Chinees overzees
Over de uitwisseling tussen Hollywood en China.

31 maart 2016 · · Beschouwing + Salon China

Jia Zhangke’s Mountains May Depart (2015) begint en eindigt op memorabele wijze met The Petshop Boys’ Go West, een vrolijk discopopliedje dat de geneugten beschrijft van het westerse leven. Het is een passend nummer voor een film die gaat over de steeds strakker wordende financiële banden tussen het hedendaagse China en Europa, Australië en Amerika. Maar hoe zit dat eigenlijk met film in het algemeen?

Er is sinds de jaren tachtig vaak door regisseurs uit China, Taiwan en Hong-Kong geprobeerd de overstap te maken naar het westen. Vooral de actie-regisseurs uit Hong-Kong vonden in Hollywood een goede voedingsbodem voor hun door testosteron opgepompte gewelddadige actievehikels. Niet alleen was Tarantino razend groot fan van John Woo, de beste man stond ook aan de wieg van de carrière van Jean-Claude van Damme en maakte Nicolas Cage een tijdlang stoer, voor een tijdje. John Woo was hot. Ook de martial artsfilm vond gretig aftrek binnen Hollywood, de Wachowski’s hebben hun reputatie er op gebouwd. Toch zijn de successen van regisseurs uit Hong-Kong, en vooral uit China en Taiwan, de uitzonderingen die de regel bevestigen.

Iemand als Chen Kaige, in eigen land een grote naam, kreeg hier de ondankbare klus een matige literaire thriller van Nicci French te verfilmen met “sterren” als Joseph Fiennes en Heather Graham. Killing me Softly (2002), het hilarisch slechte resultaat, heeft een mooie 0% fresh op Rotten Tomatoes. Ook Wong Kar-Wai mocht het niet lukken met My Blueberry Nights(2007). De film is visueel nog steeds prachtig, maar het verhaal bleek voor Wong een lastiger karwei.

Een geslaagdere naam is Taiwanees Ang Lee, maar die heeft eigenlijk vanaf zijn eerste films al geflirt met Hollywood. Zijn eerste film, Pushing Hands (1992), werd al ge-edit door Amerikaan Tim Squyres, en Ang Lee’s tweede film, The Wedding Banquet (1993), speelt zich voor een groot deel af in Amerika. Met film vier, Sense and Sensibility (1995), maakte hij de grote overstap. Ang Lee’s stijl leent zich dan ook uitermate voor Amerika: alle films van Ang Lee spelen met stereotype stijlmotieven, en ondermijnen die zijdelings. Brokeback Mountain (2005) is meer Amerikaans dan een Marlboro reclame, maar maakt de hoofdrolspelers biseksueel. Hulk (2003) is in stijl de meest stripboekachtige film ooit, maar heeft qua verhaal meer interesse in familiedrama dan actie. Taking Woodstock (2009) is een archetypische hippiefilm, maar ook hier maakt het hoofdpersonage onvermoede ontwikkelingen door. De twee tijdelijke terugkeren naar China, Chrouching Tiger, Hidden Dragon (2000) en Lust, Caution (2007), zijn even archetypisch in opzet: een wuxia, met daarin de in Hollywood geleerde lessen toegepast, en een film-noir, maar dan op Chinese bodem.

De overstap is dus niet een-twee-drie gemaakt. Maar China wordt een steeds grotere speler op de markt, en halen daarbij hun mosterd wel uit Hollywood. De groei in de filmmarkt van China is gigantisch en Hollywood heeft meer jaren gedraaid, dus in China wordt vaker gebruik gemaakt van beproefde formules vanuit het westen. Voornamelijk romantische komedies worden vandaag de dag geremaket, waarbij niet alleen What Women Want en My Best Friends Wedding een nieuwe versie kregen, maar ook de nagenoeg vergeten film Only You (1994).

Hollywood krijgt dus steeds meer concurrentie van China, want China is als het zo doorgaat in 2018 de grootste speler op de wereldmarkt. Dat is mede te danken aan een titel als Monster Hunt (2015), geregisseerd door Ramen Hui, die eerder zijn sporen verdiende als co-regisseur van Shrek The Third.

Amerika ziet de bui al hangen, en investeert steeds vaker in de Chinese markt. Omdat er maar een beperkt aantal plaatsen zijn voor buitenlandse films in de Chinese multiplexen worden er knievallen gemaakt naar het Chinese publiek. Zo kregen Iron Man 3 en X-Men: Days of Future Past nietszeggende Chinese bijpersonages, wiens rol vergroot werd in de versies voor de Chinese markt. Er zijn veel meer van dit soort praktijken die de films er vaak niet beter opmaken. Een enkele filmmaker komt er mee weg. Rian Johnson’s Looper (2012) situeert zich deels in Shang-hai, omdat de tijdreiziger leert dat daar het toekomstige geld zit. Hij geeft zijn droom om Frans te leren op, koopt een boekje Chinese lessen en vertrekt naar China. Een mooi staaltje meta-tekstueel commentaar op de discrepantie tussen de harde financiële werkelijkheid, en hoe deze een droom (zeg: het maken van een film, het leren van een taal) ingrijpend kan veranderen.

Maar naast het lichtjes veranderen van de bestaande films uit Hollywood bedenken veel acteurs en producers nieuwe manieren om de Chinezen hun geld te ontfutselen. Matt Damon en Mel Gibson maakten de overstap al en zijn nu bezig met films in China, John Cusack, Adrien Brody en Christian Bale maakten al eerder films voor de Chinese markt. Jackie Chan, Jet Li en John Woo zijn teruggekeerd naar hun leest. En Warner Brothers is een nieuwe productietak gestart voor samenwerkingen met de Chinese markt, Flagship genaamd. Go West is niet meer het motto, Go East lijkt het verhaal.

Het probleem van deze schaalvergroting is dat het moeilijker wordt voor Chinese filmmakers van kleinere, artistieke films om veel grond aan de voeten te krijgen. Bij deze namen zien we wel een geleidelijke trek naar het westen, verkenners op een cinematografische wereldzee. Jia Zhangke bijvoorbeeld, wiens Mountains May Depart voor een deel werd opgenomen in Australië. Hsiao-Hsien Hou, die Frans geld gebruikte voor het maken van Le Voyage de Ballon Rouge(2007). En Tsai Ming-Liang, die geld van het Louvre gebruikte voor zijn film Visage (2009), volledig opgenomen in Europa, en geld kreeg van Arte voor Journey to the West (2014), een kunstzinnig, dialoogloos videoproject gebaseerd op een oude Chinese mythe. Er is bij kleinere producties in Europa en Azië steeds vaker sprake van subsidies uit verschillende landen om een film van de grond te krijgen. Dit zal alleen maar erger worden nu naast Hollywood ook China zich vooral zal gaan richten op grootschalig entertainment en stormachtig geweld. Of we hier nu spreken over een reis oostwaarts of westwaarts, de artistieke ketelbinkies dreigen te verdrinken tijdens de storm.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


1 Reactie

  1. Straka

    Gek dat een zeer belangrijke reden om “overzees” te gaan niet wordt besproken: censuur.


Reageer op dit artikel