Cemetery of Splendour (2015)
Een sublieme slaapwandeling

3 februari 2016 · · Kritiek + Première

Iedereen heeft ‘s ochtends wel eens zijn ogen geopend zonder echt het idee te hebben dat hij of zij wakker was. Ik kan geen andere toestand bedenken die het kijken naar het hermetisch mooie oeuvre van Apichatpong ‘Joe’ Weerasethakul beter omschrijft. Een recensie van Sean Gilman op Letterboxd weet hier een extra onderscheid in aan te brengen: als David Lynch de cineast van onze dromen is, Tsai Ming-liang die van de slaap, dan nestelt Weerasethakul zich tussen beide in. Waar ligt eigenlijk de grens tussen dromen, slapen en wakker zijn? Cemetery of Splendour over een groep bedlegerige soldaten met een slaapziekte, waarvan er eentje tijdelijk ontwaakt met de hulp van een zorgzame dame en een medium, stelt op poëtische wijze keer op keer deze vraag.

Het knappe aan ‘Joe’ zijn films is dat hij laat zien dat ons idee van werkelijkheid (de ruimte die wij delen) en tijd (onze lineaire opvatting van beweging in die ruimte) geenszins volgens vaststaande wetten hoeft te verlopen. Het ‘magisch denken’ zit diep in de cultuur van zijn land, maar de Thaise filmmaker maakt er geen misbruik van door dit als exotisch te verkopen en het juist te behandelen in zijn alledaagsheid. Zijn stijl doet daarmee denken aan een boek als Honderd jaar eenzaamheid van de Colombiaan Márquez, dat ook ingaat op het verstrijken van tijd, het nationale bewustzijn en de sluimerstand waar de personages in verkeren. Bovendien weten beelden ons nog meer te hypnotiseren: wat voor ‘echt’ doorgaat (het zichtbare) en wat niet (het onzichtbare) is soms een flinterdun onderscheid.

Het is knap hoe Weerasethakul met het medium film steeds deze vraagtekens oproept, want met de wetenschappelijke revolutie van de zeventiende en de verlichting van de achttiende eeuw zijn wij ons rationele wereldbeeld te veel voor lief gaan nemen als enige correcte maatstaf om de werkelijkheid mee te toetsen. Zijn films staan echter geen kritiek of scepticisme in de weg; voor zijn personages is het namelijk even bijzonder als gewoon wanneer er twee godinnen in menselijke gedaante een bezoek komen brengen of als een soldaat via een medium een wandeling in een bos maakt en een paleis beschrijft dat er twee millennia eerder stond.

Toen ik uit de film kwam was ik derhalve ook een tijdje betoverd en kwam de werkelijkheid buiten minder echt over dan gewoonlijk. Weerasethakul lijkt via zijn meditaties ons functionele wereldbeeld tijdelijk op te schorten, wat geen geringe prestatie is. Anderzijds draagt zijn oog voor esthetiek in de mis-en-scène enorm bij aan de droomachtige kwaliteit van de plekken die hij schept. Dit keer is het het tot hospitaal omgebouwde schoolgebouw dat met zijn lichttherapielampen aandoet als het decor van een buitenaardse sciencefictionfilm. ‘s Nachts al bijzonder, maar overdag voel je jezelf niet minder verlost van de comateuze toestand waarin de patiënten zich bevinden.

Cemetery of Splendour is geen cinema van de grote gebaren, maar in boeddhistische zin eerder ‘grenzeloos subtiel’. Dat geldt ook voor de kleine seksuele provocaties, dagelijkse behoeftes en het politieke commentaar dat Weerasethakul in zijn thematiek heeft verstopt. Zoals hij in meerdere interviews heeft aangegeven heeft dat vooral te maken met het militaire bewind van zijn land dat zijn cultuur liever censureert dan op waarde schat. Deze morele benauwdheid zien we ook in Iran met als enige voordeel dat het juist aanspoort om creatief te willen zijn.

Weerasethakul heeft wegens deze restricties reeds aangegeven dat dit zijn laatste film in Thailand zou zijn en dat hij nu denkt om in Zuid-Amerika te gaan filmen of anders verder te experimenteren met multimediaprojecten. De vraag of hij zich in de toekomst door iets als ayahuasca laat leiden of zich verliest in het domein van de opkomende VR-brillen, kan alleen maar met geduld worden beantwoord. Voorlopig is het vooral genieten van het kleine oeuvre dat hij inmiddels heeft opgebouwd en Cemetery of Splendour mag zich daarvan gerust rekenen tot de meest bijzondere en intieme films van de afgelopen paar jaar.

★★★★½


Onderwerpen: ,


1 Reactie

  1. Rik Niks

    Grappig, Uncle Boonmee bekeek ik niet zo lang geleden precies in zo’n staat van sluimerende halfslaap. Normaal dodelijk voor films, maar hier droeg het op een vreemde manier bij aan de kijkervaring.

    Interessante bespiegeling op AW’s cinema. Je hebt zeker gelijk als het gaat om het opschorten van het op ratio ingestelde wereldbeeld, waar zijn films toe uitnodigen. Voor mij maakt dat zijn films helaas soms ook afstandelijk, omdat wat er voor in de plaats komt niet vanzelfsprekend aansluiting vindt bij mij (met uitzondering van Uncle Boonmee). Niettemin kijk ik uit naar Cemetery of Splendour.


Reageer op dit artikel