Eindscènes: Magnolia (1999)
De kracht van een glimlach

29 mei 2016 · · The End

Nu Salon Indien haar laatste week in is gegaan (geen zorgen, we komen in het najaar terug in een andere, betere vorm), moet er één film van mijn artikel-bucketlist. Magnolia (1999), van Paul Thomas Anderson, is mijn favoriete film aller tijden, mede vanwege persoonlijke redenen, maar ik heb hem nooit los besproken op deze site. Tot nu, want Magnolia bevat tevens één van de mooiste laatste scènes aller tijden.

Vlak voor de laatste scène rondt Paul Thomas Anderson zijn verhaal eigenlijk al af: we hebben een film lang gekeken naar de ellendige levens van een groot tal personages; levens die elkaar kruisen op een dag die culmineert in een groteske plaag van Bijbelse proporties. Na deze “goddelijke ingreep” voelt elk van de personages een hernieuwde reden om te blijven leven, en somt politieagent Jim Kurring min of meer de thesis van de film op: het belangrijkste in het leven, maar ook het moeilijkst, is goed te doen aan jezelf en aan anderen. Hij brengt dit in de allerlaatste scène in praktijk door de liefde te verklaren aan Claudia Wilson Gator, een gebroken vrouw met een coke-verslaving. De scène draait echter niet om hem, maar om haar.

Het shot begint met een wide-shot van Claudia op haar bed. Haar ooglijn richt zich op iemand die binnen komt, en we horen aan zijn stem dat het Jim Kurring is. Zijn woorden zijn lief, bemoedigend, een tikkeltje paternaliserend ook: over hoe zij zichzelf niet moet afvallen, dat hij er voor haar wil zijn, dat hij niet accepteert dat ze zichzelf ten gronde richt als ze met hem in een relatie zit, etc, etc. Maar Paul Thomas Anderson (PTA voor intimi) maakt ze bijna onverstaanbaar in de geluidsmixage: zijn focus is op de muziek van Claudia’s favoriete artiest, Aimee Mann, en haar nummer Save Me.

Het euforische nummer is een oproep van de zangeres aan haar geliefde om haar te redden van een leven met een afgestompt en gebroken hart als een van “the freaks who could never love anyone”. Het oogpunt van het nummer ligt bij de vrouw in nood, en niet bij haar “Peter Pan or Superman”. Paul Thomas Anderson neemt het oogpunt van Mann over: Jim Kurring wordt enkel op de rug gefilmd, blijft anoniem. Hij is in het kader ook aan de zijlijn ingedeeld, rechts van het midden, met Claudia in het middelpunt van de aandacht. De camera benadrukt haar centrale karakter: een langzame rijder zorgt er voor dat wij van een wide-shot naar een close-up gaan, haar blikken als belangrijkste aandachtspunt voor de kijker, een vrouw met een magnetische aantrekkingskracht. Wat Jim Kurring zegt is niet belangrijk, maar wat het met haar en haar zelfbeeld doet des te meer.

Van tien personages heeft Anderson de aandacht teruggebracht naar één, die wel het gevoel van de hele film samenvat: van een levensmoeheid naar hernieuwde hoop. Zo geeft in één laatste one-take PTA nog een visuele samenvatting van de rest van de film: mensen hervinden hoop door contact met een ander. En alsof PTA zijn boodschap voorbij het scherm wil trekken breekt hij voor de twééde keer in de film de vierde wand. De eerste keer zongen alle personages mee op een nummer van Aimee Mann, ditmaal kijkt Claudia recht naar de kijker en ze lacht. Het is de eerste grote glimlach in de film, een wonderschoon moment van hoop, en op precies het juiste moment knipt PTA naar zwart: een snerpende gitaarriff en een bridge, alvorens het laatste refrein van Save Me wordt ingezet, de glimlach van Claudia en het meezingmoment eerder in de film nog in gedachten. Je wordt als het ware uitgenodigd met de aftiteling mee te zingen en te glimlachen. De vierde wand wordt doorbroken door Claudia’s glimlach op één en dezelfde wijze als Jim Kurring door het harnas van Claudia heen breekt: een vriendelijk gebaar dat hoop biedt aan de toeschouwer.


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel