Eindscènes: Once Upon a Time in America (1984)
Er was eens, in dromenland

30 mei 2016 · · Analyse + The End + Thema Maand

Het woord ‘groots’ is in meer dan één opzicht van toepassing op regisseur Sergio Leone (1929-1989). Niet alleen vanwege zijn omvang, maar ook vanwege zijn epische films, die heden en verleden op vaak ingenieuze wijze aaneen rijgen. Ook in Leone’s laatste film, het gangster-epos Once Upon a Time in America (1984), schildert il maestro weer op een groot filmisch canvas. Waarna, in het allerlaatste beeld, het voorgaande deels naar het rijk der fabelen lijkt te worden verwezen.

Westernliefhebbers zullen iedere minuut van For a Few Dollars More (1965), The Good, The Bad and the Ugly (1966) en Once Upon a Time in the West (1968) kunnen dromen. Maar ook een minder bekende film, zoals het meer politiek expliciete Once Upon a Time in the Revolution (1971), toont Leone’s voorliefde voor een labyrintische vertelstructuur en het afzetten van de handeling tegen een zeer gedetailleerde historische achtergrond, bevolkt door stoere, doortastende lieden die vaak schipperen tussen eigenbelang en onbaatzuchtigheid.

Once Upon a Time in America vormt op deze regels bepaald geen uitzondering. Het verhaal begint in New York in 1920, en beslaat bijna een halve eeuw. Centraal staan David ‘Noodles’ Aaronson (Robert de Niro), Maximillian ‘Max’ Bercovicz (James Woods), Patrick ‘Patsy’ Goldberg (James Hayden) en Philip ‘Cockeye’ Stein (William Forsythe), vier jonge joodse jongens die opgroeien te midden van de armoede en misdaad die New Yorks’ etnisch gemêleerde Lower East Side tekenen. De jongens zien hoe de gangsters in hun buurt zowel worden gerespecteerd als gevreesd, en doen hun best om hen te imiteren.

In 1920 wordt de Drooglegging van kracht, en de georganiseerde misdaad speelt hier handig op in door clandestiene kroegen te openen, zgn. speakeasies, voorzien van illegaal gestookte of geïmporteerde alcohol. De door de wol geverfde jongens weten zich al snel bij de gangsters in hun buurt in de kijker te spelen, en het duurt niet lang voordat hun ster in de misdaadwereld rijzende is.

Als volwassen mannen weten Noodles, Max, Patsy en Cockeye hun misdaadimperium te consolideren door, naast de verkoop van illegale alcohol, tevens diefstal en afpersing van o.a. vakbonden aan hun criminele palmares toe te voegen.

Maar als in 1933 de Drooglegging wordt opgeheven begint de donkere zijde van de sociopatisch aangelegde Max zich af te tekenen. Hij bedenkt een tot mislukken gedoemde overval op de nationale goudreserve in Fort Knox, een onderneming die een zekere dood voor alle betrokkenen zal betekenen. Max’s partner Carol (Tuesday Weld) drukt Noodles op het hart dit tot elke prijs te voorkomen, zelfs als dit betekent dat Max en de anderen moeten worden gearresteerd.

Met tegenzin licht Noodles de autoriteiten in, maar als de politie tot arrestatie van de bende wil overgaan komen Max, Patsy en Cockeye om het leven wanneer hun truck verongelukt en in brand vliegt. Vol wroeging vertrekt Noodles met de eerste bus die New York verlaat, om uiteindelijk in Buffalo (NY) anonimiteit en vergetelheid te zoeken.

Dan volgt een uitvoerig filmisch coda waarin Noodles in 1968 naar New York terugkeert. Hier komt hij er achter dat Max het fatale auto-ongeluk in 1933 overleefd heeft, en daarna een succesvolle politieke loopbaan begonnen is. Tevens is hij getrouwd met Deborah (Elizabeth McGovern), de vrouw waar Noodles verliefd op was, maar die hem afwees ten faveure van haar acteercarrière.

Max is als minister Bailey een tweede leven begonnen dat nu in politiek zwaar weer terecht gekomen is, en hij vraagt Noodles hem te doden, hetgeen deze weigert. Tijdens zijn vertrek uit Bailey’s villa ziet Noodles hoe Bailey/Max door een mysterieuze vuilniswagen wordt ingehaald en verdwijnt. Of hij het slachtoffer is geworden van een moordaanslag, of zelf heeft gekozen voor een voortijdig einde, blijft onduidelijk.

Daarna maakt de film opnieuw een tijdssprong (één van vele), ditmaal terug naar 1933. Nadat hij zijn dode vrienden op het trottoir heeft zien liggen na de mislukte arrestatiepoging door de politie, gaat Noodles zijn pijn verdoven in een opiumkit. Gelegen op een provisorische brits, wachtend op het effect van de opium, verschijnt er een glimlach op Noodles’ gezicht.

Met dit beeld eindigt de film, hetgeen sindsdien interpretaties van Once Upon a Time in America heeft opgeleverd waarbij de gebeurtenissen in 1968 zich slechts als een droom in Noodles’ schuldbewuste, benevelde gedachten afspelen, terwijl hij jaagt op de spreekwoordelijke opiumdraak.

Een lezing die wordt versterkt door de onwerkelijke, bijna symbolische kwaliteit van de scènes en het opvallend ‘open’ einde van het segment in 1968. Ook het slotbeeld van de film, waarbij Noodles door een boven zijn bed gespannen net wordt gefilmd, kan worden geïnterpreteerd als een visualisering van zijn onscherpe, en dus twijfelachtige, waarneming.

Droom of niet, Once Upon a Time in America is een even ambitieus als geslaagd meesterwerk, en vormt het onbetwiste hoogtepunt van de helaas veel te vroeg geëindigde carrière van Sergio Leone, die in 1989, vijf jaar na de première van de film, op 60-jarige leeftijd overleed.

De acteerprestaties in de film zijn meesterlijk, in de eerste plaats die van Robert de Niro en James Woods, maar daarnaast leveren de acteurs in diverse bijrollen, waaronder Jennifer Connely, Elizabeth McGovern, Tuesday Weld, Joe Pesci, Treat Williams, Danny Aiello en Burt Young ook zeer sterk spel.

Meesterlijk is ook het complexe script van o.a. Sergio Leone en Leonardo Benvenuti, waarin de misdaadroman The Hoods (1952) van Harry Grey werd omgewerkt tot een uitgesponnen meditatie op thema’s zoals de grilligheid van het geheugen, het verstrijken van tijd en ouder worden, en de onuitwisbare sporen die verlies, schuld en berouw op een mensenleven achterlaten.

De elegische score die Ennio Morricone voor de film schreef behoort absoluut tot zijn beste werk, waarin hij perfect de sfeer van weemoed en verloren onschuld, die tekenend zijn voor de film, in gevoelige composities vangt zonder sentimenteel te worden. Het veelvuldig hoorbare filmthema Cockeye’s Song, gespeeld door pan-fluitspeler Gheorghe Zamfir, is sindsdien tot een klassieker uitgegroeid, en synoniem geworden met het werk van zowel Morricone als Leone.

Het sublieme camerawerk van Tonino Delli Colli, die o.a. ook Once Upon a Time in the West filmde, wordt gekenmerkt door fantasierijke composities, en is doordesemd met prachtig verzadigde kleuren. Delli Colli en Leone reisden voor Once Upon a Time in America de hele wereld over en filmden, naast diverse locaties in NY en New Jersey, ook in Rome (Cinecittà studio’s), Florida, Montréal, Venetië en Parijs.

Ook de art direction van de hand van Carlo Simi, die ook aan Once…West verbonden was, is een lust voor het oog. Met name de sets die Simi creëerde voor het New York van 1920 en 1933, waaronder een joodse delicatessenzaak, het bende-hoofdkwartier, een rumoerige speakeasy en de opiumkit zijn verbeeldingsrijk ontworpen en met veel aandacht voor details gerealiseerd.

Imaginair als het verhaal misschien deels mag zijn, de onbetwiste status als meesterwerk van Once Upon a Time in America is daarentegen zeer reëel. Dit ondanks de afgrijselijke versie die in 1984 door de Amerikaanse distributeurs werd uitgebracht, waardoor de film zowel artistiek als commercieel flopte, en werd gepasseerd bij de Oscars.

Bang dat Leone’s versie van 229 min. (oorspronkelijk 269 min.) het publiek zou afschrikken, besloten Warner Bros. en The Ladd Company kort voor de première van de film de speelduur drastisch in te korten naar 144 min. (Leone was contractueel verplicht aan een max. speelduur van 165 min.). Meerdere scènes werden uit de film verwijderd, en alle gebeurtenissen in de film werden in chronologische volgorde gemonteerd. Hierdoor gingen centrale plotpunten verloren en verloor de film tevens ernstig aan zeggingskracht waardoor deze, met name door critici, zeer lauw werd ontvangen.

De tegenvallende box office-resultaten brachten filmproductiemaatschappij The Ladd Company zelfs aan de rand van een bankroet, toen slechts een magere $5.3 miljoen van hun oorspronkelijke investering van $30 miljoen terug werden verdiend.

In 2003 is de film, na een grondige digitale restauratie, weer in zijn oorspronkelijke versie hersteld en sindsdien opnieuw op DVD en Blu-ray verschenen. Once Upon a Time in America, in Leone’s montage van 229 min.wordt nu alom gerespecteerd als het meesterwerk dat het is. Gelukkig, want het broddelwerk met Leone’s magnum opus was een voortdurende, en aanzienlijke, bron van ergernis voor de regisseur.

Episch, weemoedig, meditatief; met een plot, sets en personages die zeer gedetailleerd zijn uitgewerkt, reikt Once Upon a Time in America tot ver voorbij de grenzen van het conventionele misdaadverhaal. De film vormt een meesterlijke bekroning van Leone’s uitmuntende oeuvre: hard en gritty als het New Yorkse asfalt, warm als de streling van een geliefde, en ongrijpbaar als een droom.


Onderwerpen: , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel