Francofonia (2015)
Alles van waarde is weerloos

10 februari 2016 · · Kritiek + Première

‘Alles van waarde is weerloos’, Luceberts credo zou exact op kunnen gaan voor de gespannen relatie tussen kunst en oorlog. Van Beeldenstorm tot leeggeplunderde koloniën en van oorlogsbuit tot recent de vernietiging van cultuurgoed in Syrië en Irak; kunst is het weerloze kind van de rekening. Aleksandr Sokurov pakt met Francofonia één voorbeeld uit talloze voor een essayistisch onderzoek naar dit complexe spanningsveld: het Louvre gedurende de Duitse bezetting in 1940-1945.

Het komt niet uit de lucht vallen dat het voor Sokurov allemaal om macht draait. Hij maakte al een trilogie over drie machthebbers (Moloch (1999), Taurus (2001), The Sun (2005)). Ook het onderwerp van kunst, meer in het bijzonder musea als hedendaagse arken voor de historie en identiteit van een volk, is niet nieuw. In Russian Ark (2002) filmde hij in één lang shot de Hermitage gedurende woelige tijden. In Francofonia komen twee paden binnen Sokurovs oeuvre samen.

In tegenstelling tot de recente hausse aan museumfilms (National Gallery (2014), Museum Hours (2012), Jheronimusch Bosch, Touched by the Devil (2016) e.v.a.) negeert Sokurov goeddeels dat wat musea musea maakt; de kunstwerken zelf. Nee, met waarde bedoelt Sokurov dus niet de artistieke waarde van kunst. Typerend is de keuze van de enkele kunstwerken die wel uitgelicht worden. Zoals Het Vlot van de Medusa (1818) dat indertijd veel meer van politieke dan artistieke betekenis was. Of grote Assyrische beelden, als laatste restanten van een ten onder gegaan volk.

Francofonia centreert rond de meest kwetsbare periode van het Louvre in haar geschiedenis; de jaren 1940 tot 1945. In amateurbeelden zien we uitgestorven straten, als de Duitsers voor het eerst een kijkje nemen in ‘hun’ Parijs. Het is alsof de ziel uit de stad verdwenen is, alsof Parijs niet meer Parijs kan zijn in andere handen. Hetzelfde geldt voor het Louvre, waar Sokurov een plot ensceneert tussen museumdirecteur Jacques Jaujard en nazi-officier Franz Wolff-Metternich, die de opdracht heeft kunstwerken naar Duitsland te halen. Al snel blijken beide mannen hetzelfde voor ogen te hebben: de collectie van het Louvre te beschermen tegen uiteenvallen.

Steeds weer worden de quasi-authentieke beelden van de heimelijke samenwerking tussen beide mannen doorsneden met webcambeelden van een olietanker op een stormachtige zee. De suggestie wordt gewekt dat de containers kunstwerken bevatten: de analogie met een ark bevestigd. Een effectieve parallel, want andermaal wordt kwetsbaarheid invoelbaar gemaakt. De kwetsbaarheid van het overgeleverd zijn aan grotere machten.

Op de baren van de tijd kan het verkeren, want ooit was Frankrijk zelf zo’n allesverpletterende macht. In de persoon van Napoleon kwam een groot deel van de collectie tot stand; als het al geen roofkunst was, dan wel portretten van de man. In beide gevallen kunst ter meerdere eer en glorie van de machthebber. Daar steekt de verdoofd ogende Marianne (‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’) maar bleek en naïef bij af.

Misschien had deze film alleen door een Rus gemaakt kunnen zijn. Sterker nog, is het evengoed een film over Frankrijk, als over Rusland. De proloog begint met het sterven van Tolstoj en Tsjechov aan het begin van de 20e eeuw. Het einde van een tijdperk waarin de Russische identiteit voor een belangrijk deel door haar grote schrijvers gevormd en geboekstaafd werd. Wat volgde is een eeuw van vertrapte cultuur en onderdrukking, zoals we die in het Westen nauwelijks kennen.

Hier kunnen we onszelf (gelukkig) met idealen over het belang van musea nog wel eens blind houden voor de kwetsbaarheid van erfgoed dat in hoge mate onze identiteit bepaalt. Sokurov laat zien dat de geschiedenis zomaar een wending kan nemen waarbij de banaliteit van macht regeert. En dan is niets meer heilig, de ark een illusie. Spijtig genoeg hoeven we de berichtgeving over de conflicten in het Midden Oosten maar te volgen om te weten dat Sokurov gelijk heeft.

★★★★☆


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel