Eindscènes: Carnival of Souls (1962)
Danse macabre

26 mei 2016 · · Analyse + The End + Thema Maand

Verbeeldingsrijk camerawerk, een sterke premisse en een sfeer die laveert tussen filmische poëzie, unheimische verontrusting en puur afgrijzen: Carnival of Souls (1962) heeft het allemaal. Toch wordt dit horrorpareltje vaak over het hoofd gezien. Ten onrechte, want al heeft regisseur Herk Harvey (1924-1996) na deze eerste speelfilm hetzelfde niveau nooit meer geëvenaard, Carnival of Souls vormde de nucleus voor tal van bekende horrorfilms. En, in de beste horror-traditie, zit het venijn van Carnival of Souls in de staart. Daarom moeten diegenen die de film nog willen gaan zien hier maar stoppen met lezen, want de plot van deze film verklappen zou letterlijk doodzonde zijn.

Ergens in het stoffige zuiden van de VS wordt de auto waarin Mary Henry (Candace Hilligoss) en haar vriendinnen rijden uitgedaagd voor een goedbedoelde race-wedstrijd. De chauffeur van Mary’s auto verliest daarbij de macht over het stuur, en belandt in de rivier. Kort daarna kruipt Mary rillend en doornat op de oever, blij met de schrik vrijgekomen te zijn. Haar vriendinnen lijken minder gelukkig; hun lichamen worden niet gevonden.

Niet lang daarna vindt Mary een baan als organist in een klein stadje. De mensen zijn er vriendelijk, en de accommodaties zijn prima. Toch heeft Mary het gevoel dat er iets niet klopt. Soms zijn er in het stadje momenten van ijzingwekkende stilte, waarop mensen haar niet lijken te horen of te zien. En wie is toch die macabere, lijkbleke figuur die haar overal lijkt te volgen? En dan is er nog een mysterieus, verlaten paviljoen in de omgeving van het stadje, dat een onverklaarbare aantrekkingskracht op Mary uitoefent.

Ook al verontrust de in diepe schaduwen gehulde plek haar, toch bezoekt Mary het vervallen pretpark meerdere malen. Daar, in een verlaten balzaal waar de muziek al sinds jaren verstomd is, ziet Mary haar mysterieuze belager (regisseur Herk Harvey) weer, te midden van een groep spookachtige dansers. Aanvankelijk jagen deze Mary nog angst aan, maar later neemt ze deel aan hun dans.

En dan valt alles uiteindelijk op zijn plaats, zoals het volgende shot aantoont: na een urenlange zoektocht wordt eindelijk de auto waarmee Mary en haar vriendinnen zijn verongelukt gevonden, en uit het water getakeld. De lichamen van de verdronken vrouwen, waaronder Mary, zijn duidelijk zichtbaar in het wrak. Dit betekent dus dat alle gebeurtenissen in de film na het auto-ongeluk zijn verteld vanuit het perspectief van een dode protagonist.

Sindsdien zijn er meerdere horrorfilms geweest die zich van een soortgelijke plottwist hebben bediend, waarvan Angel Heart (1987),  Jacob’s Ladder (1990), The Sixth Sense (1999) en The Others (2001) de bekendste zijn. Wanneer de hoofdfiguren in deze films hun lot eenmaal kennen en hebben aanvaard, zijn ze klaar om dit aardse leven los te laten. Maar vakkundig gemaakt als ze zijn, geen van de genoemde films weet zo effectief met minimale middelen een tussen droom en dreiging laverende sfeer te creëren als Herk Harvey’s Carnival of Souls. 

Voornamelijk vanwege de locatie waar Harvey een aantal belangrijke filmscènes opnam: het oude Saltair pretpark in de omgeving van Salt Lake City, Utah (VS). Deze plek, stemmig in beeld gebracht door cameraman Maurice Prather, is de ideale achtergrond voor Carnival of Souls. Verlaten en vervallen, vol schaduwen, gebroken ramen en afgebladderde verf, ademt het precies de sfeer van melancholie, mysterie en dreiging die onontbeerlijk is voor een goed spookverhaal.

Zoals gezegd vormde Carnival of Souls de inspiratie voor tal van horrorfilms. En natuurlijk is de film op zijn beurt ook weer beïnvloed, met name door het korte verhaal An Occurrence at Owl Creek Bridge (1890) van de Amerikaanse auteur Ambrose Bierce (1842-1914). In dit verhaal, dat zich afspeelt tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), lijkt de hoofdpersoon Peyton Farquhar, een Zuidelijke plantage-eigenaar, zijn executie door ophanging door Noordelijke troepen op wonderbaarlijke wijze te overleven. Totdat aan het eind van het verhaal blijkt dat hij wel degelijk is gestorven, en dat een groot deel van het verhaal zich in Farquhar’s verbeelding heeft afgespeeld.

Maar afgezien van de plot, waarbij de autoriteit van de vertelinstantie aan het einde op losse schroeven wordt gezet, waardoor de interpretatie van het voorgaande onzeker wordt, heeft Carnival of Souls veel bekende griezelfilms ook visueel beïnvloed. Zo heeft regisseur George A. Romero nooit verhuld dat zijn horror-klassieker Night of the Living Dead (1968) in belangrijke mate gebaseerd is op elementen uit Carnival of Souls, met name de make-up.

Natuurlijk valt er ook voldoende aan te merken op Harvey’s horror-debuut: de geluidsmontage is broddelwerk, de acteerprestaties (van niet-professionele acteurs) verdienen vaak het predicaat ‘amateuristisch’ nog niet eens, de dialogen zijn vaak onrealistisch en overdreven en de veelvuldig in de film hoorbare orgelmuziek lijkt soms te worden gespeeld door een hardhorende sadist.

Los van deze hinderlijke terzijdes is de sfeer van weemoed en dreiging die Carnival of Souls zo bijzonder maakt even onverwoestbaar gebleken als het voor de film zo belangrijke pretpark. Regisseur Harvey, oorspronkelijk een maker van instructie- en reclamefilms voor het in Lawrence, Kansas (VS) gevestigde bedrijf Centron, wist duidelijk wat hij wilde toen hij, met slechts een budget van $33.000 en een krap opname-schema, Carnival of Souls ging maken.

Carnival of Souls is uniek, zoals The Night of the Hunter (1955), The Curse of the Cat People (1944) en The Spirit of the Beehive (1973) uniek zijn: sterke films die bouwen op atmosfeer en de kracht van het imaginaire. Dat gegeven, meer dan welk schrikeffect ook, zorgt er in het horrorgenre voor dat goede films, net zoals de hoofdpersoon in Carnival of Souls, toebehoren aan de eeuwigheid.


Onderwerpen: , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel