonder zijn toevlucht te hoeven nemen tot geweld of het inleveren van zijn onafhankelijkheid, en triomfeert in zoverre dus in morele zin. Maar Chandor windt er geen doekjes om. Wanneer de chauffeur Julian (Elyes Gabel), die na een overval op de vlucht sloeg en nu gezocht wordt door de politie, in zijn wanhoop zichzelf door het hoofd schiet dicht Abel eerst het kogelgat in een getroffen olietank, en schakelt dan pas de politie in. Deze scène schetst iets essentieels over de nietsontziende man die Abel Morales ook is, als exponent van het Amerikaans kapitalisme.

Daarnaast draagt deze scène bredere implicaties in zich: de prijs van olie wordt letterlijk in bloed betaald, en de levens die daarvoor worden opgeofferd zijn slechts bijkomende schade. Een niet mis te verstaan commentaar van J.C. Chandor op de neo-imperialistische houding van Amerika in het Midden-Oosten, waarbij duidelijk wordt dat de war on terror niet zozeer een oorlog tégen internationaal moslimterrorisme is, als wel een oorlog vóór olie en economische belangen.

Bladzijdes: 1 2


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel