IFFR 2016 (2): Door de helft…

30 januari 2016 · · Filmfestival + IFFR 2016 + Kritiek

Het IFFR is een festival dat op meerder wijzen in tweeën te delen valt: aan de ene kant is het een festival waarin filmmakers nieuwe producten verkopen (Cinemart), aan de andere kant één van de grootste publieksfestivals van Europa. Aan de ene kant is het een festival vol voorpremières van grote filmhuisfilms, aan de andere kant is het een plek om heel kleine films te zien die anders geen publiek zouden vinden. Aan de ene kant is het een festival waar het allernieuwste draait, aan de andere kant is er ook een groot scala aan retrospectieven. Als ode aan de twee helften van het festival bespreek ik vandaag drie films die uit elkaar vallen in twee helften.

The Sky Trembles and the Earth Is Afraid and The Two Eyes Are Not Brothers (2015)

Videokunstenaar Ben Rivers werkt graag samen. Eerder al maakte hij met Ben Russell het waanzinnig sterke A Spell To Ward of the Darkness (2013), en nu maakt hij samen met Oliver Laxe (You Are All Captains (2010)) het docudrama The Sky Trembles and the Earth Is Afraid and The Two Eyes Are Not Brothers.

The Sky, etc. begint op de set van de nieuwe film van Laxe, die midden in de woestijn van Marokko zijn nieuwste film probeert op te nemen. Als westerling probeert hij een film te maken waarin hij het land samenvat, en de titel van The Sky, etc. hint naar de kolonialistische tendensen waarmee dat gepaard gaat: de titel is ontleend aan een zin uit A Distant Episode uit 1947 van de in Tangiers wonende Amerikaan Paul Bowles, die in het verhaal commentaar levert op de botsing tussen culturen aldaar.

Midden tijdens de documentaire verandert de film plots in een vrij directe adaptatie van A Distant Episode, waarin Laxe zelf de vernederingen ondergaat van de protagonist uit het verhaal van Bowles. Hier is de inzet van het conflict echter overduidelijk de film van Laxe (en in het verlengde de film van Rivers) zelf, waarbij de regisseur wordt behangen met filmrollen en uiteindelijk geconfronteerd wordt met de ware terreur van de westerse wereld: het pauzescherm van de dvd-speler. Film is het nieuwe kolonialisme, lijkt Rivers te willen zeggen, en hij worstelt duidelijk met de metatekstuele implicaties van het maken van een film over westerse arrogantie door een westerling in Marroko.

★★★★☆

Chain (2004)

Jem Cohen houdt van ordenen: Museum Hours (2012) was een film waarin kunsthistorici context bieden aan Bruegel terwijl een suppoost de rest van het leven net zozeer inkadert; zijn nieuwste film Counting (2015) (vreemd genoeg niet te zien of het IFFR) is niets anders dan een verzameling zelfgeschoten beeldfragmenten waarin hij zelfbedachte kaders aanbrengt in genummerde hoofdstukken. Chain, uit 2004 al, is een voorloper van zowel Museum Hours als Counting: een verzameling zelfgeschoten beeldfragmenten ingekaderd door twee fictieve personages.

De twee personages zijn heel verschillend- een vrouw zonder huis en baan die winkelcentra afstruint en een Japanse businessvrouw die van motel naar motel reist- maar beiden zijn dolende figuren die zich herbergen in de tussenlanden van de wereld: de plekken waar anderen mensen op doortocht zijn, of hun vrije tijd vermoorden, maar waar deze twee vrouwen zich permanent ophouden.

Jem Cohen besprenkelt de persoonlijke ontboezemingen van de vrouwen met beelden van zijn eigen reizen: de troosteloze motels en door tl-buizen verlichte winkelcentra die de filmmaker aandeed op zijn festivaltrips worden toegeëigend door twee vrouwen. Dat de autobiografische beelden van één enkel iemand ingezet worden voor twee totaal verschillende levens benadrukt hoe uniform de ervaring van twee verschillende mensen kan zijn in de visie van Cohen: uiteindelijk zijn we op aarde allemaal alleen tussen honderden anonieme fastfoodrestaurants. Maar ook hier ontbreekt de poëzie niet: is dat een vogelnestje in dat uithangbord? Zie jij het ook?

★★★★★

Room (2015)

Room is genomineerd voor een Oscar, en dus duidelijk één van de grotere titels op dit festival, ondanks relatief weinig mediafurore rondom de titel. Misschien is dat laatste omdat Room een weinig opvallende titel is als je voorbij het acteerwerk kijkt. Brie Larson en nieuwkomer Jacob Trembley zetten waanzinnig sterke rollen neer en het verhaal bevat potentie, maar regisseur Lenny Abrahamson (Frank (2014), vorig jaar op het IFFR) houdt de regie teleurstellend vlak en anoniem.

Room begint in de kamer uit de titel, een klein tuinhuisje waarin een jonge vrouw, aanvankelijk bekend als Ma, al jarenlang opgesloten zit samen met haar in gevangenschap geboren zoon Jack. Ze zijn het slachtoffer van een seksmaniak en gijzelnemer, het menselijke gezicht van nieuwsberichten als die over Jozef Fritzl. De kleine Jack kent niet anders, en bekijkt de wereld van Room door zijn kinderlijke ogen. Zijn blik verandert in het tweede gedeelte van de film, waarin de plotlijn duidelijk breekt met al het voorafgaande, maar de visuele stijl blijft helaas voornamelijk hetzelfde: onopvallend.

Dat we door de anonieme regiestijl eigenlijk niet in het hoofd verdwijnen van Jack maakt zijn kinderlijke voice-over, waarin hij zijn harde leefwereld reduceert tot een aangenaam vertoeven, lichtelijk exploitatief en potsierlijk. Niet exploratief en poëtisch, zoals bedoeld lijkt te zijn. De fletse regie en opzichtige dialoog voelen als een te strak keurslijf voor een verhaal dat grootser had kunnen zijn. Room bevat grootse potentie, opgesloten in een veel te kleine visuele ruimte.
★★½☆☆


Onderwerpen: , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel