De bijzondere aanwezigheid van David Bowie
In Memoriam

11 januari 2016 · · Actualiteit + Column

David Bowie in Twin Peaks: Fire Walk With Me

David Bowie overleed afgelopen zondag onverwachts (althans: voor de buitenwereld) na een achttien maandenlange strijd met kanker. Een periode waarin hij nog wel een zeer origineel album opnam en uitbracht, Blackstar, dat net vorige week verscheen. Bowie was naast fantastisch muzikant ook acteur (en vaak ook als muzikant acteur). Die soms met een bijrol films opluisterde of zelfs met slechts een cameo films van extra cachet voorzag. Met zijn unieke uitstraling was hij keer op keer een bijzondere aanwezigheid, of zijn rol nu groot of klein was. Hoe dan ook was zijn verschijning in een film altijd onvergetelijk.

Beroemdst zijn misschien wel zijn rollen in Labyrinth (1986) als de Goblin King en The Man Who Fell To Earth (1976) als het titelpersonage. Zoals veel van zijn filmrollen kwamen ook deze twee deels voort uit de personages die Bowie in zijn muziekcarrière speelde. Waarvan de bekendste natuurlijk Ziggy Stardust was, met als tweede de Thin White Duke. Vreemde figuren, die niet helemaal in de (aardse) samenleving passen of daar thuis zijn. Waardoor bijna alle personages die Bowie speelde iets eigenaardigs maar vooral ook iets eigens hadden, een aanwezigheid die iets toevoegde aan wat er om hem heen gebeurde.

Dat hij tegelijk een enorm charisma had, hielp daar natuurlijk bij. Maar Bowie was als acteur meer dan alleen maar uitstraling en aanwezigheid. Zo bewees hij in één jaar begin jaren tachtig zijn meerwaarde als filmacteur in The Hunger (1983) en Merry Christmas, Mr. Lawrence (1983). In The Hunger is hij de trouwe man van vampier Catherine Deneuve, ze zijn al honderden jaren bij elkaar. Het is bijna typecasting te noemen, of perfecte casting. Totdat Bowie’s personage niet de eeuwige jeugd blijkt te hebben en een zeer tragische dimensie krijgt door zijn plotselinge ouderdom.

David Bowie in Merry Christmas, Mr. Lawrence

In Merry Christmas, Mr. Lawrence zet Bowie meesterlijk zijn ‘anders zijn’ in om de Japanse soldaten, die bewaarders zijn van het krijgsgevangenenkamp waar hij zit opgesloten, te verwarren. Ze kunnen hem niet breken, en de man die dat het meest probeert wordt in extreme verwarring doordat hij gevoelens voor zijn gevangene begint te krijgen. De grootste verzetsdaden van Bowie in de film zijn het eten van bloemen en de zoen op de wang van de jonge kampcommandant, die hem probeert te vernederen om zijn eigen gevoelens te verdringen. Hij mag dan een vreemde man spelen hier, het is juist zijn menselijkheid en zijn compassie die hem anders maken in het kamp. Zo gebruiken hij en regisseur Oshima Bowie’s unieke presence om de absurditeit van het leven in het kamp aan het licht te brengen, waar menselijke warmte vreemd is.

Die vreemdheid maakte Bowie door de jaren heen natuurlijk ook ontzettend cool. Als hij uit het niets te voorschijn komt in Zoolander (2001) om als zichzelf een spontane modeshow te beoordelen, is dat omdat hij beschouwd wordt als de coolste persoon op aarde. Om soortgelijke redenen speelt hij in The Prestige (2006) de uitvinder Nikola Tesla. Zijn vreemde uitstraling bleef hij ook inzetten om in rolletjes van één scene een onuitwisbare indruk achter te laten, onder andere als Pontius Pilatus in The Last Temptation of Christ (1988) en als de bizarre FBI-agent Phillip Jeffries in Twin Peaks: Fire Walk With Me (1992). David Bowie zal gemist worden, als muzikant, acteur, artiest en aanwezigheid in het westerse culturele landschap.


Onderwerpen: , , , , , ,


Reageer op dit artikel